Prinses van Van Meel had in haar testament(en) van 1780 en
1785 J.B. van Voorst aangewezen als testamentair executeur. Johannes Bernardus
van Voorst was in 1762 door het echtpaar Denijs-Wossink in dienst genomen als
schrijver en boekhouder om op hun plantages te dienen. Hij reisde van Amsterdam naar Suriname. Prinses heeft hem
waarschijnlijk op de Plantage Katwijk of in Paramaribo in het huishouden van Alida Wossink leren kennen.
Johan Bernard van Voorst was volgens de Surinaamse almanak van 1795 koopman en winkelier in Hollandse waren. In 1781 was hij aangesteld tot weesmeester. In 1795 werd hij ook vermeld al regenst van 's-lands gasthuis en medeadministrateur van de Hortus Surinamensis. Van Voorst overleed in januari 1805 en werd begraven in de Nieuwe Oranje Tuin
Hoe hun verstandhouding was
is moeilijk te zeggen, maar in ieder geval vertrouwde Prinses Van Voorst genoeg om hem de afhandeling van haar nalatenschap toe te vertrouwen.
Bronnen:
Suriname Heritage Guide: Plantage Katwijk
www.dbnl.org
woensdag 2 augustus 2017
woensdag 26 juli 2017
R'lyeh
vrijdag 14 juli 2017
Familiegeschiedenis : Nielo en Dandlau
In een eerdere blog schreef ik over mijn betovergrootvader
W.H.K. Nielo die als kind in het huishouden van Kea van Dandlau (1833) en in de
jaren daarna een adres samen met Henriette van Dandlau woonde.
Er waren meerdere kinderen in dit huishouden met andere achternamen. Waren de kinderen in dit huishouden ondergebracht als
“kweekjes” (een typisch Surinaams begrip) of waren het kinderen van de dochters
van Kea, maar droegen ze de achternamen van hun vaders?
Ik vond de situatie interessant genoeg om een onderzoekje in
te stellen naar de achtergrond van Kea van Dandlau.
Kea en haar dochters waren afkomstig van de plantage Nahamoe,
en werden na het overlijden van de eigenaar Floris Visscher Heshuizen in 1807
geruild en kwamen in bezit van Celestin Octave Dandlau. In 1810 werden de
carboegerin Kea en haar 2 mulattenkinderen Johanna en Henriette door Dandlau
gemanumiteerd. C. Dandlau benoemde in 1814 de kinderen van Kea in zijn
testament tot enige en universele erfgenamen en bepaalde dat Kea de rest van
haar leven in zijn woning aan de Grote Dwarsstraat kon wonen. De erfgenamen
waren Henriette Celestine, Johanna Jacqueline, Louise Maria en George Louis en
alle andere kinderen die Kea nog zou mogen baren tot 9 maanden na zijn
overlijden. Kea werd aangesteld tot voogdes over haar kinderen en executeur. Uit
alles in zijn testament zou je kunnen concluderen dat hij de vader was van de
kinderen van Kea.Dandlau stierf in 1818. Er werd een inventaris opgemaakt van zijn bezit op de Plantage Peperpot, voornamelijk kleding en wat losse spullen. Waarschijnlijk had hij een baantje op deze plantage.
Toen hij overleed woonde er een vrije Affie van Dandlau in
zijn sterfhuis. Zijn boedel was echter insolvent, de erfgenamen hebben
er niet veel plezier van gehad. In 1826 werd de boedel geliquideerd
In 1857 overleed Johanna Jacquelina Van Dandlau, ze woonde
samen met haar moeder Kea in de Burenstraat
Kea overleed in 1865 82 jaar oud (volgens de krant)
Henriette stierf in 1886 oud 82 jaar en 7 maanden oud
![]() |
| overlijden Kea van Dandlau 1865 |
![]() |
| overlijden Henriëtte van Dandlau 1886 |
Geraadpleegde bronnen:
Krantenadvertenties met betrekking tot de nalatenschap van C. Dandlau
Overlijdens Kea van Dandlau (1865) en H.C. van Dandlau (1886)
www.gahetna.nlDe volgende archieven
1.05.10.02 Raad van Politie in Suriname inv.nr. 512 scans 0071-73
1.05.10.04 Raad van Justitie in Suriname inv.nr. 1375 scan 0211
1.05.10.04 Raad van Justitie in Suriname inv.nr. 1378 scan 0051
1.05.10.07 Administratie van Financiën Suriname inv.nr. 91 scan 0096
1.05.10.07 Administratie van Financiën Suriname inv.nr. 308
scans 0670-671
1.05.10.07 Administratie van Financiën Suriname inv.nr. 309
scans 0454-455
1.05.11.12 Nieuwe Weeskamer in Suriname tot 1828 inv.nr. 80
scans 0354-355
1.05.11.12 Nieuwe Weeskamer in Suriname tot 1828 inv.nr. 124
scans 0149-150
1.05.11.13 Nieuwe Weeskamer in Suriname vanaf 1828 inv.nr. 286
scans 0312-313
1.05.11.13 Nieuwe Weeskamer in Suriname vanaf 1828 inv.nr. 306
scan 0007
1.05.11.13 Nieuwe Weeskamer in Suriname vanaf 1828 inv.nr. 1164
scans 0001-0004
1.05.11.14 Notarissen in Suriname tot 1828 inv.nr. 99 scans 0977-
0983
1.05.11.14 Notarissen in Suriname tot 1828 inv.nr. 298 scans
0177-0185
1.05.11.14 Notarissen in Suriname tot 1828 inv.nr. 915 scan 0077
woensdag 12 juli 2017
Wanhoopsdaad of verzet?
In het archief van de Raad van Politie in Suriname zijn opgaven van het aantal blanken, vrije lieden en weggelopen (en weer gevangen) slaven over de periode 1729-1801 te vinden.
Zo vond ik een vermelding gedateerd 21 januari 1801:
"Aanschrijvens van de directeur der plantage Monsouci [...] dat, zig opgehangen hebben in de cappowiri der plant. 't Vertrouwen twee nieuwe negers genaamt Bellisarius & Stevanus, aankomende voorn. plantage Monsouci."
Vanwege de aanduiding "twee nieuwe negers" vermoed ik dat het hier ging om mannen die niet lang daarvoor in Suriname waren aangekomen. Zeer waarschijnlijk hebben ze de reis vol ontberingen samen doorgemaakt en al snel doordrongen van een uitzichtloos bestaan in een vreemd land kozen ze voor de zekerheid van de dood. Waren deze mannen aan elkaar verwant of bevriend geraakt? We zullen het niet weten.
Zo vond ik een vermelding gedateerd 21 januari 1801:
"Aanschrijvens van de directeur der plantage Monsouci [...] dat, zig opgehangen hebben in de cappowiri der plant. 't Vertrouwen twee nieuwe negers genaamt Bellisarius & Stevanus, aankomende voorn. plantage Monsouci."
![]() |
| Bron: www.gahetna.nl NL-HaNA_1.05.10.02_605_0049 |
zondag 9 juli 2017
Familiegeschiedenis: een toevallige vondst
Toevallige vondsten zijn soms de leukste.
Op zoek naar iets anders (zonder resultaat) kwam ik een boedelinventaris tegen van de plantage Concordia gelegen aan de Saramacca opgemaakt op 30 april 1806 door Wm Elder als getuige ondertekend.
William Elder verbleef al in 1806 in Suriname
Bij de slavinnen van de plantage wordt een Jenny genoemd. Was dit de Jenny die later de levensgezellin van William Elder zou worden?
Op zoek naar iets anders (zonder resultaat) kwam ik een boedelinventaris tegen van de plantage Concordia gelegen aan de Saramacca opgemaakt op 30 april 1806 door Wm Elder als getuige ondertekend.
William Elder verbleef al in 1806 in Suriname
Bij de slavinnen van de plantage wordt een Jenny genoemd. Was dit de Jenny die later de levensgezellin van William Elder zou worden?
Bron:
1.05.11.14 Notarissen Suriname tot 1828 inventarisnummer 709
scans 0645-655
dinsdag 27 juni 2017
Bizarre wezens en werelden
maandag 26 juni 2017
Familiegeschiedenis : Boedel Gerrit Jacobs en de familie Simons
De boedel van Gerrit Jacobs,
In een eerdere blog Plantageperikelen schreef ik over de plantage Nieuw Meerzorg die door Gerrit Jacobs was nagelaten aan zijn verwanten. Inmiddels heb ik iets meer kunnen vinden over de relatie tussen mijn voorouders Simons en de boedel van Gerrit Jacobs.
In een eerdere blog Plantageperikelen schreef ik over de plantage Nieuw Meerzorg die door Gerrit Jacobs was nagelaten aan zijn verwanten. Inmiddels heb ik iets meer kunnen vinden over de relatie tussen mijn voorouders Simons en de boedel van Gerrit Jacobs.
Ezechiël Simons deed in 1806 een vergeefse poging om na het
overlijden van de executeur Moses Abraham Levy, mede executeur te worden van de nalatenschap
van Gerrit Jacobs (Bron www.gahetna.nl NL-HaNA_1.05.10.02 archief Raad van Politie inv.nr. 498
scans 263-268). Zijn echtgenote Marianna Jacob Goedman was een achternicht van
Gerrit Jacobs.
In 1811 deed zijn zoon Simons Ezechiël Simons ook een poging
om executeur te worden na het overlijden van Hartog Jacob Goedman, ten behoeve
van zijn behoeftige moeder Marianna Jacob Goedman. Hij viste echter achter het
net, want de opengevallen plek werd toegewezen aan Isaac Jacob Goedman (Bron www.gahetna.nl NL-HaNA_1.05.10.02
archief Raad van Politie inv.nr. 518 scans 199-229).
Hartog Jacob Goedman en Isaac Jacob Goedman waren broers van
Marianna Jacob Goedman.
Abonneren op:
Posts (Atom)






















