Posts tonen met het label plantage Halle in Saxen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label plantage Halle in Saxen. Alle posts tonen

woensdag 22 februari 2012

Familiegeschiedenis : nog meer plantages op de kaart


Nadat ik de ligging van de plantages in bezit van  mijn voorouders had weten te vinden, wilde ik natuurlijk ook weten waar de vier plantages lagen, waar andere voorouders (Resida, Glimmerveen en Marengo) als slaven leefden en werkten.

1. De suikerplantage Alkmaar aan de zuidoever van de Commewijne in het district Commewijne

Alkmaar en Frederiksdorp op de kaart


kaart 1860-1879,
Bron Het Geheugen van Nederland

kaart 1930,
Bron Het Geheugen van Nederland

Satelliet opname Googlemaps,
Bron Het Geheugen van Nederland


2. Koffieplantage Frederiksdorp aan de noordoever van de Commewijne in het district Cottica

Frederiksdorp tussen 1863-1873

De geëmancipeerde plantagebewoners stonden tussen 1863-1873 onder het zogenaamde staatstoezicht. Dat hield onder andere in dat ze 10 jaar lang verplicht waren om op de plantage te blijven werken. Eigenlijk waren de ex-slaven pas in 1873 pas echt vrij (om te gaan en te staan waar ze wilden). Dit gold dus ook voor de voormalige slaven onder mijn voorzaten.
Over de plantage Frederiksdorp heb ik in de periode 1863-1873 in de Surinaamse kranten, nog wat interessante feiten gevonden die ongetwijfeld van invloed zijn geweest op het leven van de daar wonende Resida’s
Op 5 sept. 1863 kwam Frederiksdorp (deels)  in handen van het koloniaal bestuur, die er de zetel van de Districtscommissaris van de Beneden Cottica en Matapica vestigde
1867 werd een school gevestigd.


Bron KB

1870 Doodstraf voltrokken aan een Chinese immigrant die (op een andere plantage) een opzichter had vermoord.
1872 Het Station Frederiksdorp : 1 x pweek zitting van het kantongerecht.Veroordeelde gevangenen werden daar ondergebracht 
1872 januari. Een Chinese immigrant die zijn (chinese opzichter) had vermoord (op een andere plantage) werd veroordeeld tot de galg. Het vonnis zou worden uitgevoerd op Frederiksdorp. De executie mislukte, het touw brak tot 2x toe. De Goeverneur van Suriname zette daarop de straf om in 20 jaar dwangarbeid
1872 DC te Frederiksdorp kreeg als bestuursgebied Beneden-Commewijne en Beneden-Cottica
1873-1874 In het immigratieseizoen 1873/1874 krijgt Frederiksdorp 10 Hindoestaanse contractarbeiders

3 Koffieplantage Halle in Saxen aan de Wayambo (of Wayamoekreek) in het voormalige district Perica

Halle in Saxen op de kaart

kaart 1860-1879,
Bron Het Geheugen van Nederland

kaart 1930,
Bron Het Geheugen van Nederland

satelliet opname Googlemaps


4 de reeds beschreven Houtgrond de Vier Kinderen in Para 

woensdag 14 december 2011

Familiegeschiedenis : Slavernijverleden 1

Slaven in de familie ; de slaven

In een eerdere blog heb ik iets in het kort geschreven over mijn voorouders en de plantages waar ze vandaan kwamen of die ze in eigendom hadden.  Ik ga hier nu wat dieper in op de herkomst van mijn voorouders die tot 1863 slaven waren. Voor 1863 waren geen vaders bekend, de kinderen werden via de lijn van de moeder, en terug via grootmoeder en overgrootmoeder geregistreerd.

Op de website van het Nationaal Archief in Den Haag staan de gegevens over slaven en eigenaren, die zijn verzameld ivm de emancipatie van 1863. Je vind er de namen van de slaven, hun leeftijd, beroep en godsdienst, soms ook gezondheidstoestand en op welke plantage ze verbleven, of dat ze in Paramaribo woonden. Van de eigenaren vind je de woonplaats en het bedrag dat ze voor de vrijgemaakte slaven ontvingen. De eigenaren in Suriname en op de Antillen werden gecompenseerd met gelden verdiend aan het Cultuurstelsel  in Oost-Indië
Nederland schafte de slavernij al eerder in 1860 af in Oost-Indië. Alleen staat het Nederlandse slavernijverleden in de Oost niet zo in de belangstelling. 
In Surinaamse en Nederlandse kranten vóór 1863 wemelt het van de advertenties waarin slaven te koop worden aangeboden, evenals van die van plantages met de aantallen slaven. Ook in de Surinaamsche Almanakken staan lijsten van de plantages met de aantallen slaven.

1. Plantages Frederiksdorp/Alkmaar aan de Commewijne: hier verbleven mijn voorouders die de achternaam Resida kregen.
De koffieplantage Frederiksdorp aan de overzijde der rivier was van dezelfde eigenaren als de suikerplantage Alkmaar.

Bron KB
 


In 1841 verzoeken de eigenaren van Frederiksdorp om alle slaven over te brengen naar de suikerplantage Alkmaar.

De slaven zullen hier niet echt blij mee zijn geweest, want het werk op de suikerplantages was zwaarder en gevaarlijker dan op de koffieplantages.

De suikerplantage Alkmaar wordt enkele jaren later uitgebreid in een brief beschreven






















De Resida’s van wie ik afstam zijn:
1. Monkie Margaretha Resida geboren plantage Frederiksdorp * 1808
2. Margaretha * 1828, in 1863 45 jaar, (zou dan in 1818 geboren moeten zijn) Afkomstig van Plantage Alkmaar, dochter van Monkie Margaretha
3. Haar zoon Jonas Resida (mijn betovergrootvader) * ca. 1843/1845- + Paramaribo 18 maart 1905
gehuwd beneden Cottica 14 september 1872 met Gerhardina Glimmerveen en erkent bij het huwelijk haar in 1862 geboren zoon James Glimmerveen, die dan de naam Resida krijgt.

2. Plantage de Vier Kinderen in Para: Hier kregen  19 slaven kregen de achternaam Marengo Mijn  overgrootmoeder Frederika Marengo is waarschijnlijk een nakomeling van een van de Marengo’s. Het geslacht van de Marengo’s gaat terug tot 1815.

Uit de geschiedenis van de  “Plantage de Vier Kinderen”
Er heerste grote onrust op de plantage Vier Kinderen in 1857 en het leger werd er op afgestuurd om de orde te herstellen.
Nadat de slavernij in 1863 was afgeschaft en het staats toezicht in 1873 opgeheven, verkocht de plantage-eigenaar zijn plantage op de veiling, waarbij de ex-slaven die er bleven als eerste in aanmerking kwamen om die te kopen. De plantage Vier Kinderen is op deze wijze gekocht door de voormalige slaven van Vier Kinderen. Volgens de Orale historie is de plantage opgekocht door 10 families. Bij een grote brand in de hoofdstad Paramaribo rond de eeuwwisseling zijn vermoedelijk ondermeer de oorspronkelijke eigendomspapieren in vlammen op gegaan. Op het eigenarenmonument van Vierkinderen worden ze herdacht.
 (helaas is de website van het  Nationaal Archief Suriname al meer dan een jaar uit de lucht)

2.20.37.05 (toegang nationaal Archief Den Haag)
VOORLOPIGE LIJST VAN HET ARCHIEF VAN DE PLANTAGE "LA
PROSPERITE" IN HET DISTRICT BOVEN-PARA (SURINAME).
3 Borderel van hypothecaire inschrijving ten laste van eigenaars van de
houtgrond "De vier kinderen" en de grond Koningsbergen in het district
Boven-Para. Fragment.
1880.
De Marengo uit deze akte is Alphonse Marengo (was in 1863 9 jaar oud)
James Resida erkent en geeft zijn achternaam op 4 januari 1905 aan Anton Frederik, geboren Paramaribo 30 augustus 1901 (1900?) uit Frederika Marengo. Helaas is nog niet bekend van welke Marengo uit 1863 Frederika afstamt


slavenwoningen op een plantage
Surinaamsche schetsen en typen, 1850
Collectie Ver Huell
 Plantage Halle in Saxen in Perica:  Op deze plantage woonden mijn voorouders die de achternaam Glimmerveen kregen.
1. Glimmerveen, Troebelina (slavennaam)
Voornaam: Theresia, 45 jaar
Beroep: Waschmeid
Godsdienst: EBG, doopnaam Theresia
Moeder van Gerhardina Glimmerveen.

2.Glimmerveen, Monkie (Slavennaam)
Voornaam: Gerhardina, 20 jaar
Beroep: Veldmeid
Dochter van Theresia Glimmerveen; blijkens borderel leeftijd 17 jaar
Gerhardina was mijn betovergrootmoeder
3. Glimmerveen, James (Slavennaam):
Voornaam: James, 1 jaar
Zoon van Gerhardina Glimmerveen; geboren 26-05-1862
 Beneden Cottica - + 16 augustus 1923 Boven Suriname. James (Glimmerveen, vanaf 1872 James Resida) is mijn overgrootvader.