dinsdag 20 september 2011

Familiegeschiedenis: Landmeter in de jungle

Mijn overgrootvader Hendrik Marius Simons (ca. 1868-1905) was landmeter in Suriname.
Op 9 september 1889 slaagde hij voor het landmetersexamen


Bron: KIT

In de Surinaamse almanakken uitgegeven rond 1900 vinden we hem genoemd bij de landmeters.
H.M. Simons was niet in dienst van het gouvernement, maar een vrije beroepsoefenaar.


H.M. Simons


 Behalve uit zijn landmeterswerk kreeg Simons ook inkomsten uit de Surinaamse balataconcessies 
Bron: KIT


In de eerste helft  van 1905 richtte hij met enkele collega's de" Landmeters-Vereeniging in Suriname" op, waarvan hij secretaris was

Bron : KIT
Het landmetersberoep was in Suriname niet ongevaarlijk. In het najaar van 1905 werd Simons voor een opdracht naar het goudplacer Hermina (district Marowijne) in het binnenland gestuurd

Bron KB



Kennelijk heeft hij bij die gelegenheid malaria tropica opgelopen, want kort daarna stierf hij aan "zwartwaterkoorts", een weduwe met 6 kinderen achterlatend.













Foto weduwe Simons met vijf van haar kinderen (een zoon was inmiddels naar Amerika vertrokken).
De derde van rechts is mijn grootmoeder.

donderdag 15 september 2011

Misdaad en straf

Liefhebbers van strenge straffen  kijken verlangend terug naar vroegere eeuwen, toen er niet penitentiair werd gepamperd.
Hier zijn enkele voorbeelden  hoe het in Nederland de boeven ooit verging



Gelieve betalen aan de beul (door de veroordeelde of diens verwanten)

Tarievenlijsten van beulswerk.

Coll. Ver Huell

.






































De heer Steenis na het leven geportretteerd
Coll. Ver Huell

Afbeelding van de executie van
Johannes Cornelis van Stenis
die wegens gifmoord op Jan Mouthaan
in 1843 in Den Haag werd opgehangen
















Het luchten van de gevangenen in de cellulaire gevangenis geopend in 1850 in Amsterdam, waar het stelsel van eenzame opsluiting werd toegepast. Dit strafsysteem waarvan tegenwoordig nog slechts een enkele uitverkorene elitair van mag genieten, was toen normaal voor "Boef Modaal".  Het dragen van maskers door de veroordeelden was een onderdeel van dit systeem van totale isolatie.

Uur van ontspanning
Coll. Ver Huell


In de cellulaire gevangenis te Arnhem werd elke gevangene in een aparte kooi op de celluliare wandelplaats gelucht.


Gevangenis te Arnhem 1884
Coll. Ver Huell

vrijdag 9 september 2011

Familiegeschiedenis : Fryske Woartels

Mijn grootmoeder Antje Scholten (1901- 1971) was een dochter van Willem Scholten (1856-1932) en Geertje Visser (1862-1925)
Willem Scholten was visser van beroep.

Het echtpaar Willem Scholten en Geertje Visser
Antje Scholten werd geboren in 1901 in de gemeente Schoterland bij Heerenveen.
Tussen 1925-1930 werkte ze als kindermeisje bij de familie Langhout in Naarden. In 1930 trouwde Antje Scholten met Willem Bijl  (1904-1986), de kleinzoon van de eveneens uit de Friese gemeente Schoterland afkomstige Steffen Bijl (1881-1944)

Antje op 12 jarige leeftijd met haar moeder en oudere zuster
























dinsdag 6 september 2011

Leiden in Liszt

Herinneringen aan een poplegende

Componist en pianist Franz Liszt  (1811-1886) bezocht in 1843 Leiden.

Alexander Ver Huell (1822-1897), toentertijd student rechten in deze stad maakte een tekening van het enthousiaste publiek bij het logement van hun popidool.


Liszt in Leiden in 1843 (Coll. Ver Huell)

Ver Huell schreef jaren later:

“In 1843 kwam Franz Liszt ook te Leiden. Wij gaven hem een feestje op de Sociëteit, en ik had het genoegen mij daar met hem te onderhouden, ook over de reis die hij kort te voren in’t gezelschap van George Sand maakte, waarvan “de Consuelo” de vrucht is, en Liszt zeide mij dat de wandelstok, die hij in de hand hield, nog een herinnering van zijn begaafde reisgezellin was.  […] Liszt was dien avond zeer vrolijk, speelde kaart, deelde sigaren uit en vertoonde zelfs eenige nieuwe grappen. Met fakkels (ik teekende het) geleidden wij hem naar zijn logement, dat van Smidt bij de Witte Poort. Het concert ’t welk hij gaf in den schouwburg, maakte een onvergetelijke indruk. Het toneel hadden wij geheel met groen doen vercieren en tusschen bloemen het portret van den kunstenaar zelven geplaatst. Toen hij opkwam verzocht hij het publiek  ’t Io-vivat te willen aanheffen, en naauwlijks waren de laatste toonen weggestorven- toen hij  met eene geniale improvisatie op ons geliefde studentenlied inviel – nimmer heb ‘k hem beter hooren spelen dan dien avond. Vele jaren later zou ik hem weer in Rotterdam bij gelegenheid van een groot muziekfeest , waar in onder andere Formes, Pischek en Miss Dolbij zongen. In het gebouw van de Yacht club zeide hij mij “Zoo gij eens te Weijmar komt zal ik u toonen dat ik de snuifdoos der Leidsche studenten als een geliefde souvenir in eere houd.”

Alexander Ver Huell heeft zichzelf rechts van het midden van de tekening afgebeeld samen met zijn hond Bull.

vrijdag 26 augustus 2011

Familiegeschiedenis : raadsel opgelost

Al heel lang heb ik  reproductie van een oude familiefoto afkomstig uit de nalatenschap van mijn grootvader in mijn bezit. De mensen op deze foto waren mij tot voor kort onbekend.


Steffen Bijl als jongeman


Onlangs was ik in de gelegenheid om een scan te maken van een jeugdfoto van mijn overgrootvader Steffen Bijl (in het bezit van naaste familie), en hierdoor kan ik eindelijk deze foto een plaats geven in mijn familiegeschiedenis.



















Op deze foto staat het gezin van mijn betovergrootouders Jochem Bijl en Uilkje Siegers de Lang afgebeeld.


Jochem Bijl en Uilkje Siegers de Lang met hun 9 kinderen, ca. 1896-1899

De jongeling links is mijn overgrootvader Steffen Bijl (1881-1944).

Steffen Bijl trouwde in 1903

Jochem(ook wel gespeld als Jogchem) Bijl (geb. Heereveen 1852) was in 1875 in Schoterland gehuwd met Uilkje(n) Siegers de Lang (geb. Heereveen 1853)
Jochem was van beroep timmerman.
Zijn zoon Steffen werd ook timmerman.




Van 6 kinderen op de foto heb ik gegevens over geboorte, respectievelijk huwelijk kunnen achterhalen via

Sjoukje (geb. Schoterland 1876)
Trijntje (geb. Schoterland 1878) werd nog net geen 100 jaar (mondelinge informatie uit de familiekring)
Steffen (geb. Schoterland 1881)
Elisabeth Maria (geb.Nieuwer-Amstel 1884)
Helena Johanna (geb. Amsterdam ca.1887)
Jansje (geb. Amsterdam ca. 1895)

De jongen aan rechts op de foto naast zijn zusje Helena Johanna (tante Leen) was Hendrik, de enige broer van Steffen.  Hendrik emigreerde rond 1930 naar de VS keerde enkele jaren later echter weer terug naar Nederland en werd in de Tweede Wereldoorlog door de Duitsers geïnterneerd omdat hij de Amerikaanse nationaliteit had. (mondelinge informatie uit de familiekring)

2 kinderen op de foto zijn nog niet geïdentificeerd.
Aan de hand van de tot nu toe bekende gegevens van de mensen op de foto kan deze foto worden gedateerd tussen 1896-1899.

LOFDICHT OP JACOBUS ELISA JOANNES CAPITEIN


Collectie Ver Huell










“Hoe heerlijk schetst de kunst hier CAPITEIN, den Moor?
Hoe straalt de schranderheid hem uyt de zedige oogen?
Hoe steekt welsprekendheid op zyne lippen door?
Wat toont de mond een ziel vol vrede, en laag geboogen?
Juicht Mooren! Want uw heil breekt door de wolken heen:

Doet God uw’ landgenoot zyn groote daaden preken
En sterkt dat door zyn Geest, uw hart, al was’t van steen,
Zal boetvaadrigheid aan duizend stukken breeken,
Op day het zalig licht schyne in de duisternis
En gy dien HEILAND ziet, die ’t heil der heidenen is.”
Conradus Anthoni Swyghuizen

Dit gedicht is de tekst onder het portret van de eerste zwarte dominee ter wereld, Jacobus Elisa Capitein.

Collectie Ver Huell
Jacobus Elisa Joannes Capitein, uit slavenouders geboren aan de Goudkust in West-Afrika  werd als  8 jarig jongetje verkocht. Hij had geluk dat hij uiteindelijk terechtkwam bij een koopman die hem meenam naar Nederland. De jongen werd christelijk opgevoed en in 1735 gedoopt. Jacobus kreeg een goede scholing en studeerde in 1737 theologie in Leiden. In 1742 werd hij predikant. Na een aantal predikbeurten in verschillende Nederlandse kerken werd hij uitgezonden naar St. George Elmina  om daar te dienen als geestelijk verzorger van de WIC dienaren en het christendom onder de Afrikanen te verspreiden. Hij had zowel bij de bleekscheten en de negers weinig succes in zijn werk. Jacobus wilde met een Afrikaanse trouwen, maar door kerkelijke tegenstand vanuit Nederland moest hij daarvan afzien. Uit Nederland werd hem een blanke vrouw gestuurd waarmee hij in 1745 trouwde. Jacobus probeerde tevergeefs ook nog in de handel zijn geluk. Hij stierf  in 1747.

Uit de vele biografische papjes  die over Jacobus Capitein zijn gebrouwen lepel  ik hier enkele krenten op.

In zijn werkstuk  “De servitute, libertati christianae non contraria" ( “Staatkundig-godgeleerd onderzoekschrift over de slaverny, als niet strydig tegen de christelyke vrijheid”, 1742)  vond Capitein dat de christelijke vrijheid geestelijk opgevat moest worden en niet met de lichamelijke slavernij in strijd was. Hij meende zelfs, dat, als de slavernij onder de christenen werd ingevoerd, de maatschappij van veel leeglopers en bedelaars zou worden verlost.

Kijk,  zo’n man daar heb je nou wat aan!

Officieel stierf Jacobus Capitein op 1 februari 1747, maar  dit smakelijke verhaal vond toch nog zijn weg naar van der AA’s Biografisch Woordenboek:
“Op de plaats zijner bestemming aangekomen zijnde, deed hij welras omvraag naar zijne bloedverwanten, onder welke misschien ook zijne ouders nog leefden, had het genoegen die op te sporen, en was zwak genoeg, om te hunnen gevalle, met verloochening van het Christendom, dat in hem zoowel geworteld scheen, op nieuw een bijgeloovige Heiden te worden. Althans op die wijze heeft men gemeend te moeten verklaren het destijds uit Delmina gekomene berigt, dat hij, na niet lang aldaar geweest te zijn, landwaarts in gereisd en onder zijne natie verdwenen is. Het kan echter ook zijn, dat hij op reis overleden, of misschien wel door zijne heidensche stamgenooten omgebragt”

donderdag 14 juli 2011

Luister en huiver

Een bijzondere ridderorde

In de bibliotheek van het Gelders Archief ligt een stoffig boek uit 1645 met de titel: “Den Nederlandtschen Heravld ofte tractaet van Wapenen en Politycken Adel”, geschreven door Thomas de Rouck.

Één hoofdstuk in dit boek gaat over diverse ridderorden, waaronder het Gulden Vlies en de Orde van de Kouseband. Maar ook minder bekende of in vergetelheid geraakte orden zijn er beschreven, zoals de buitenissige “Orde van de Draak” ingesteld door de Hongaarse koning Sigismund van Luxemburg in 1408. Doel van deze orde was het bestrijden van ketters (Hussieten)  en de Turken. De overwinning van het ware geloof werd gesymboliseerd door een kruis, waaronder een draak  met afhangende vleugels hangt. De draak staat voor de vijanden van het kruis. De orde telde voornamelijk leden uit grote en belangrijke midden-europese families, die vaak de afbeelding van een draak toevoegden aan hun familiewapen. Ook de Engelse koning Henry V behoorde tot de Drakenorde. De bekende Duitse dichter Oswald von Wolkenstein is geportretteerd met de orde van de draak. Zowel Oswald als de Walachijse troonpretendent Vlad uit het geslacht Bassarab werden door Sigismund, inmiddels koning van het Heilige Roomse Rijk in 1431 opgenomen in de Orde. Vlad kreeg later de bijnaam Dracul (de Duivel). Hij was de vader van der roemruchte historische Dracula (Vlad Tepes), wiens naam onsterfelijk is geworden door de gelijknamige vampierroman van Bram Stoker uit 1897.


De orde van de Draak
 Afgelopen zondag 10 juli 2011 was er een interessante radiouitzending over Vlad Dracula op OVT van de VPRO. Luister en huiver



Er is een overzicht  van historische bronnen (brieven, oorkonden, kronieken enz) over Vlad Tepes Dracula