donderdag 26 januari 2012

Familiegeschiedenis: Wie van de drie

Uit de familieoverlevering is bekend dat onze voorouders ook ooit eigenaar waren van een plantage “de Dankbaarheid”
In Suriname zijn drie plantages die Dankbaarheid in hun naam voeren.
Aan de Motkreek lag de katoenplantage Dageraad en Dankbaarheid.
Aan de Wanicakreek :de houtgrond Dankbaarheid.
Aan de Saramaccarivier de koffie en cacaoplantage de Dankbaarheid.

Dankzij de groeiende stroom bronnen die op internet beschikbaar worden gesteld heb ik kunnen achterhalen dat het inderdaad om de plantage aan de Saramacca ging.


Advertentie in de NRC 19-08-1861
Bron KB


Bron KB
In 1863 was deze plantage eigendom van Elisabeth van Bruijning de moeder van mijn betovergrootmoeder. Jacoba Prudence Charlotte Elder. In 1878  kreeg William James Elder, een jongere broer van Jacoba vergunning om winkel te houden op deze plantage.


De lijst van plantages in de Surinaamsche Almanak 1888 (uitg. 1887)
geeft de volgende gegevens:
Beneden Saramacca: . Dankbaarheid     
Eigenaren: Erven W. Elder Jr.  
Beheerders: W.H.K. Nielo, J.C. Burne en W.J. Elder
Gezagvoerder:  J.W. Voss Jr.    
Grootte:  429 HA , waarvan in gebruik 144
Geen opbrengst vermeld.

Bron KB



De plantage werd echter in hetzelfde jaar al op 1 maart verkocht aan H.A. Green.











"De Dankbaarheid" op de kaart
Kaart 1860-1879
Bron: Het Geheugen van Nederland

Kaart 1930
Bron: Het Geheugen van Nederland

Ten oosten van Antonigron ligt "De Dankbaarheid" net waar de Saramacca een bocht naar het zuiden maakt, alvorens verder westwaarts te stromen.



Heden
Bron Googlemaps


maandag 23 januari 2012

Hoog geklommen, diep gevallen


Lodewijk Pincoffs
Collectie Ver Huell
 Louis Pincoffs, een bijzondere Rotterdammer
Ridder der Orde van de Nederlandse Leeuw, Commandeur der Orde van de Eikenkroon, Lid van de Eerste Kamer der Staten Generaal, enz. enz.
Bij deze foto schreef Alexander Ver Huell “14 mei des naamiddags vlugtte deze L. Pincoffs met zijn vrouw en drie zoons uit Rotterdam via Belgié naar Liverpool, waar hij den 15 om 3 uur aankwam, om 4 uur met de snelvarende stoomboot van de White Star Line naar New York stoomde, en aldaar zondag 25 ten 2 uur aan wal stapte.”
En na deze intrigerende tekst werd ik nieuwsgierig naar de reden waarom dit deftige heerschap zo plots naar het buitenland uitweek.
Lees het buitengewone levensverhaal van Lodewijk Pincoffs die met de groten der aarde verkeerde en Rotterdam opstuwde in de vaart der volkeren, maar uiteindelijk door financieel geknoei aanzien en positie verloor.

 
En mocht White Star Line een belletje doen rinkelen, ja dat was de rederij van het beroemdste gezonken schip ter wereld.


zondag 22 januari 2012

Familiegeschiedenis : niets is voor eeuwig

In een vorige blog schreef ik over mijn grootvader Anton Frederik Resida als onderwijzer.
Hij werkte onder andere als schoolhoofd in Uitkijk en woonde later aan de Gravenstraat in Paramaribo.
Onlangs kreeg ik van een familielid nog enkele foto's. Een van de vroegere onderwijzerswoning te Uitkijk (of wat er toen ruim 20 jaar geleden nog van over was) en de andere van de plek waar het huis in de Gravenstraat dat na 1990 was afgebroken, had gestaan. De Gravenstraat te Paramaribo heet sinds 2003 Henck Arronstraat, naar de premier die Suriname naar de onafhankelijkheid leidde.



de voormalige onderwijzerswoning te Uitkijk

















de stoep en fundering van het huis op de hoek Gravenstraat-Swalmbergstraat

donderdag 19 januari 2012

De oude tijden herleven

Toen de overheid voor de grote massa nog geen geluk genereerde, was ieder verantwoordelijk voor zijn eigen lot, zoals bijgaande plaat treffend toont.
Collectie Ver Huell
Maar sinds het midden van de 20e eeuw veranderde Nederland in een sociaal paradijs. Ruim een halve eeuw lang verkeerde de gemiddelde Nederlander in de veronderstelling dat zulke toestanden voorgoed waren weggestopt op de bodem van de oude doos, die geschiedenis heet.
Keren de tijden van weleer terug nu de geluksmachine wordt stil gezet?

donderdag 12 januari 2012

Familiegeschiedenis : fijn dat er kaarten zijn

Plantage Concordia te Saramacca
Aan het eind van de 18e eeuw werden in het district Saramacca in Suriname de eerste plantages aangelegd.
Tijdens de periode van het Engelse Tussenbestuur vestigden zich veel Engelse kolonisten in Suriname. Een aantal van hen stichtte plantages in Saramacca, zoals Kent, Agenoria, Caledonia en Concordia. Deze plantages lagen vlak bij elkaar niet ver van de monding van de Saramaccarivier.
Uit een beschrijving rond het midden van de 19e eeuw:
“De Saramacca, aan wier boorden Groningen, de nederzetting der kolonisten, ligt, is eene schoone, door zwaar bosch bezoomde rivier. die, uit het binnenland ontspringende, zich in zee uitstort. Haar oorsprong is nog door geene reizigers kunnen bereikt worden. Op een' reistogt in 1847 door mij in gezelschap gedaan, de rivier tot ongeveer honderd uren afstand van hare monding opgevaren zijnde, bevonden wij haar nog 100 vademen breed, doch wegens eene aanhoudende droogte, doorwaadbaar. Bij de minste regens wordt de rivier, door menigvuldige in haar uitwaterende kreeken, als van boven, gevoed, terwijl in den regentijd het water tot 10 en 14 voeten stijgt. Met zeeschepen kan de Saramacca 40 uren opwaarts bevaren worden, doch aan hare monding, die een half uur breed is, ligt eene bank, welke diepgaande schepen slechts met springtij toelaat, ongehinderd binnen te loopen”.
Goede landwegen ontbraken, en de rivieren en kreken waren de verkeersaders. Personen- en vrachtvervoer van en naar Paramaribo ging zelfs overzee. Een goede landverbinding tussen Paramaribo en de Saramaccarivier kwam pas in de 20e eeuw, eerst het Garnizoenspad in 1941 en later in 1960 de Oost-Westverbinding.
In de geschiedenis van mijn familie neemt de plantage Concordia in het district Beneden Saramacca een belangrijke plaats in, en na verloop van tijd wil je ook wel eens weten waar die plantage precies gelegen heeft en je gaat op speurtocht.
En dan ben je de oude kaartmakers en landmeters die in Suriname hebben gewerkt heel dankbaar.

Een overzicht van de kaarten tussen 1860 en nu

Kaart van Cateau van Rosevelt  1860-1879, de eerste grote topografische kartering van Suriname

Kaart Cateau van Rosevelt, aangevuld door de landmeter Loth in 1898

Kaart 1930
Topografische kaart van 1953 met de situatie van 1947-1948: de plantage Kent is al gedeeltelijk overwoekerd. Concordia en Caledonia zouden nog in bedrijf zijn

Topografische Kaart van 1953

Overzichtskaart Surinaamse laagland ecosystemen 1978


Googlemaps satellietopname


De plantages hebben hun rug naar de rivier gekeerd, en zijn weer grotendeels aan de wildernis prijsgegeven.

Bronnen:
de beeldbanken van het KIT, KITLV, het Geheugen van Nederland, UVA, KB kranten, Database Koloniaal Erfgoed van het KIT.

vrijdag 6 januari 2012

Goedvolk: what's in a name

In 1926 stierf ene Christina Goedvolk.

de slachtoffers van Jut
Collectie Ver Huell
Christina had ooit gewerkt als dienstbode in Den Haag bij de rijke weduwe Th. v.d. Kouwen-Kate. De weduwe was gesteld geraakt op Christina. Christina echter kreeg kennis aan een zekere Hendrik Jut, van wie ze zwanger raakte. Ze wilden trouwen, maar konden zich dat financieël niet veroorloven. Hendrik vatte het plan op om de weduwe te vermoorden. Misbruik makend van het vertrouwen dat de weduwe stelde in haar voormalige dienstbode wisten ze met een smoes de woning binnen te komen op 13 december 1872  en Jut vermoordde de weduwe en haar dienstbode Helena Beeloo met messteken.
Ze gingen er met de buit vandoor. Hendrik en Christina zwierven een tijdje rond in het buitenland en vestigden zich in 1874 weer definitief in Den Haag, genietend van hun rijkdom. In 1875 versprak Hendrik zich echter over de herkomst van zijn fortuin (of was het toch zijn geweten?) en was het afgelopen met de pret. In 1876 werd het echtpaar veroordeeld.

Familie Jut
Collectie Ver Huell

Christina Goedvolk kreeg wegens medeplichtigheid 12 jaar tuchthuis voor de kiezen.
Haar echtgenoot kreeg levenslang.  De zaak van Jut werd uitgebreid beschreven in het
Geïllustreerd Politie-Nieuws, Wekelijksche kroniek van buitengewone voorvallen, misdaden en ongelukken, dé krant voor het 19e eeuwse Wakker Nederland


Collectie Ver Huell

Collectie Ver Huell


Collectie Ver Huell

Collectie Ver Huell

Op 12 juni 1878 stierf Hendrik Jut in het tuchthuis te Leeuwarden aan de galopperende tering.
Na haar vrijlating kwam Christina nog een keer in de gevangenis wegens kleine diefstallen. Ze zou nog een keer trouwen. De dochter die ze bij Hendrik had gekregen liet later haar met schande overladen achternaam veranderen.