woensdag 30 november 2011

Verjaagd uit het paradijs.

De familie Ver Huell bezat ooit in Rotterdam een paradijselijk plekje aan de Maas. De idylle kon echter geen stand houden tegen de opstomende modernisering in de gedaante van het stationsgebouw van de Rhijnspoorweg tussen Rotterdam en Utrecht
Alexander Ver Huell tekende deze tuin en had er nostaligische herinneringen aan.

Collectie Ver Huell


"Bull en Fanny. Tuin aan de Maas te Rotterdam, mei 1848”.
“Op deze plek staat thans het Rijnspoorstation 1870”




















Collectie Ver Huell

“Onze Koepel te Rotterdam aan de Maas [….] Thans staat daar het stationsgebouw van den Rhijnspoorweg.
De genoegelijkste uren in Rott.m bracht ik door op deze plek. Ik tekende en schreef er in de vacantiën een aantal mijner schetsen […..] Bij ondergaanden zon achter de stad rechts, of bij manenschijn was het gezigt daar over de rivier zeer schoon – in het westen schitterde de lieve avondster […]”

vrijdag 25 november 2011

Familiegeschiedenis: Oost-West, thuis toch het best in de West

Anton Frederik Resida
Vroeger in Suriname werd mij heel vaak gevraagd of de “onderwijzer Resida” mijn vader was. 
Mijn grootvader was toen reeds tientallen jaren overleden, maar hij leefde nog steeds voort in de herinnering van veel mensen. Kennelijk heeft hij een diepe indruk nagelaten.
Anton Frederik Resida (1901-1948) was een zoon van James Resida (1862-1923)  en Frederika Marengo (1877 -?)
Zijn ouders verdienden de kost met werken in het bos, oa in de goudwinning.  Hun kinderen volgden hun schoolopleiding in een internaat van de EBG.  De broeders zagen wel wat in AF en hij mocht doorleren voor onderwijzer. Anton studeerde na zijn schoolopleiding tot ’s-avonds laat bij het licht van de olielamp.
In 1919 slaagde hij voor zijn eerste onderwijzersexamen

Bron KB
Hij woonde in 1921 nog bij zijn ouders aan de Zwartenhovenbrugstraat 234 Paramaribo
Anton Frederik huwde  in 1923 met. Reine Adèle Simons (1898-1985)
Hij werkte als onderwijzer aan de RK- St. Petrus School (1924-1925) en woonde in de Wanicastraat 24.
In 1926 volgde een aanstelling in Hamilton te Coronie. Zijn echtgenote R.A. Simons kreeg ook een aanstelling als onderwijzeres handwerken. In 1931 werd de school te Hamilton gesloten en werd Resida overgeplaatst naar Helena Christina. Tussen 1931-1935 werkte Resida als onderwijzer van bijstand aan de school voor beperkt onderwijs in  achtereenvolgens in Helena Christina, Nieuwe Grond, en Livorno.
Tussendoor haalde hij nog zijn akte tekenen.  In 1936 werd hij tijdelijk hoofd in Nieuwe Grond. Vervolgens werd Resida tijdelijk schoolhoofd te Uitkijk in het district Saramacca.

Bron KB


Bron KB
SS Rensselaer  in de haven van Paramaribo

Anton Frederik Resida (in het midden) in de winter van 1938-1939
In 1938 reisde Resida  met de Rensselaer.naar Nederland om zijn hoofdakte te halen.
Hij woonde tijdens zijn studie in Amsterdam in de 2e Helmerstraat 89 boven.
Resida behaalde zijn hoofdakte in juli 1939

Bron KB
en vertrok op 1 augustus 1939 weer naar Suriname.
De bootreis duurde gemiddeld 10 -14 dagen.


Tijdens zijn studie werd Resida gevraagd of hij in de Oost wilde werken. Het uitbreken van de WOII in september 1939 deed hem van het plan om met zijn gezin naar Oost-Indië te verhuizen afzien. Dan maar liever thuis in de West.
De SS Rensselaer werd in mei 1940 tot zinken gebracht door de Duitsers.

bron KB















De woning aan de Gravenstraat:








Het woonhuis van de onderwijzer Resida en zijn gezin aan de Gravenstraat Ik heb er vroeger vaak gelogeerd. Maar het balkon was al lang geleden afgebroken







Deze foto’s dateren uit 1991


Het huis bestaat niet meer.






Resida werd na terugkeer onderwijzer aan de Hendrikschool 
Hij gaf les in de vakken Nederlandse taal en geschiedenis.
Anton Frederik Resida zette zich ook op andere terreinen in voor de jeugd. Zo was hij in 1947 lid van de afd. Paramaribo van het N. Indisch Jeugdcentrum (Hilversum), dat ten doel had de kennis over de Nederlandse koloniën onder te jeugd te verbeteren.
In 1948 zat hij in het bestuur van Vereniging Algemene Speeltuinen (V.A.S)

Verder zette Resida zich ook actief in voor de verbetering van de positie van onderwijzers in Suriname. 

Bron KB


het 25 jarig huwelijk in 1948

In Suriname is er een school naar Anton Frederik Resida  genoemd.

Anton Resida School



dinsdag 22 november 2011

Dubbel Focus

Voor mensen die zowel bij- en verziend zijn hebben de brillenmakers tegenwoordig een heel scala aan: dubbel-focus', 'vario-focus', varifocale of varifocus, bifocale,  trifocale, en multifocale brillen ontwikkeld.

Maar hoe deed men dat vroeger? 

Collectie Ver Huell




Tweehonderd jaar geleden loste men dat op deze wijze op.
   































Het begon ruim 1000 jaar geleden met de  leessteen  (een Arabische uitvinding). Deze steen werd gemaakt van het lichtgekleurde glas beryl. Hier is het woord 'bril' van afgeleid. Een Italiaanse monnik ontwierp  in de late 13 eeuw een bril waarbij twee leesstenen werden gevat in een houten montuur.. Deze brillen met positieve lenzen, waren alleen geschikt voor verzienden.  leesbrillen dus. Brillen voor bijzienden kwamen  pas in de 15e eeuw op de markt. En de bij- en verziende moest het dus met twee brillen doen.

donderdag 17 november 2011

Mijn Familiegeschiedenis : grootvader Willem Bijl


Willem Bijl : Jonge Jaren

Willem Bijl (1904-1986) was de oudste zoon van Steffen Bijl en Theresia Wilhelmina Josephine Diergaarde.


Willem Bijl en zijn moeder in 1904

Willem als peuter





















De jonge Willem werd voetballer bij Ajax

Bij de Ajax-jeugd

Een schouderblessure maakte echter als snel een einde aan de voetballerij














Net als zijn vader en grootvader werd Willem timmerman, en hij werkte in het bouwbedrijf van zijn vader 

huwelijk in 1930
In 1930 trouwde Willem met Antje Scholten 

In de dertiger en veertiger jaren toen de bouw nagenoeg stil lag als gevolg van de crisis en de oorlog werkte hij bij de decorbouw in de Cinetone filmstudio’s aan de Duivendrechtse kade.















Mobilisatie  in 1939 en daarna

In  september 1939 werd Bijl opgeroepen voor de mobilisatie.  Hij zat bij de genie en moest mijnen leggen. Dit was niet zonder risico, want door een fabrieksfout in een van de mijnen werd een maat uit zijn ploeg opgeblazen.


moblisatie 1939-1940, rechts achter staat Willem Bijl

 
Onder de wapenen in 1939-1940

Willem Bijl en zijn makkers werden ingekwartierd in deze villa, die door het leger was gevorderd van de bewoners, een pas gehuwd jong echtpaar, zoals mijn grootvader vertelde.
Hier was Bijl met zijn kameraden ingekwartierd
Deze kaart verzond hij op 21 september 1939 aan zijn gezin in Amsterdam.
Tussen 10-15 mei 1940 was hij gelegerd aan de Lek bij Schoonhoven.
Na de capitulatie op 15 mei 1940 werkte hij weer bij de filmstudio's, die in 1941 werden overgenomen door de UFA.
Na  de bevrijding in 1945 kwam Willem Bijl  in dienst bij het Ministerie van Wederopbouw, eerst bij de oorlogsschade te Arnhem en in 1953 in Zeeland na de watersnoodramp, en daarna vervolgens tot aan zijn pensioen bij de Rijksgebouwendienst.

dinsdag 15 november 2011

Lupanaria in de straat Ubique

De Engelse kunstenaar William Hogarth heeft het lot van losbollen en lichtekooien op beeldende wijze weergegeven.

Onderstaande plaat van de Nederlandse 19e eeuwse tekenaar Alexander Ver Huell zou zijn geïnspireerd op het werk van Hogarth

De straat Ubique door Alexander Ver Huell
Collectie Ver Huell

Ver Huell schrijft:
"Deze plaat werd, reeds jaren geleden, in folio-formaat door mij uitgegeven bij de Heeren Thieme. Een jongeling, in vreeze voor lupanaria opgevoed, stuift de straat
Ubique door. Er zijn onderwerpen, waarvan het schilderachtig-phantastische een kunstenaar voor den geest blijft spoken, tot hij er zich van vrijmaakt. De vrucht, rijp, moet van den boom. Want een tendensplaat is het niet. 1k ben te zeer overtuigd van de onmisbaarheid, vooralsnog, mits niet zonder streng, speculatief, sanitair onderzoek, dier ubiquiteiten, ter voorkoming van erger en ergerlijker equivalenten. Het smart mij deze en dergelijke snaren hier te hebben moeten aanraken — en ik laat die tegen mijn wil beroerde zaken voorgoed rusten. Doch, onafhankelijk, noch optimist, noch pessimist, acht ik het plicht te trachten waar te zijn."
De woorden van een typische 19e eeuwse  moralist, die overigens niet aan de vrouw geraakte.
Bedoelde de tekenaar met “jongeling in vreeze voor lupanaria opgevoed” zichzelf misschien?
De datering van die men aan deze plaat geeft 1835 lijkt me wel erg vroeg. Toen was onze Alexander nog maar een knaap van 13. Een vroege wijsneus zullen we maar zeggen.
De hier getoonde plaat is overigens niet geheel volledig. Van de zijkanten is iets afgesneden. In zijn geheel kan men hem onder andere hier bewonderen

dinsdag 8 november 2011

Mijn familiegeschiedenis : in de bouw

Cornelis Arendse, partner van Steffen Bijl

Reeds eerder heb ik iets geschreven over mijn overgrootvader Steffen Bijl en de bouwonderneming die samen met zijn partner J.Th. Distelbrink had.
Uit de familieverhalen was bekend dat Steffen Bijl nadat Distelbrink er uit was gestapt, later in de dertiger jaren van de 20e eeuw een nieuwe partner had gevonden, ene “meneer Arendse” Verdere  gegevens kon men mij leveren. Pas onlangs heb ik deze genoemde Arendse kunnen identicfieren, met dank aan de onvolprezen Historische Krantenpagina  van de KB en Genlias de bron voor stamboomonderzoek.

De "heer Arendse" is Cornelis Arendse. Hij haalde in 1921 zijn diploma bouwkundig opzichter en bouwkundig tekenaar en trouwde in 1924 met Debora van Straten, gescheiden echtgenote van Bernard Wijnkamp 

Bron KB



Examen C. Arendse, bouwkundig opzichter en bouwkundig tekenaar (Algemeen Handelsblad 23-04-1921)


Bron KB

Gebr. Marinus Frans & C. Arendse aanemers van bouwwerken (Algemeen Handelsblad 28-01-1930)
 



Bron KB


Diverse advertenties in de dertiger jaren van M.F& C. Arendse als aannemers en makelaars 1932
























In een advertentie van 17 maart 1939 in het Algemeen Handelsblad vinden we Cornelis Arendse genoemd samen met S. Bijl

Bron KB

Bron KB
Cornelis Arendse stierf op 10 mei 1941 oud 46 jaar. (Het Joodsche weekblad: uitgave van den Joodschen Raad voor Amsterdam, 16-05-1941)

Zijn weduwe Deborah Arendse-van Straten werd op 31  januari 1944 in Auschwitz omgebracht. 







woensdag 2 november 2011

Het achtste wereldwonder bij Westervoort

Een obstakel in 1856

Ja Westervoort was ooit heel kortstondig wereldberoemd met het achtste wereldwonder, de spoorbrug over de IJssel die in 1856 werd geopend. Deze spoorbrug, de eerste vaste verbinding over de IJssel  was een onderdeel van de Rhijnspoorweg van Amsterdam via Arnhem naar Emmerik. Nederland was met een staatsschuld van 200% in deze tijd zo’n beetje het Afrika van Europa, en er was buitenlandse ontwikkelingshulp nodig om deze brug te bouwen. De 260 meter lange en 10 meter brede spoorbrug werd door Engelse Ingenieurs ontworpen en gebouwd met Engels geld. De bouw duurde drie jaar.
 
De nieuwste technologie werd toegepast bij de bouw
Gelders Archief
1551-CW231957

De nieuwste technologie werd toegepast bij de bouw
Gelders Archief
1551-CW231954

De nieuwste technologie werd toegepast bij de bouw
Gelders Archief
1551-CW231962

















Het 8e werelwonder bij Westervoort in 1856
Gelders Archief, 1551-CW231964
Zoals vaak met ontwikkelingsprojecten gaat, was ook dit geen onverdeeld succes. Kort na de openstelling van de brug ontstonden al de eerste problemen. IJsschotsen bleven steken rondom de pijlers en ijsbrekers. De brug werd zowel een obstakel voor het scheepvaart en ook het treinverkeer. In 1891 werd deze brug vervangen door een nieuwe brug . En hebben de ingenieurs van Rijkswaterstaat iets geleerd de afgelopen 150 jaar?  In 2011 bij de brug van Westervoort in ieder geval niet.

Plattegrond met de ijsbrekers
Gelders Archief,
1551-CW231951