Posts tonen met het label Elisabeth Veronica de Haas. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Elisabeth Veronica de Haas. Alle posts tonen

vrijdag 3 mei 2024

Familiegeschiedenis : Mietje de Haas

 

Op vier maart 1897 overleed Mietje de Haas in het huis aan de Saramaccastraat E21 te Paramaribo.

Overlijden van Mietje de Haas, 4 maart 1897


Overlijdensakte Mietje de Haas, 4 maart 1897
Bron : SR-NA_2.10.61_1084_0094

Advertentie overlijden Mietje de Haas.
Bron : www.delpher.nl

Mietje (1812-1897) was een jongere zuster van Elisabeth van Bruijning (ook bekend als Elisabeth Veronica de Haas, 1808-1867). 

Elisabeth van Bruijning was de moeder van Jacoba Charlotte Prudentie Nielo-Elder (1836-1898)

Mietje was dus de tante van Jacoba Charlotte Prudencie Nielo-Elder. 

William Karel Harry Nielo was een zoon van Jacoba C.P. Nielo-Elder en dus een achterneef van Mietje de Haas.

Hendrik Marius Simons was in 1892 gehuwd met Wilhelmina Veronica Henriette Nielo en een schoonzoon van Jacoba C.P. Nielo-Elder

 Mietje overleed in de woning van Jacoba C.P. Nielo-Elder.

Haar leeftijd werd geschat op 90 jaar. Ze was echter 85 jaar geworden, in die dagen in Suriname toch een respectabele leeftijd. Haar moeder was onbekend volgens de overlijdensakte.

Kennelijk werd er in de familie weinig of niet gesproken over het verleden van Mietje. Mietjes moeder was namelijk de slavin Jansje van Gratia van Prinses van Van Meel.

Over de geschiedenis van Mietje de Haas en haar zuster Elisabeth verwijs ik naar de hier volgende blog posts:

https://arkhamarchivaris.blogspot.com/2017/02/familiegeschiedenis-weer-een-raadsel.html

https://arkhamarchivaris.blogspot.com/2019/06/familiegeschiedenis-het-erfdeel-van.html

https://arkhamarchivaris.blogspot.com/2017/04/familiegeschiedenis-de-nazaten-van-de.html

https://arkhamarchivaris.blogspot.com/2011/12/familiegeschiedenis-mijn-naam-is-haas.html

dinsdag 23 april 2024

Familiegeschiedenis : census 1811 in Suriname

In 1811 hield de Britse regering een volkstelling in het hele rijk. Suriname viel in dat jaar onder Brits bestuur en ook daar werd een volkstelling gehouden.

Het  resultaat van deze telling is nu te raadplegen bij het Nationaal Archief https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken

1.11.06.21 Digitaal Duplicaat: Census Suriname, 1811 in het archief Colonial Office te Londen

 In dit archief zijn gegevens opgenomen over de plantages (eigenaren, administrateurs en vrije en onvrije bewoners) .

De volgende plantages, waaraan de geschiedenis van sommige van mijn voorouders is verbonden zijn te vinden in de census 1811, namelijk Alkmaar, Concordia in Saramacca, De Peperpot, Halle in Saxen, De Vier Kinderen en Nieuw Meerzorg. Frederiksdorp stond trouwens niet in de lijst. 

De overige bevolking werd in het resultaat ingedeeld naar huidskleur, met vermelding van hun beroep en het aantal slaven in hun bezit. 

Opgave van de "blanken"en hun slaven
bron: NL-HaNA_1.11.06.21_CO278-18_0001-groot


Opgave van de "vrije kleurlingen en negers" en hun slaven in Suriname
Bron: NL-HaNA_1.11.06.21_CO278-22_0001-groot


Bij de slavenbevolking werd ook beroep en herkomst vermeld, namelijk of men Afrikaan of Creool (geboren in Suriname)  was.  Een enkele keer werd de term inboorling gebruikt.

Ik vond over een aantal voorouders nog wat nadere gegevens

C. de Haas, van beroep ponteknecht. C. de Haas adopteerde mijn voormoeder Elisabeth van Bruijning (Elisabeth Veronica de Haas) en haar zusje Mietje (de Haas)

Inschrijving C. de Haas in 1811
Bron : NL-HaNA_1.11.06.21_CO278-24_0035
 

De familie Dandlau. Kea van Dandlau had geen beroep. Ze werd onderhouden door haar voormalige meester.


Kea van Dandlau en haar kinderen in 1811
Bron : NL-HaNA_1.11.06.21_CO278-22_0113

C. Dandlau was in 1811 directeur van de Plantage Boxel

C. Dandlau op Boxel in 1811
Bron: NL-HaNA_1.11.06.21_CO278-15_0243


C. Dandlau op Boxel in 1811
Bron : 
NL-HaNA_1.11.06.21_CO278-15_0244


Simon Ezechiël Simons en zijn moeder de weduwe Ezechiël Simons.

Inschrijving Simon Ezechiël Simons en echtgenote Malka Isaac Emanuels in 1811
en hun slaven. 
Bron: NL-HaNA_1.11.06.21_CO278-21_0026
                                


Inschrijving weduwe Ezechiël Simons,Marianna Jacob Goedman. 
Bron: NL-HaNA_1.11.06.21_CO278-20_0027


Frommetjes de Vries, weduwe van Isaak Emanuels, de ouders van Malka Isaak Emanuels, die was getrouwd met Simon Ezechiël Simons. Frommetje was eigenares van 11 slaven, waarvan 8 afkomstig waren uit Afrika. Allen werden met naam genoemd.  Één kleermaker, vier huismeiden, één kokkin, een delver en drie vrouwen, waarbij werd vermeld dat ze het meeste geld opbrachten, zonder dat hun beroep erbij werd vermeld. Dat laatste geeft toch wel te denken.

De weduwe Isaak Emanuels, geboren de Vries
Bron: NL-HaNA_1.11.06.21_CO278-18_0105-groot



 In de lijst van de "Kleurlingen en Negers" staat onder nummer 398 Driesje van Prinses van Van Meel genoemd en nog zeven andere leden van de familie van Prinses van Van Meel, maar ik heb ze niet kunnen vinden bij de ingeleverde formulieren.

Driesje van Prinses van Van Meel en haar familie staat onder nr. 198 ingeschreven, dus toch nog gevonden. Jacoba van Prinses van Van Meel, ook wel eens genoemd als Coba wordt genoemd. Zij was de de dochter van Prinses van Van Meel en alle nazaten stammen via Coba van Prinses af. Jacoba was oud en zonder beroep. De Prinses van Van Meel in de lijst is ook een nakomeling. De stammoeder Prinses van Van Meel was al in 1792 overleden.


De inschrijving van Driesje van Prinses van Van Meel
en haar familie.
Bron NL-HaNA_1.11.06.21_CO278-18-groot


Ik heb wel wat voorouders gemist, namelijk bij de blanken William Elder en bij de niet-blanken zijn levensgezellin Jenny van Elder en haar drie zoons Charles, John en William jr.  (door William gemanumitteerd in 1810) Mogelijk woonden ze op een plantage, maar op de plantage Concordia werden ze in ieder geval niet genoemd.

Het is de vraag of de totaalcijfers van de Surinaamse bevolking in 1811 wel kloppen, want ook de bewoners van het binnenland, de  Marrons en de Inheemse Indianen werden niet meegeteld.


Opgave van de bevolking in Suriname 1811
NL-HaNA_1.11.06.21_CO278-17_0009-groot

vrijdag 28 juni 2019

Familiegeschiedenis: het erfdeel van Elisabeth van Bruijning


Elisabeth van Bruijning, ook bekend als Elisabeth Veronica de Haas trouwde in november 1842met William Elder Jr., zoon van de plantage-eigenaren William Elder en Jenny van Elder.

Elisabeth bracht in haar huwelijk de volgende eigendommen in: de helft van de woning aan de Groote Dwarsstraat 197 gelegen in de Vrijmans Grond (Frimangron), en een slavin waarvan zij voor de helft eigenares was.
Haar vermogen was haar erfdeel uit de nalatenschap van Christoffel de Haas die zijn bezittingen had vermaakt aan Elisabeth en haar jongere zusje Mietje.
Toen Christoffel de Haas in 1817 overleed waren Elisabeth en Mietje minderjarig en de boedel werd beheerd door de Weeskamer. 

https://www.nationaalarchief.nl
NL-HaNA_1.05.11.13_682_0058

https://www.nationaalarchief.nl
NL-HaNA_1.05.11.13_682_0059

Nadat Elisabeth en William in 1842 in het huwelijk waren getreden droegen de weesmeesters in januari 1843 de administratie van haar erfdeel over aan Williams zaakgelastigde Ooykaas.

Bronnen
Commissie uit het gemeentebestuur tot de zaken van de nieuwe wees-, curatele- en onbeheerde boedelkamer, 1828-1832 
NL-HaNA_1.05.11.13_682_0058
NL-HaNA_1.05.11.13_682_0059

Notariële archieven van Suriname 1828-1845
NL-HaNA_1.05.11.15_063_0199
NL-HaNA_1.05.11.15_063_0200

donderdag 28 juni 2018

Familiegeschiedenis : de familie Elder in het slavenregister 1851-1863

Een eerste onderzoek in het Surinaamse slavenregister 1851-1863  naar mijn slavenhoudende voorouders William Elder jr en zijn echtgenote Elisabeth Veronica de Haas leverde het volgende resultaat op.


Dit betrof de slaven in particulier eigendom. William Elder Jr. had als mede-eigenaar 1/8e aandeel in de plantage Concordia in Saramacca, en was ook voor 1/8e eigenaar van de slaven op deze plantage.
Overigens was William Elder als slaaf geboren en hij werd samen met zijn moeder en twee broers in 1810 door zijn vader-eigenaar in vrijheid gesteld. Ook zijn echtgenote werd in 1808 als slavin geboren en in 1810 vrijgekocht.

dinsdag 4 april 2017

Familiegeschiedenis : de nazaten van de vrije Prinses van Van Meel

Enkele blogposts geleden besteedde ik aandacht aan Elisabeth van Bruijning (geboren 1808), ook bekend als Elisabeth Veronica de Haas en haar adoptie door Christoffel de Haas.  Daar vroeg ik mij af wanneer ze werd gemanimutteerd  (haar moeder Jansje was slavin) en wie haar vrijlater was.
Een weekeind intensief speuren in de scans op www.gahetna.nl leverde antwoord op deze vragen.

De brief van vrijdom ten behoeve van Elisabeth werd begin 1810 aangevraagd door Jacob Bruijning (ook wel geschreven als Bruyningh, Bruijningh, Bruining, Bruyning)

Uit deze aanvraag bleek het volgende. Op 14 februari 1798 werd Bruijning door het Hof van Justitie te Paramaribo benoemd tot straatvoogd over de kleinkinderen en achterkleinkinderen van wijlen de vrije negerin prinses van Van Meel (ook wel gespeld als Princes, Princesse, Prinsesse), en behorende tot de boedel van "Prinses van Van Meel"

Deze kleinkinderen en achterkleinkinderen waren
- de negerin Prinses, en haar kinderen de mulatten Driesje - Carolina en hun kinderen de mulatten Frederik en Christopher (Cristoffel), zijnde haar dochter Mietje overleden
- Galathea en haar kinderen Jacobus - Apollo
- en de negerin Gratia (moeder van Jansje en Antje, en latere grootmoeder van Elisabeth)
Voor de meesten werden de vrijdomsbrieven in 1798-1799 aangevraagd en ook verkregen.

Op 7 maart 1798 werd de aanvraag voor vrijbrieven voor Gratia en enkele van haar verwanten geregistreerd.

NL-HaNA_1.05.10.04_1370_0044
Op 31 maart 1798 werden de aangevraagde manumissies geadverteerd.


NL-HaNA_1.05.10.04_1370_0078

Een kleine maand later op 26 april 1798 werd de vrijbrief voor Gratia geregistreerd, samen met de publieke bekendmakingen van haar manumissie.


NL-HaNA_1.05.10.04_1370_0089

Antje en de carboegerin Jansje, kinderen van de vrije Gratia verkeerden in 1810 echter nog in de staat van slavernij.
In zijn aanvraag in 1810 stelde Bruijning dat hij nog niet alle familieleden, waaronder Jansje vrij had gekregen omdat het tarief (de boete) op de vrijdom imiddels was verhoogd. Jansje zelf had op een of andere manier het geldbedrag nodig voor de manumissie van haar dochter,  bij elkaar gekregen en dat aan de straatvoogd overhandigd.
Voor de aangevraagde vrijlating van Elisabeth werd op 22 februari 1810 een bedrag van 99,10 gulden betaald.


NL-HaNA_1.05.10.04_1378_0049


Tegen de voorgenomen manumissie van Elisabeth werden geen bezwaren ingediend


NL-HaNA_1.05.10.02_512_0057
Op 11 mei 1810 besluit het Hof dat Elisabeth haar brief van vrijdom krijgt


NL-HaNA_1.05.10-02-512-0055
We weten nu wanneer Elisabeth vrijkwam en hoe ze aan haar achternaam "Van Bruijning" kwam.

Maar nu zijn er de volgende vragen:
Wie was Prinses van Van Meel?
Wanneer is zij gestorven?
Wanneer werd zij een vrije vrouw?
Waarom was Prinses vrij, maar verkeerden haar nakomelingen in de slavenstand?

De naam "van Van Meel" wijst in de richting van  Gerard Willem  (ook wel Willem Gerard) van Meel, die van 1732 tot 1737 Raad Fiscaal in Suriname was. Hij overleed in 1742, of zijn zoon Joan Willem Gerard (ook wel Joan Gerard Willem) van Meel (1741-1771).
Er is nog veel wroetwerk te verrichten in de archieven.

Geraadpleegde bronnen:
www.gahetna.nl
1.05.10.02 Raad van Politie invnrs. 512 scan 55-57
1.05.10.04 Raad van Justitie, inv.nr. 1370 scans 44, 78, 89 en 1378 scan 49

vrijdag 24 februari 2017

Familiegeschiedenis : weer een raadsel opgelost

Het  raadsel waarom Elisabeth van Bruijning zich ook Elisabeth Veronica de Haas noemde is nu opgelost.

In 1815 noemde Christoffel de Haas in een akte het vrije mulattenmeisje Elisabeth van Bruijning zijn aangenomen dochter.  Verder bleek dat het mulattenmeisje Mietje (de Haas), geboren op  23 februari 1812 haar zusje was. C. de Haas schonk beide meisjes het door hem bewoonde erf en de daarop staande gebouwen, gelegen aan de vrije Corps grond (Frimangron) no. 261, onder voorwaarde dat hij levenslang het vruchtgebruik behield, en pas na zijn overlijden vrij in eigendom aan hen werd overgedragen. Verder moesten de meisjes in goede harmonie als zusters met elkaar omgaan.
Mocht dat niet lukken, dan moest Elisabeth het achtergebouw (de keuken) beschikbaar stellen aan Mietje.



Notarissen Suriname tot 1828 NL-HaNA_1.05.11.14_901_0257

Hoofdgelden
NL-HaNA_1.05.10.07_315_0406

Hoofdgelden NL-HaNA_1.05.10.07_315_0407

De ernstig zieke Christoffel maakte op 14 januari 1817 zijn testament op, waarin hij Elisabeth en Mietje tot zijn enige erfgenamen benoemde. Voor Mietje moest de vrijdom worden aangevraagd. Executeurs van de boedel en voogden over de meisjes werden de curators van de Weeskamer en de vrije Gratia van Princes van Van Meel .

Testament C. de Haas
Notarissen Suriname tot 1828 NL-HaNA_1.05.11.14_805_0131

Uit het testament van C. de Haas bleek verder dat hun moeder de carboegerin Jansie was, behorende aan de vrije negerin Gratia (Gracia) van Princes van Van Meel. Gratia van Princes van Van Meel, was de grootmoeder van Elisabeth en Jansie.
Christoffel overleed 18 februari 1817




Kerkgerechtigheid begrafenis Christoffel de Haas

Mietje kreeg na haar manumissie in 1818 de achternaam "de Haas"


Nieuwe Weeskamer Suriname tot 1828 NL-HaNA_1.05.11.12_79_0360


Nieuwe Weeskamer Suriname tot 1828 NL-HaNA_1.05.11.12_79_0361
Beschrijving van hetgeen in het sterfhuis van C. de Haas is aangetroffen
Nieuwe Weeskamer Suriname tot 1828 NL-HaNA_1.05.11.12_124_0108

In de woning werden aangetroffen: het besloten testament, een koffer, een pagaai en een schrijfkistje.
De overledene bezat ook slaven, evenals het huis en het erf waar hij woonde. C. de Haas werd op 18 februari 1817 in de middag begraven.

Afhandeling van de boedel van C. de Haas,
Nieuwe Weeskamer Suriname tot 1828 NL-HaNA_1.05.11.12_124_0109



Nieuwe Weeskamer na 1828 NL-HaNA_1.05.11.13_682_0058


Nieuwe Weeskamer na 1828 NL-HaNA_1.05.11.13_682_0059
Het Vrijmans grond nr 197 komt overeen met het latere adres Groote Dwarsstraat 197
In  de volkstelling van 1811 vinden we de kleurling C. de Haas en de zwarte Princesse van Meel genoemd 

Op 4 juni 1828 maakte de zieke en bedlegerige Gratia van Princes van Van Meel haar testament waarin zij haar kleindochters Elisabeth Veronica de Haas en Anna de Haas tot haar enige en universele erfgenamen benoemde.



Testament van Gratia van Princes van Van Meel

Gratia overleed juli 1828 en werd begraven op de Savanne

Nieuwe Weeskamer na 1828 NL-HaNA_1.05.10.07_315_0406

Over de herkomst van Elisabeth (de moeder van mijn betovergrootmoeder Jacoba Charlotte Prudence Nielo-Elder) is dus nu meer bekend.
Elisabeth van Bruijning werd op 8 maart 1808 geboren en was de aangenomen dochter van Christoffel de Haas.

De moeder van Elisabeth van Bruijning was de slavin Jansie, dochter  en eigendom van de vrije Gratia van Princes van Van Meel. Elisabeth heeft tussen 1808 en 1815 haar vrijdom en de achternaam Van Bruijning gekregen. Hopelijk komen we er ooit achter wie haar de vrijdom en de achternaam Van Bruijning heeft gegeven.