Posts tonen met het label Prinses van Van Meel. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Prinses van Van Meel. Alle posts tonen

dinsdag 4 september 2018

Hollandse lucht maakt soms vrij

De heer E.J. Coetzee vertrok op 8 april met twee slaven Lackey en Pita uit Suriname naar Nederland.
Ze reisden met het schip De Jonge Jan Frederik van kapitein Jan Godlieb Wilke.
Bron www.delpher.nl
De reizigers arriveerden in Nederland begin juni 1778
Coetzee reisde met Lackey en Pita in 1780 terug naar Suriname.
Op 15 mei vertrokken ze met schip De Jonge Jan Theodor van kapitein J. Reijgers. Ze arriveerden  in Suriname op 27 Juli 1780.
 
Bron www.delpher.nl
 
Bron www.delpher.nl
 
 E.J. Coetze overleed kort na zijn echtgenote Alida Wossink in november 1785. Zoals gebruikelijk werd er een boedelinventaris opgemaakt van de bezittingen van de overledene. Tot deze bezittingen behoorden ook zijn slaven.
Lackey die tussen 04 juni 1778- 15 mei 1780 met zijn eigenaar in de Nederlanden verbleef was een zoon van de vrije Prinses van Van Meel.  Prinses (mijn voormoeder) was in 1772 vrijgelaten door Alida Wossink, de latere echtgenote van E.J. Coetzee.
De analfabete Prinses nam een schrijver in de arm die voor haar in de pen klom.
In februari 1786 diende zij een rekest in bij de Raad van Politie in Suriname, waarin zij het volgende stelde: “Haar zoon en Pita waren wettelijk vrije mensen, gezien artikel 5 van het plakkaat van 23 mei 1776 van de Staten Generaal dat uit de koloniën meegenomen slaven stilzwijgend na een verblijf van 6 maanden in de Republiek als vrije mensen zouden worden beschouwd.”

Bron www.nationaalarchief.nl  
NL-HaNA_1.05.10.02_437_0128

Het plakkaat van de Staten-Generaal van 23 mei 1776
Bron www.nationaalarchief.nl  
NL-HaNA_1.05.10.02_224_0099 : detail van het plakkaat van 23 mei 1776
Het plakkaat werd ook in de Nederlandse pers gepubliceerd
 
Bron www.delpher.nl

Bron www.delpher.nl
 
Bron www.delpher.nl
 
Bron www.delpher.nl
Het plakkaat werd op 1 september 1776 in Suriname bekendgemaakt
Bron www.nationaalarchief.nl  
NL-HaNA_1.05.10.02_224_0101
Waren Lackey en Pita ervan op de hoogte dat ze eigenlijk vrije personen waren? In ieder geval maakte de heer Coetzee ze niet wijzer dan ze al waren en na terugkeer in Suriname bleven ze (volgens het door Prinses ingediende rekest) in zijn dienst als slaven.
Het kwam vaker voor dat eigenaren zich niets aantrokken van het plakkaat en hun slaven, na een langdurig verblijf niet de vrijheid gaven waarop deze recht hadden. (Zie notulen Raad van Politie 27 augustus 1781)
Onder verwijzing  naar het plakkaat van 23 mei 1776 art. 5 vond Prinses dat haar zoon als vrij man moest worden beschouwd.
Waarom heeft Prinses de slavenstaat van haar zoon niet veel eerder aangevochten? Ondanks de ogenschijnlijke goede verhouding met het echtpaar Coetzee-Wossink verkeerde ze toch in een te afhankelijke positie van deze machtige en zeer rijke mensen. Haar andere kinderen en kleinkinderen waren ook nog steeds eigendommen van haar werkgevers. Pas in 1785 slaagde ze erin om haar oudste zoon Cojo (gedoopt Joseph) vrij te krijgen, na hem te hebben gekocht van haar voormalige meesteres.
Na het overlijden van het stel Coetzee-Wossink in november 1785 zag ze haar kans schoon en begon ze een procedure om Lackey en ook Pita vrij te krijgen
De executeur van de nalatenschap van Coetzee, C. Juliaans reageerde ten behoeve van  de erfgenaam van E.J. Coetzee, een in Nederland wonende tante, en beweerde dat Coeztee volgens artikel 5 van het plakkaat bij de Hoog Mogenden verzocht had om de slavenstaat van zijn persoonlijke bedienden te continueren, maar kon daarvan geen bewijs overleggen en vroeg uitstel om alsnog met bewijzen te komen. Hij wees de vrijlating van Lackey en Pita af. Het Hof gaf Juliaans 8 maanden de tijd om met bewijzen te komen.
Het waren 8 spannende maanden voor Prinses. Kwam met elk schip dat in de haven van Paramaribo arriveerde het schriftelijke bewijs dat Lackey en Pita geen aanspraak konden maken op hun vrijheid?
Maar er kwam geen bericht uit Nederland.
Voor Prinses gold toen: geen nieuws, goed nieuws.
Eind november liet de opgeluchte Prinses een deurwaarder op C. Juliaans afsturen met de eis om Lackey uiterlijk op 4 december 1786 vrij te laten. Op 30 november vervoegde ze zich persoonlijk bij huize Juliaans om haar zoon op te eisen.
Op 11 december 1786 na het verstreken van de termijn van 8 maanden klom er weer iemand ten behoeve van Prinses in de pen. Ook stelde de heer A. Lemmers zich beschikbaar als borg voor Lackey en Pita.  Een borgstelling was een vereiste om de vrijheid te krijgen, zodat de voormalige slaaf niet te laste zou komen van de gemeenschap.

Bron www.nationaalarchief.nl   NL-HaNA_1.05.10.02_440_0284


Ondanks de tegenwerking van Juliaans slaagde Prinses uiteindelijk erin om Lackey en via een straatvoogd Pita als vrije mannen te laten erkennen door het gezag in Suriname. Op 14 december kregen Lackey en Pita de vrijheid waarvoor Prinses zich zo vurig had ingezet en het Hof veroordeelde de heer Juliaans om de kosten voor de gehele procedure betalen.
Maar het werk van Prinses van Van Meel was nog niet gedaan. Nog een zoon Quassie en haar dochter Coba, evenals haar kleinkinderen leefden nog in de staat van slavernij.
 Bronnen
1.05.10.01 Gouvernementssecretarie invnr. 11 scan 0346
1.05.10.01 Gouvernementssecretarie invnr. 12 scan 0045
1.05.10.02 Raad van Politie invnr. 114 scans 0479-485
1.05.10.02 Raad van Politie invnr. 170 scans 0119, 343, 557
1.05.10.02 Raad van Politie invnr. 224 scan 0099, 101
1.05.10.02 Raad van Politie invnr. 437 scans 0125-139
1.05.10.02 Raad van Politie invnr. 440 scans 0277-286
1.05.10.02 Raad van Politie invnr. 657 scans 0279-280
 

dinsdag 21 augustus 2018

Familiegeschiedenis : de vrije Prinses van Van Meel

De vrije Prinses van Van Meel overleed op 5 januari 1792 in Paramaribo. Het krantenbericht vermeldde dat zij 78 jaar oud was geworden. Prinses was dus in 1714 geboren

Bron: www.gahetna.nl NL-HaNA_1.05.10.01_142_0650


Bron: www.nationaalarchief.nl  NL-HaNA_1.05.10.01_142_0654

In  december 1791 slaagde Prinses er in kort voor haar dood om voor haar dochter Coba de vrijheid te verwerven.

Bron: www.nationaalarchief.nl NL-HaNA_1.05.10.01_142_0135
  
Bron: www.nationaalarchief.nl NL-HaNA_1.05.10.01_142_0136

donderdag 1 februari 2018

De wrede mevrouw Coetzee

In de rubriek Dagboek in de Volkskrant staat vandaag een fragment uit Reize naar Surinamen, geschreven door Johan Gabriel Stedman, waarin de wrede straf die een slavin kreeg omdat ze haar targets niet had gehaald staat beschreven.
De militair Stedman die was ingehuurd om de opstandige weggelopen Marrons te bestrijden, was niet direct een tegenstander van de slavernij, maar uitte in dit fragment wel zijn verontwaardiging over "de onmenselijkheid waarmee de kolonisten de schepsels behandelen die aan hun macht zijn onderworpen."
In zijn reisverslag verhaalde hij regelmatig over de wreedheid waarmee de slaven in Suriname werden behandeld.
Zo ook in deel III, hoofdstuk XXVII, blz. 304-306 (uitg.Amsterdam, 1800, facs. 1974, S.Emmering, Amsterdam) de gebeurtenissen op de plantage Katwijk, eigendom van het echtpaar Coetzee. Stedman verbleef enige tijd als gast op deze plantage.
Met name mevrouw Coetzee werd neergezet als een uiterst onmenselijk wezen. Een jonge slaaf Jacky, die de glazen naar de mening van zijn meesteres niet goed genoeg had gewassen en gegeseld zou worden ontsnapte aan zijn straf door zich dood te schieten, liggend in het bed van zijn meester. Een slavin Yvette werd zwaar gekastijd vanwege een bepaalde opmerking over mevrouw Coetzee, en later nog een keer omdat ze een andere "mevrouw" onbeschoft zou hebben aangekeken.
Deze wreedheden vonden plaats in begin 1773.
Mevrouw Coetzee was niemand minder dan Alida Wossink, die in 1772 mijn voormoeder Prinses van Van Meel de vrijheid schonk en haar ook na haar vrijlating in haar huishouden in dienst hield.

woensdag 20 december 2017

Carolina van Prinses van Van Meel

In diverse posts heb ik geschreven over mijn verre voorouder Prinses van Van Meel (overleden in 1792) en haar kinderen en kleinkinderen.

Onlangs vond ik het overlijden van een van haar kleindochters Carolina, ook bekend als Clarijntje.
Ze was naar gissing 80 jaar oud toen ze in september 1843 stierf, dus zou ze kort na 1760 geboren zijn. Carolina verkreeg haar vrijheid uit slavernij in de periode 1798-1799

Overlijden van Carolina van Van Meel in 1843
Bron: www.delpher.nl

woensdag 2 augustus 2017

Johan Bernard van Voorst

Prinses van Van Meel had in haar testament(en) van 1780 en 1785 J.B. van Voorst aangewezen als testamentair executeur. Johannes Bernardus van Voorst was in 1762 door het echtpaar Denijs-Wossink in dienst genomen als schrijver en boekhouder om op hun plantages te dienen. Hij reisde van Amsterdam naar Suriname. Prinses heeft hem waarschijnlijk op de Plantage Katwijk of in Paramaribo in het huishouden van Alida Wossink leren kennen.

Johan Bernard van Voorst was volgens de Surinaamse almanak van 1795 koopman en winkelier in Hollandse waren. In 1781 was hij aangesteld tot weesmeester. In 1795 werd hij ook vermeld al regenst van 's-lands gasthuis en medeadministrateur van de Hortus Surinamensis. Van Voorst overleed in januari 1805 en werd begraven in de Nieuwe Oranje Tuin

Hoe hun verstandhouding was is moeilijk te zeggen, maar in ieder geval vertrouwde Prinses Van Voorst genoeg om hem de afhandeling van haar nalatenschap toe te vertrouwen.

Bronnen:
Suriname Heritage Guide:  Plantage Katwijk
www.dbnl.org 

donderdag 18 mei 2017

Familiegeschiedenis : een nalatenschap in 1792

Wat heeft Prinses van Van Meel haar erfgenamen nagelaten?

De boedelinventaris die na haar dood werd opgemaakt noemt het huis en erf (N.B. Jodenbreestraat 19) en de inhoud van diverse ruimten in het huis. Het blijkt dat het huis een zolder, en op de zolder een slaapkamer had, verder beneden het voorhuis, een galerij (waarschijnlijk aan de achterzijde van het huis), een bottelarij (bijkeuken) en een keuken. Op het erf dierenhokken (menagerie), met pluimvee en een grote hoeveelheid hout en 2 watervaten.

In de slaapkamer stond een ledikant, met "zijn bonte behangsel", daarin een veere bed (veren matras), peluw en vijf kussens, een wollen deken. Een chameusse ( = charmeuse*) slaapkleed, een Hollandse kist met medicamenten.
*Charmeuse is een glanzende met satijn geweven stof
 

In het hele huis stonden aan meubels 18 stoelen (van diverse kwaliteit), 1 veldtafeltje (slaapkamer), een kleine tafel (galerij) en 2 banken.
Er waren in het voorhuis 2 glazen illusters met dezelfs girandoles (= glazen lusters girandoles), waarschijnlijk hingen deze lampen, want er wordt geen tafel genoemd, alleen 12 stoelen en een houten zitbank.
In de bottelarij: 44 borden van porselein en delfts blauw, diverse koperen gebruiksvoorwerpen (zoals koffiekannen) 1 indiaanse waterpot, een kapotte koperen (brand) spuit en 2 leren brandemmers.
Een voorbeeld van een bottelarij, of botralie in een Surinaams huis.
In de keuken: 3 ijzeren potten, een koperen theeketel, een zilveren slavenmerk PVM (N.B. zou Prinses haar kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen echt met dit merk gebrandmerkt hebben?)

In diverse kisten waren kleding en kleine spullen geborgen.
In de kisten: grote hoeveelheid kleding, maar ook 6 wijnglazen, tinnen lepels, een tinnen schenkbord, een zilveren sleutelhanger, zilveren naaldenkoker, een pennetje in ’t goud gemonteerd met rode steentjes op de kop van ’t pennetje een zilveren knop en dito zilveren oorlepel, enige snoeren (kettingen) witte en zwarte arrawipp…?, 4 spreien, 3 tafelmessen met zwarte heften, 5 ledikantgordijnen.
En verder werden er diverse documenten aangetroffen

De slaven (familie):
De neger Appollo
De negerin Gratia met haar kinderen Antje en [Jansje]
Idem Clarijntje (= Carolina) met haar kinderen Christoffel, Frederik en Mietje
Idem Princes met haar 2 kinderen Driesje en Anthoinetta,
Idem Galatahea

Particuliere slaven: de negerin Princes met haar 2 kinderen Dorothea en Johanna
Idem Mandron (Madelon), idem Acoeba, idem Louisa.
 
De boedelinventaris beschreef de roerende goederen die in verschillende ruimten werden aangetroffen. Of er meer kamers waren dan de in de inventaris genoemde is niet helemaal duidelijk. Het moet bijna wel, want Prinses woonde met 15 slaven in het huis en mogelijk ook met haar vrije kinderen Codjo, Lackey en Coba. Er werden geen woningen op het erf genoemd.

Prinses was op haar eigen erf begraven. Mogelijk ligt haar stoffelijk overschot nog in het perceel aan de Jodenbreestraat.

Bronnen: www.gahetna.nl
NL-HaNA_1.05.11.14_Notarissen in Suriname voor 1828 invnr. 67 scans 0005-0016 (testament 1785)
NL-HaNA_1.05.11.14 Notarissen in Suriname voor 1828 invnr. 278_scans 0005-0008 (boedelinventaris)
NL-HaNA_1.05.11.14 Notarissen in Suriname voor 1828 invnr. 423 scan 0021(verzegeling)
NL-HaNA_1.05.11.14 Notarissen in Suriname voor 1828 invnr. 423 scans 0029-0030 (ontzegeling)
NL-HaNA_1.05.11.14 Notarissen in Suriname voor 1828 invnr. 429 scans 0064-67 (acquit van de boedel)
NL-HaNA_1.05.11.16  DTB Suriname invnr. 30 scan 0153 (DTB) : begraven van Prinses.

donderdag 11 mei 2017

Familiegeschiedenis : Jodenbreestraat 19 en 20

In 1780 maakt Prinses van Van Meel een testament. Daarin vermaakte ze aan haar zoons Codjo, Lackey, Quassie en haar dochter Coba, aankomende de heer Coetzee, haar sieraden, kleding en lijfgoederen. Verder bepaalde ze dat het erf dat ze van de heer Coetzee had gekocht weer aan hem zou toevallen als ze het nog niet had afbetaald bij haar overlijden. In haar testament van 1785, waarbij het testament uit 1780 vervallen werd verklaard liet ze haar onroerend goed na aan haar kinderen, slaven en vrijen.

In 1779 woonde ze in de wijk van de tweede compagnie. Prinses was alleenstaand
In 1780 woonde ze in de wijk van compagnie van Jan Dames. Prinses was alleenstaand.

In 1782 werd Paramaribo ingedeeld in wijken, 
Kaart 1804 met de wijkindeling van Paramaribo, 
Bron http://www.geheugenvannederland.nl/nl

We vinden enkele jaren later de volgende registraties:
In 1788 in wijk nr. 4 Capitein van Velsen: "Princes van Van Meel en haar 7 kinderen en een slaaf"
In 1789 in wijk nr. 4 Capitein van Velsen: "Prinses van Van Meel, seeven
groote slaaven boven 12, ses kleijne dito onder 12 jaren"
Bronnen: 
NL-HaNA_1.05.10.02 (Raad van Politie) invnr. 584 scans 0056 en 128, invnr. 585 scan 0127, invnr. 593 scan 014,  invnr. 594 scan 0075

Begin 1792 stierf Prinses. In haar boedelinventaris werd  het huis en erf no. 19 tussen het erf van Betje van Beeldsnijder en de Boedel van Heijst, genoemd, echter zonder straatnaam. Uit andere bronnen blijkt dat het om Jodenbreestraat 19 gaat. In 1798 bij de boedelinventarisatie van haar overleden zoon Lackey, wordt het erf en huis Jodenbreestraat 19 omschreven als gelegen tussen Betje van Beeldsnijder en David Castro.

Bronnen : 
NL-HaNA_1.05.11.14 Notarissen in Suriname voor 1828, invnr. 67 scans 0005-0016 , invnr. 278_scans 0005-0008, invnr._423 scans 0021, 0029-0030.
NL-HaNA_1.05.11.16 DTB Suriname invnr. 30 scan 0153
 

Uit de Dienst der Domeinen haalde ik volgende informatie over het perceel in de Jodenbreestraat:

Jodenbreestraat no. 020 1785-01 Paramaribo archief 295, (N.B het perceel ernaast op naam van de Prinses van Coetzee is dus 19)

Jodenbreestraat no. onbekend 1777-03 Paramaribo archief 295, gekocht van de erven Mayland door E.J. Coetzee. (NB is nr. 19 = identiek aan het perceel naast no. 20)

Jodenbreestraat no. onbekend 1777-02 Paramaribo archief 295, gekocht van de erven Mayland door E.J. Coetzee. ( NB. is nr. 19= identiek aan het perceel naast no. 20)

Jodenbreestraat no. onbekend 1777-01 Paramaribo archief 295, gekocht van de erven Mayland door E.J. Coetzee. (NB is nr. 19 = identiek aan het perceel naast no. 20)

Jodenbreestraat no. onbekend 1802-01 Paramaribo archief 295, percelen 19 en 20?
 



Kaart 1821
Bron: http://www.geheugenvannederland.nl/nl


Uitsnede uit de kaart van 1821, in groen de mogelijke ligging van Jodenbreestraat 19

Na een nieuwe wijkindeling ligt de Jodenbreestraat in wijk C.
Bron:  http://www.geheugenvannederland.nl/nl
 
De erven "Joseph van Van Meel" woonden later in de Jodenbreestraat 20.
Cojo, de zoon van Prinses was in 1776 EBG gedoopt, zijn doopnaam was Joseph. Hij wordt in de stukken ook Joseph van Princes van Van Meel genoemd. Codjo overleed in 1803. Helaas is er geen boedelinventaris van hem bewaard gebleven.

Huurwaarderegisters NL-HaNA_1.05.11.09_36_0035
Bron: www.gahetna.nl

Uit krantenadvertenties, de wijkregisters van 1828 en huurwaarderegisters 1827-1828 heb ik nog het een en ander kunnen vinden over de erfgenamen van Joseph van Van Meel in de Jodenbreestraat 20.
Wijkregister NL-HaNA_1.05.11.09_37_0044
Bron: www.gahetna.nl
Bronnen : 
NL-HaNA_1.05.08.01 Gouv.-Gen. West-Indische Bezittingen invnr. 637 scan 0017, invnr 696 scan 0036NL-HaNA_1.05.10.01  Gouvernementssecretarie invnr. 691 scan 0029 
NL-HaNA_1.05.10.07 Administratie van Financiën Suriname invnr318 scans 0113-0114, invnr. 340 scan 0111, invnr. 89 scan 0330
NL-HaNA_1.05.11.09 Suriname / Gemeentebestuur invnr35 scan 0022, invnr. 36 scan 0035

Jodenbreestraat D.20 werd in 1832 bezeten en bewoond door Princes van P. van Meel en Cornelia van P. van Van Meel.  In datzelfde jaar werd het erf en huis Jodenbreestraat D.20 geveild.
Bron:  www.delpher.nl 

maandag 8 mei 2017

Familiegeschiedenis : de manumissie van Prinses van Van Meel


Princes (ook wel geschreven als Prinses) was het eigendom van het echtpaar Van Meel-Wossink

In 1771 stierf Jan van Meel en in 1772 gaf zijn weduwe Alida Wossink aan Princes de vrijheid.

"Uit hoofde van de getrouwe diensten door eene haerer slavinnen genaamd Prinses aan haar een geruime tijd beweesen, wel geneegem was… om haar uit de staat der slavernij te ontheffen"…. Prinses "is in staat zich zelve te alimenteren door een dagelijkse broodwinning"… als ze vrijdom heeft verkregen "sy gebenificieerd sal worden met een erff en daar op synde gebouwen gelegen buiten Paramaribo"
Bron NL-HaNA_1.05.10.02 Raad van Politie in Suriname invnr. 408 scans 0237-0248


www.gahetna.nl NL-HaNA_1.05.10.02_408_0239


www.gahetna.nl NL-HaNA_1.05.10.02_408_0240

Over de herkomst van Prinses heb ik helaas niet veel kunnen achterhalen.
In een Inventaris van de plantage Katwijk 1759 (zie verderop) staan in de lijst van slaven de volgende namen die voor dit onderzoek interessant kunnen zijn.
Mannen:
Quassie (kuiper, 525 gldn),
Codjo (snijder en voetebooy, 500 gldn)
Wijven:
Prinses (wasvrouw en kokkin, 750 gldn),
Coba (breister, 490 gldn)
Kettie met de krabbejas (350 gldn) (zie ook 1782 vrijdom Kettie door Prinses)
Jongens :
Quassie (300 gldn),
Laky (150 gldn)
Meisjes :
een kleine Coba, (stopster, 280 gldn
Bron: NL-HaNA_1.05.11.14 Notarissen in Suriname tot 1828 invnr. 692 scans 0861, 0869-0874
 De namen Prinses, Quassie, Codjo,Coba en Lacky zijn hier van belang. De kinderen van Prinses dragen deze namen. Ook de naam Kettie is interessant want in 1782 gaf Prinses een door haar gekochte slavin Kettie de vrijheid.
 
De Plantage Katwijk ter grootte van  500 akkers werd door gouverneur Mauricius in 1746 uitgegeven aan de - toen dertienjarige - Alida Maria Wossink (1733-1785) uit Paramaribo, dochter van Andries Wossink (?-1746) en Maria Anna Lemmers (1705-1789). In 1748 trouwde Alida met Christiaan de Nijs Door zijn huwelijk werd hij mede-eigenaar van de plantage, die ongetwijfeld door hem is ontgonnen en als koffieplantage is aangelegd.

In 1759 werd van de plantage een inventaris opgesteld. Katwijk was toen al een grote koffieplantage met 159 slaven, en een getaxeerde waarde van HFL. 150.660,-. de Raad-Fiscaal Jan Willem van Meel (1741-1771), die Katwijk in 1770 met 200 akkers achterland vergrootte was de 2e echtgenoot van Alida Wossink. Het derde huwelijk van Alida Wossink was met Everhardus Jacobus Coetzee (1743-1785)


Als vrije vrouw noemde Prinses zich de vrije Prinses van Van Meel, ook wel de vrije Prinses van Coetzee.
Princes bleef echter in dienst van de weduwe Van Meel. Ze had 4 kinderen die bij de wed. Van Meel nog in de staat van slavernij verkeerden: Quassie, Codjo, Lackey en Coba. Ze slaagde erin om in ieder geval drie van haar kinderen vrij te krijgen: Codjo (1785), Lackey (1786) en Coba (1791)
Het woonhuis van de weduwe Van Meel-Wossink, waar Prinses van Meel en haar kinderen en kleinkinderen als slaven woonden en werkten bestaat nog en heeft als huisnummer Plein 002 en is bekend als het Duplessis huis.
  

woensdag 3 mei 2017

Familiegeschiedenis : Stamreeks Prinses van Van Meel tot Reine Adèle Simons


Stamreeks Prinses van Van Meel

Onze afstamming
Prinses van Van Meel (*? - +1792)
Zoons en dochter 
zoons : Codjo/Joseph (* - +1803) Lackey (* - +1798) Quassie (* - + voor 1794)
 
                                                                                       dochter
                                                                          Coba? (* - +1821)
 
Kleindochter
Gratia (*1768 - +1828)
 
Dochter
Jansje (* - +18??)
 
Dochter 
Elisabeth van Bruijning (1808-1867) -
 
Dochter
Jacoba Charlotte Prudence Elder (1836-1898)
 
Dochter
Wilhelmina Henriette Veronica Nielo (* 1865-1927)
 
Dochter
Reine Adele Simons (1898-1985)
(Mijn grootmoeder)
 
 
Andere kleinkinderen en achterkleinkinderen en hun nazaten zijn hier buiten beschouwen gelaten.
Wordt vervolgd!

dinsdag 4 april 2017

Familiegeschiedenis : de nazaten van de vrije Prinses van Van Meel

Enkele blogposts geleden besteedde ik aandacht aan Elisabeth van Bruijning (geboren 1808), ook bekend als Elisabeth Veronica de Haas en haar adoptie door Christoffel de Haas.  Daar vroeg ik mij af wanneer ze werd gemanimutteerd  (haar moeder Jansje was slavin) en wie haar vrijlater was.
Een weekeind intensief speuren in de scans op www.gahetna.nl leverde antwoord op deze vragen.

De brief van vrijdom ten behoeve van Elisabeth werd begin 1810 aangevraagd door Jacob Bruijning (ook wel geschreven als Bruyningh, Bruijningh, Bruining, Bruyning)

Uit deze aanvraag bleek het volgende. Op 14 februari 1798 werd Bruijning door het Hof van Justitie te Paramaribo benoemd tot straatvoogd over de kleinkinderen en achterkleinkinderen van wijlen de vrije negerin prinses van Van Meel (ook wel gespeld als Princes, Princesse, Prinsesse), en behorende tot de boedel van "Prinses van Van Meel"

Deze kleinkinderen en achterkleinkinderen waren
- de negerin Prinses, en haar kinderen de mulatten Driesje - Carolina en hun kinderen de mulatten Frederik en Christopher (Cristoffel), zijnde haar dochter Mietje overleden
- Galathea en haar kinderen Jacobus - Apollo
- en de negerin Gratia (moeder van Jansje en Antje, en latere grootmoeder van Elisabeth)
Voor de meesten werden de vrijdomsbrieven in 1798-1799 aangevraagd en ook verkregen.

Op 7 maart 1798 werd de aanvraag voor vrijbrieven voor Gratia en enkele van haar verwanten geregistreerd.

NL-HaNA_1.05.10.04_1370_0044
Op 31 maart 1798 werden de aangevraagde manumissies geadverteerd.


NL-HaNA_1.05.10.04_1370_0078

Een kleine maand later op 26 april 1798 werd de vrijbrief voor Gratia geregistreerd, samen met de publieke bekendmakingen van haar manumissie.


NL-HaNA_1.05.10.04_1370_0089

Antje en de carboegerin Jansje, kinderen van de vrije Gratia verkeerden in 1810 echter nog in de staat van slavernij.
In zijn aanvraag in 1810 stelde Bruijning dat hij nog niet alle familieleden, waaronder Jansje vrij had gekregen omdat het tarief (de boete) op de vrijdom imiddels was verhoogd. Jansje zelf had op een of andere manier het geldbedrag nodig voor de manumissie van haar dochter,  bij elkaar gekregen en dat aan de straatvoogd overhandigd.
Voor de aangevraagde vrijlating van Elisabeth werd op 22 februari 1810 een bedrag van 99,10 gulden betaald.


NL-HaNA_1.05.10.04_1378_0049


Tegen de voorgenomen manumissie van Elisabeth werden geen bezwaren ingediend


NL-HaNA_1.05.10.02_512_0057
Op 11 mei 1810 besluit het Hof dat Elisabeth haar brief van vrijdom krijgt


NL-HaNA_1.05.10-02-512-0055
We weten nu wanneer Elisabeth vrijkwam en hoe ze aan haar achternaam "Van Bruijning" kwam.

Maar nu zijn er de volgende vragen:
Wie was Prinses van Van Meel?
Wanneer is zij gestorven?
Wanneer werd zij een vrije vrouw?
Waarom was Prinses vrij, maar verkeerden haar nakomelingen in de slavenstand?

De naam "van Van Meel" wijst in de richting van  Gerard Willem  (ook wel Willem Gerard) van Meel, die van 1732 tot 1737 Raad Fiscaal in Suriname was. Hij overleed in 1742, of zijn zoon Joan Willem Gerard (ook wel Joan Gerard Willem) van Meel (1741-1771).
Er is nog veel wroetwerk te verrichten in de archieven.

Geraadpleegde bronnen:
www.gahetna.nl
1.05.10.02 Raad van Politie invnrs. 512 scan 55-57
1.05.10.04 Raad van Justitie, inv.nr. 1370 scans 44, 78, 89 en 1378 scan 49