Posts tonen met het label Christoffel de Haas. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Christoffel de Haas. Alle posts tonen

dinsdag 23 april 2024

Familiegeschiedenis : census 1811 in Suriname

In 1811 hield de Britse regering een volkstelling in het hele rijk. Suriname viel in dat jaar onder Brits bestuur en ook daar werd een volkstelling gehouden.

Het  resultaat van deze telling is nu te raadplegen bij het Nationaal Archief https://www.nationaalarchief.nl/onderzoeken

1.11.06.21 Digitaal Duplicaat: Census Suriname, 1811 in het archief Colonial Office te Londen

 In dit archief zijn gegevens opgenomen over de plantages (eigenaren, administrateurs en vrije en onvrije bewoners) .

De volgende plantages, waaraan de geschiedenis van sommige van mijn voorouders is verbonden zijn te vinden in de census 1811, namelijk Alkmaar, Concordia in Saramacca, De Peperpot, Halle in Saxen, De Vier Kinderen en Nieuw Meerzorg. Frederiksdorp stond trouwens niet in de lijst. 

De overige bevolking werd in het resultaat ingedeeld naar huidskleur, met vermelding van hun beroep en het aantal slaven in hun bezit. 

Opgave van de "blanken"en hun slaven
bron: NL-HaNA_1.11.06.21_CO278-18_0001-groot


Opgave van de "vrije kleurlingen en negers" en hun slaven in Suriname
Bron: NL-HaNA_1.11.06.21_CO278-22_0001-groot


Bij de slavenbevolking werd ook beroep en herkomst vermeld, namelijk of men Afrikaan of Creool (geboren in Suriname)  was.  Een enkele keer werd de term inboorling gebruikt.

Ik vond over een aantal voorouders nog wat nadere gegevens

C. de Haas, van beroep ponteknecht. C. de Haas adopteerde mijn voormoeder Elisabeth van Bruijning (Elisabeth Veronica de Haas) en haar zusje Mietje (de Haas)

Inschrijving C. de Haas in 1811
Bron : NL-HaNA_1.11.06.21_CO278-24_0035
 

De familie Dandlau. Kea van Dandlau had geen beroep. Ze werd onderhouden door haar voormalige meester.


Kea van Dandlau en haar kinderen in 1811
Bron : NL-HaNA_1.11.06.21_CO278-22_0113

C. Dandlau was in 1811 directeur van de Plantage Boxel

C. Dandlau op Boxel in 1811
Bron: NL-HaNA_1.11.06.21_CO278-15_0243


C. Dandlau op Boxel in 1811
Bron : 
NL-HaNA_1.11.06.21_CO278-15_0244


Simon Ezechiël Simons en zijn moeder de weduwe Ezechiël Simons.

Inschrijving Simon Ezechiël Simons en echtgenote Malka Isaac Emanuels in 1811
en hun slaven. 
Bron: NL-HaNA_1.11.06.21_CO278-21_0026
                                


Inschrijving weduwe Ezechiël Simons,Marianna Jacob Goedman. 
Bron: NL-HaNA_1.11.06.21_CO278-20_0027


Frommetjes de Vries, weduwe van Isaak Emanuels, de ouders van Malka Isaak Emanuels, die was getrouwd met Simon Ezechiël Simons. Frommetje was eigenares van 11 slaven, waarvan 8 afkomstig waren uit Afrika. Allen werden met naam genoemd.  Één kleermaker, vier huismeiden, één kokkin, een delver en drie vrouwen, waarbij werd vermeld dat ze het meeste geld opbrachten, zonder dat hun beroep erbij werd vermeld. Dat laatste geeft toch wel te denken.

De weduwe Isaak Emanuels, geboren de Vries
Bron: NL-HaNA_1.11.06.21_CO278-18_0105-groot



 In de lijst van de "Kleurlingen en Negers" staat onder nummer 398 Driesje van Prinses van Van Meel genoemd en nog zeven andere leden van de familie van Prinses van Van Meel, maar ik heb ze niet kunnen vinden bij de ingeleverde formulieren.

Driesje van Prinses van Van Meel en haar familie staat onder nr. 198 ingeschreven, dus toch nog gevonden. Jacoba van Prinses van Van Meel, ook wel eens genoemd als Coba wordt genoemd. Zij was de de dochter van Prinses van Van Meel en alle nazaten stammen via Coba van Prinses af. Jacoba was oud en zonder beroep. De Prinses van Van Meel in de lijst is ook een nakomeling. De stammoeder Prinses van Van Meel was al in 1792 overleden.


De inschrijving van Driesje van Prinses van Van Meel
en haar familie.
Bron NL-HaNA_1.11.06.21_CO278-18-groot


Ik heb wel wat voorouders gemist, namelijk bij de blanken William Elder en bij de niet-blanken zijn levensgezellin Jenny van Elder en haar drie zoons Charles, John en William jr.  (door William gemanumitteerd in 1810) Mogelijk woonden ze op een plantage, maar op de plantage Concordia werden ze in ieder geval niet genoemd.

Het is de vraag of de totaalcijfers van de Surinaamse bevolking in 1811 wel kloppen, want ook de bewoners van het binnenland, de  Marrons en de Inheemse Indianen werden niet meegeteld.


Opgave van de bevolking in Suriname 1811
NL-HaNA_1.11.06.21_CO278-17_0009-groot

vrijdag 28 juni 2019

Familiegeschiedenis: het erfdeel van Elisabeth van Bruijning


Elisabeth van Bruijning, ook bekend als Elisabeth Veronica de Haas trouwde in november 1842met William Elder Jr., zoon van de plantage-eigenaren William Elder en Jenny van Elder.

Elisabeth bracht in haar huwelijk de volgende eigendommen in: de helft van de woning aan de Groote Dwarsstraat 197 gelegen in de Vrijmans Grond (Frimangron), en een slavin waarvan zij voor de helft eigenares was.
Haar vermogen was haar erfdeel uit de nalatenschap van Christoffel de Haas die zijn bezittingen had vermaakt aan Elisabeth en haar jongere zusje Mietje.
Toen Christoffel de Haas in 1817 overleed waren Elisabeth en Mietje minderjarig en de boedel werd beheerd door de Weeskamer. 

https://www.nationaalarchief.nl
NL-HaNA_1.05.11.13_682_0058

https://www.nationaalarchief.nl
NL-HaNA_1.05.11.13_682_0059

Nadat Elisabeth en William in 1842 in het huwelijk waren getreden droegen de weesmeesters in januari 1843 de administratie van haar erfdeel over aan Williams zaakgelastigde Ooykaas.

Bronnen
Commissie uit het gemeentebestuur tot de zaken van de nieuwe wees-, curatele- en onbeheerde boedelkamer, 1828-1832 
NL-HaNA_1.05.11.13_682_0058
NL-HaNA_1.05.11.13_682_0059

Notariële archieven van Suriname 1828-1845
NL-HaNA_1.05.11.15_063_0199
NL-HaNA_1.05.11.15_063_0200

vrijdag 24 februari 2017

Familiegeschiedenis : weer een raadsel opgelost

Het  raadsel waarom Elisabeth van Bruijning zich ook Elisabeth Veronica de Haas noemde is nu opgelost.

In 1815 noemde Christoffel de Haas in een akte het vrije mulattenmeisje Elisabeth van Bruijning zijn aangenomen dochter.  Verder bleek dat het mulattenmeisje Mietje (de Haas), geboren op  23 februari 1812 haar zusje was. C. de Haas schonk beide meisjes het door hem bewoonde erf en de daarop staande gebouwen, gelegen aan de vrije Corps grond (Frimangron) no. 261, onder voorwaarde dat hij levenslang het vruchtgebruik behield, en pas na zijn overlijden vrij in eigendom aan hen werd overgedragen. Verder moesten de meisjes in goede harmonie als zusters met elkaar omgaan.
Mocht dat niet lukken, dan moest Elisabeth het achtergebouw (de keuken) beschikbaar stellen aan Mietje.



Notarissen Suriname tot 1828 NL-HaNA_1.05.11.14_901_0257

Hoofdgelden
NL-HaNA_1.05.10.07_315_0406

Hoofdgelden NL-HaNA_1.05.10.07_315_0407

De ernstig zieke Christoffel maakte op 14 januari 1817 zijn testament op, waarin hij Elisabeth en Mietje tot zijn enige erfgenamen benoemde. Voor Mietje moest de vrijdom worden aangevraagd. Executeurs van de boedel en voogden over de meisjes werden de curators van de Weeskamer en de vrije Gratia van Princes van Van Meel .

Testament C. de Haas
Notarissen Suriname tot 1828 NL-HaNA_1.05.11.14_805_0131

Uit het testament van C. de Haas bleek verder dat hun moeder de carboegerin Jansie was, behorende aan de vrije negerin Gratia (Gracia) van Princes van Van Meel. Gratia van Princes van Van Meel, was de grootmoeder van Elisabeth en Jansie.
Christoffel overleed 18 februari 1817




Kerkgerechtigheid begrafenis Christoffel de Haas

Mietje kreeg na haar manumissie in 1818 de achternaam "de Haas"


Nieuwe Weeskamer Suriname tot 1828 NL-HaNA_1.05.11.12_79_0360


Nieuwe Weeskamer Suriname tot 1828 NL-HaNA_1.05.11.12_79_0361
Beschrijving van hetgeen in het sterfhuis van C. de Haas is aangetroffen
Nieuwe Weeskamer Suriname tot 1828 NL-HaNA_1.05.11.12_124_0108

In de woning werden aangetroffen: het besloten testament, een koffer, een pagaai en een schrijfkistje.
De overledene bezat ook slaven, evenals het huis en het erf waar hij woonde. C. de Haas werd op 18 februari 1817 in de middag begraven.

Afhandeling van de boedel van C. de Haas,
Nieuwe Weeskamer Suriname tot 1828 NL-HaNA_1.05.11.12_124_0109



Nieuwe Weeskamer na 1828 NL-HaNA_1.05.11.13_682_0058


Nieuwe Weeskamer na 1828 NL-HaNA_1.05.11.13_682_0059
Het Vrijmans grond nr 197 komt overeen met het latere adres Groote Dwarsstraat 197
In  de volkstelling van 1811 vinden we de kleurling C. de Haas en de zwarte Princesse van Meel genoemd 

Op 4 juni 1828 maakte de zieke en bedlegerige Gratia van Princes van Van Meel haar testament waarin zij haar kleindochters Elisabeth Veronica de Haas en Anna de Haas tot haar enige en universele erfgenamen benoemde.



Testament van Gratia van Princes van Van Meel

Gratia overleed juli 1828 en werd begraven op de Savanne

Nieuwe Weeskamer na 1828 NL-HaNA_1.05.10.07_315_0406

Over de herkomst van Elisabeth (de moeder van mijn betovergrootmoeder Jacoba Charlotte Prudence Nielo-Elder) is dus nu meer bekend.
Elisabeth van Bruijning werd op 8 maart 1808 geboren en was de aangenomen dochter van Christoffel de Haas.

De moeder van Elisabeth van Bruijning was de slavin Jansie, dochter  en eigendom van de vrije Gratia van Princes van Van Meel. Elisabeth heeft tussen 1808 en 1815 haar vrijdom en de achternaam Van Bruijning gekregen. Hopelijk komen we er ooit achter wie haar de vrijdom en de achternaam Van Bruijning heeft gegeven.