Posts tonen met het label James Resida. Alle posts tonen
Posts tonen met het label James Resida. Alle posts tonen

donderdag 31 augustus 2023

Familiegeschiedenis : James Julius Resida

James Resida, mijn overgrootvader overleed in 1923, 61 jaar oud.

In zijn overlijdensakte(n) wordt hij James Julius Resida genoemd, terwijl hij bij zijn geboorte de naam James kreeg. Waar komt Julius vandaan?

In de overlijdensadvertentie werd hij wel aangeduid als James J. Resida

Overlijden James Resida
Bron: www.delpher.nl

In de periode 1889-1890 noemt James Resida zich bij vier gelegenheden als getuige bij geboorteakten Julius James Resida, werkzaam in de goudindustrie. Zijn leeftijd komt overeen met zijn geboortejaar in 1862

James Julius Resida, getuige bij geboorteakte, 1889


James Julius Resida, getuige bij geboorteakte, 1889


James Julius Resida, getuige bij geboorteakte, 1890


James Julius Resida, getuige bij geboorteakte, 1889



James Julius Resida overleed op zijn werk in de goudvelden


Overlijdensakte James Julius Resida, district Suriname
Bron :  Nationaal Archief, scan NL-HaNA_2.10.61_1414_0038-groot

Zijn overlijdensakte in 1923 bevat wel foute informatie. Zo staat als leeftijd 71 jaar vermeld, 10 jaar ouder dan zijn werkelijke leeftijd. Ook is een verkeerde naam opgegeven als zijn moeder, namelijk Georgtina Resida in plaats van Gerhardina Resida-Glimmerveen.  Ook staat als zijn geboorteplaats Paramaribo vermeld, terwijl hij in 1862 was geboren op de plantage Halle in Saxen. 

James was in het binnenland overleden, in het district Boven-Suriname.

De schriftelijke aangifte bij de ambtenaar van de Burgerlijke Stand in het district Boven Suriname was van de hand van de ploegbaas Louis Cornelis Schenker,  en mede ondertekend door Frits Winter, opzichter en de magazijnmeester Adolf Frits Bergleef. James Julius Resida overleed ’s-middags om 13 uur op de Sectie Abontjeman. 

Ongetwijfeld hadden de aangevers slechts vage informatie over de achtergrond van de overledene.

Van deze foutieve akte werd een uittreksel naar Paramaribo, de woonplaats van de overledene gestuurd. Het woonadres van James Julius Resida aan de Zwartenhovenbrugstraat komt overeen met het adres opgegeven in de Volkstelling van 1921.

 De foute gegevens werden ook in Paramaribo overgenomen.

Overlijdensakte James Julius Resida, gemeente Paramaribo
 Bron :Nationaal Archief, scanNL-HaNA_2.10.61_1170_0001-groot

woensdag 23 augustus 2023

Familiegeschiedenis : een brandend huis

De laatste levensjaren van mijn overgrootvader James Resida (1862-1923) waren getekend door familiedrama’s

In de voorgaande postschreef ik over de verdrinkingsdood van zijn zoon James Hendrik in augustus 1921.

Op 2 februari 1922 trouwde zijn zoon Julius James Resida (1888-1944) met Emilia Wilhelmina Magdalena Buttner. 

Bron : www.delpher.nl

Een week na het huwelijk werden de jonggehuwden op 10 februari door een vreselijke ramp getroffen

De bij het gezin Resida werkzame bediende  mevr. Maria Astrea Pique-Veldt wilde bij het koken brandspiritus uit een kerosineblik bijgieten in een brandend spiritustoestel. De zaak ontplofte en mevr. Pique rende gehuld in vlammen naar mevr. Resida-Buttner. Deze probeerde Maria te helpen, maar ook haar kleding vatte vlam en ze rende in paniek naar buiten. Inmiddels stond de bovenwoning in lichterlaaie.

Pas na het blussen ontdekte men het verkoolde lichaam van de bediende in het huis. Het echtpaar Resida-Buttner bewoonde de bovenwoning. De benedenwoning (bewoond door een onderwijzer) werd door het blussen gespaard, maar inboedel en boeken gingen verloren door waterschade en diefstal. Ook aangrenzende panden leden schade.

De echtgenote van Julius James Resida werd met brandwonden in het ziekenhuis opgenomen. Uiteindelijk herstelde ze. Voor de bewoners van het getroffen adres in de Groote Dwarsstraat werd een inzameling georganiseerd en een benefietfeest gepland. Opmerkelijk genoeg werd er niets georganiseerd voor de familie van de omgekomen bediende.

De kranten deden uitgebreid verslag  van dit gruwelijke drama. 

Bron : www.delpher.nl



Bron : www.delpher.nl







Bron : www.delpher.nl


Bron : www.delpher.nl

De overlijdensakte in de Burgerlijke stand van Paramaribo vermeldde droog de datum en plaats van overlijden van Maria Astrea Pique-Veld, maar niets over de ellendige omstandigheden waaronder deze ongelukkige vrouw haar leven verloor. 

Bron:Nationaal Archief NL-HaNA_2.10.61_1165_0080-groot



Familiegeschiedenis : verdronken op Republiek 1921

De laatste levensjaren van mijn overgrootvader James Resida (1862-1923) werden getekend door tragische familiedrama’s.

Zo verloor hij op 16 augustus 1921 zijn zoon James Hendrik Resida, die tijdens zijn middagpauze verdronk in de Coropinakreek te Republiek.

Republiek is al sinds de late 19e eeuw een geliefde plek om vakantie of een weekend te vieren, waar een verfrissende duik in het koele water van de kreek  bij menigeen op de agenda staat.  Even Paramaribo vergeten. Op een bepaalde plek is het water zo koud dat het de bijnaam Frigidaire heeft gekregen.

James kon volgens eigen zeggen “een beetje” zwemmen. Mogelijk werd de onervaren zwemmer verrast door de kou en de sterke stroming van de kreek. 

Informatie over zijn overlijden is te vinden in het Nationaal Archief Suriname, archief Burgerlijke Stand scans SR-NA_2.10.61_1408_0144 en SR-NA_2.10.61_1408_0182.

In de Surinaamse kranten werd uitgebreid verslag gedaan van zijn ongelukkige dood.


Bron:  www.delpher.nl



Bron:  www.delpher.nl


Bron:  www.delpher.nl



Bron:  www.delpher.nl



Bron:  www.delpher.nl



Bron:  www.delpher.nl


vrijdag 12 juli 2013

Suriname in de Staten-Generaal

De handelingen (verslagen, Kamervragen en kamerstukken) van de Eerste en Tweede Kamer 1814-1995 kunnen via internet worden geraadpleegd.

Deze bronnen bevatten zeer veel interessante gegevens over Suriname, onder andere te vinden in de "koloniale verslagen" die in de loop van de tijd onder verschillende namen werden uitgegeven zoals:
"De toestand van Suriname" […]
"Verslag van het beheer en den staat der kolonien over" […]
"Verslag van het beheer en den staat der West-Indische kolonien en van de Kust van Guinea"[…]
"Definitieve vaststelling der koloniale huishoudelijke begrootingen van Suriname en Curaçao voor het dienstjaar" […], enz, enz.
 
Of gegevens over de ambtenarenpensioenen (leuk voor genealogen)
"Staten van pensioenen van burgerlijke ambtenaren en van weduwen en weezen van burgerlijke ambtenaren, alle ten laste der kolonie Suriname" [….]
"NOMINATIVE STAAT der pensioenen van weduwen en weezen van burgerlijke Ambtenaren ten laste van de kolonie Suriname"[….]
"NOMINATIVE STAAT der pensioenen van Burgerlijke Ambtenaren ten laste van de kolonie Suriname" […]

In sommige verslagen zijn gegevens over onderwijs en zending onder de slaven voor 1863 te vinden:
"Kamerstuk Tweede Kamer 1861-1862 kamerstuknummer XLVII ondernummer 4, BIJLAGE L: LIJST der plantages, van welke de negerkinderen schoolonderwijs ontvangen"
"Kamerstuk Tweede Kamer 1858-1859 kamerstuknummer LXV ondernummer 27, BIJLAGE L: VERSLAG betreffende de werking van het zendelingsgenootschap der Evangelische Broedergemeente in de kolonie Suriname, over het jaar 1856"

En tenslotte gezocht op een familienaam vond ik mijn goudgravende overgrootvader James Resida
 
http://statengeneraaldigitaal.nl/

maandag 26 november 2012

Familiegeschiedenis : een dagelijks broodje goud

Uit de oude Surinaamse kranten heb ik tussen 1908-1912 enige informatie kunnen halen over de hoeveelheden goud die mijn overgrootvader James Resida (1862-1923) in die jaren uit het aardse slijk wist te winnen.De kranten gaven behalve de maandelijkse opbrengst per concessionaris ook de totale goudproductie van Suriname. Ik heb deze ter vergelijking er bij gelaten.

1908:
Goudconcessies….
J. Resida en J. Resida resp. ± 4000, ± 4000 en 4000 H. A. alle Suriname t. O. (N.B.James Resida en zijn oudste zoon Julius Resida)
J. Resida 250 H. A. Suriname t. O…..

1909
Goudconcessies: …
H. R. Dankerlui en J Resida, 300 HA. Lawa t. W….

1909-12
Voornaamste goudaanvoeren in de maand December en over het geheele afgeloopen jaar: 
Dec. 1909.
J. Resida 1360 gr.
De goudaanvoer bedroeg:
December 1909 135.713 gr.
Totaal in 1909 1.133.227 gr.

1910 Goudaanvoeren 1—22 Februari:
 J. Resida 200 gr.

1910
Concessie verleend tot ontginning van delfstoffen, aan:… Resida en Dankerlui, 250 H.A., Lawa t.W…

1910-07
 Voornaamste goudaanvoeren gedurende de maand Juli en het totaal over de zeven eerste maanden van het jaar:
Dankerlui & Resida — 1473 gr.(januari-juli)
De goudaanvoer bedroeg:
 Juli 1910 80.239 gr
Januari—Juli 1910 603.160 gr.

1910-08
Voornaamste goudaanvoeren gedurende de maand Augustus en het totaal over de acht eerste maanden van het jaar (in grammen)
J. Resida 460 gr.(augustus)  1357 gr.(totaal)
Donkerlui & Resida 380 gr. (augustus) 1853 gr. (totaal)
De goudaanvoer bedroeg:
Aug. 1910 109.811 gr.
Januari—Aug. 1910 712.968


Bron KB







































1910-09
Voornaamste goudaanvoeren gedurende de maand September en het totaal óver de negen eerste maanden van het. jaar:
J. Resida — 1357 gr. (totaal)
Dankerlui & Resida 338 gr. (september) 2183 gr. (januari-september)
De goudaanvoer bedroeg:
In September 1910 70.766 gr.
Januari—Sept. 1910 784. 135 gr.

1910-10
Voornaamste goudaanvoeren in de maand October, en het totaal over de eerste tien maanden van het jaar  :
J. Resida — 1357 gr. (jan-oct)
Dankerlui en Resida 114 gr (oct)  2297 (jan-oct)
De totale goudaanvoer bedroeg: In
October 1910 88.434 gr.
Januari—Oct. 1910 862.169 gr

1910-11
Voornaamste goudaanvoeren in de maand November, en het totaal over de eerste elf maanden van het afgeloopen jaar :
J. Resida — 1357 gr (jan-nov)
Dankerlui en Resida 423 gr. (nov) 2720 gr (jan-nov)
De totale goudaanvoer bedroeg:
Novemb. 1910 94.600 gr.
Jan.—Novemb. 1910 966.770 gr


1910-12
 Goudaanvoeren 6—13 Dec.:
J. Resida en H. S. Dankerlui 225 gr.
1910 Voornaamste goudaanvoeren in de maand December, en het totaal het afgeloopen jaar:
J. Resida — 1357 gr.(jan-dec)
J. Resida c. s. 224gr. (dec)  1132 gr. (jan-dec)
Dankerlui en Resida 199 gr. (Dec) 2920 gr (jan-dec)
De totale goudaanvoer bedroeg:
December 1910 114.706 gr.
In het jaar 1910 1.081.476 gr.

1911-02
Voornaamste goudaanvoeren in de maand Februari j.1., en over de beide eerste maanden van het jaar:
J. Resida c.s. 200 gr. (febr)  273 gr. (januar-februari)
De totale goudaanvoer bedroeg:
 In Februari 1911 58.955 gr.
Januari-Februari 1911 80.552 gr

1911-03
Goudaanvoeren 13—28 Maart:; .
„Donkerlui en Resida 100  gr

1911-03
Voornaamste goudaanvoeren in de maand Maart j. 1., en over de drie eerste maanden van het jaar:
J. Resida c. s. 98 gr. (maart) 371 gr (januari-maart)
De totale goudaanvoer bedroeg :
In Maart 1911 85.963 gr.
Januari—Maart 1911 166.514 gr.



















1911-04
 Voornaamste goudaanvoeren in April j. 1., en over de vier eerste maanden van het jaar:
J. Resida c. s. — 371 gr (total)
De totale goudaanvoer,bedroeg :
April 1911 87.619 gr
Januari—April 1911 254.135

1911-05
Voornaamste goudaanvoeren in Mei en over de vijf eerste maanden van het jaar:
J. Resida c.s. — 371 gr (totaal)
De totale goudaanvoer bedroeg :
Mei 1911 82.593 gr.
Januari—Mei 1911 336.928 gr

1911-06
Goudaanvoeren van 20—27 Juni.
Donkerlui en Resida 243 gr.

1911-06
Voornaamste goudaanvoeren in Juni j. 1., en over de zes eerste maanden van het jaar:
J. Resida c. s. 240 gr. (juni)  611 (totaal)
De totale goudaanvoer bedroeg :
Juni 1911 105.441 gr. Januari—Juni 1911 442.179

1911
Concessiën. Maandag 10 Juli zal kunnen worden ingeschreven voor de volgende vrijgevallen goudconcessiën: ….Resida en Dankerlui. 250 H. A., Lawa t. W..

1911-07
Voornaamste goudaanvoeren in Juli 1911 en de zeven eerste maanden van het jaar:
J.Resida c.s. 611 gr (januari-juli)
totale goudaanvoeren bedroegen:
Juli 1911 .71.450 gr.
Januari—Juli.1911 513.599 gr

1911-08
Voornaamste goudaanvoeren in Aug. j. 1., en over de acht eerste maanden van het jaar::
J. Resida c.s. — 611 gr. (januari-augustus)
De totale goudaanvoeren bedroegen:
Aug. 1911 103.449 gr.
Januari—Aug. 1911 617.048 gr

1911-09
Voornaamste goudaanvoeren in Sept. j. 1., en over de negen eerste maanden van hel jaar:
J. Resida c.s. — 651 gr  (januari-september)
De totale goudaanvoeren bedroegen:
September 1911. 72808 gr.
Jan—Sept.1911. 689586 gr

1911-10
Op 16 October kan worden ingeschreven voor de volgende vrijvallende goudconcessiën:…Resida c. s., 1000 H.A., Lawa t. W….

November 1911
Goudconcessies verleend, aan:… Resida c.s Dankerlui 1000 11. A., Lawa t.W. …

1912
Het jaar 1912 stond in het teken van het "Drama aan de Lawa. Lees het na in  Goudkoorst in de Tropenhitte

1913 Vrijgevallen concessies.
Op den 15 Augustus kan ingeschreven worden voor de volgende vrijgevallen concessies: … H. Dankerlui en J. Resida Lawa t. W. 300 H.A. …Inlichtingen op het Domeinkantoor.

dinsdag 9 oktober 2012

Familiegeschiedenis : volkstelling 1921 in Suriname

Uit de volkstelling gehouden in Suriname in 1921 kwamen enige gegevens over mijn overgrootouders en mijn grootvader naar boven.

F. Marengo, geboren 1877, mijn overgrootmoeder Frederika Marengo

J. Resida, geboren 1863 (sic), mijn overgrootvader James Resida (1862-1923). Hier heeft de volksteller een klein foutje gemaakt.

A.F. Resida, geboren 1901, mijn grootvader Anton Frederik Resida (1901-1948)
Ze woonden in 1921 aan de Zwartenhovenbrugstraat 234 te Paramaribo


XV
688
Zwartenhovenbrugstraat 234
Marengo
F.
1877
XV
688
Zwartenhovenbrugstraat 234
Resida
J
1863
XV
688
Zwartenhovenbrugstraat 234
Resida
A.F.
1901


Met dank aan: http://www.stamboomsuriname.nl/

zondag 4 december 2011

Familiegeschiedenis : geschiedenis is nooit af

James Resida en Hendrik Marius Simons nogmaals in de schijnwerpers.
Deze keer een hele korte blog. Aangezien er weer nieuwe bronnen beschikbaar zijn gekomen met informatie over mijn voorouders, heb ik de reeds eerder geschreven blogs over de goudzoeker James Resida en Hendrik Marius Simons aangevuld met de nieuwe gegevens.

dinsdag 11 oktober 2011

Familiegeschiedenis : Goudkoorts in de tropenhitte

Klondike in de tropen

Vanaf de late 17e eeuw ondernam de koloniale overheid in Suriname diverse zoekacties naar goud. In 1862 was het Bingo! Suriname werd besmet met een nieuwe ziekte: goudkoorts
Het goud in de vorm van stofkorrels en kleine klompjes zit diep in de binnenlanden in het zand van oevers en bodems van kreken verstopt. Op het gele goedje werd (en wordt nog steeds) gejaagd door individuele goudzoekers en ook door grote mijnbouwbedrijven die grootschalige goudwinning nastreefden. Meestal mislukten deze enorm opgezette ondernemingen, waarvan machines en apparatuur als stille door planten overwoekerde getuigen wegroesten in de jungle. De goudzoekers in de bush trotseerden vele gevaren: ziekten, giftig ongedierte, het werken met kwik en misdadigers. De goudvelden in de grensgebieden met Frans Guyana trokken namelijk ook stropers aan, zg. maraudeurs, internationale bendes waaronder veel ontsnapte stafgevangenen uit het bagno.

Mijn overgrootvader James Resida (1862-1923)  werkte in de goudwinning, oa voor het goudbedrijf Maatschappij Suriname (opgericht in 1897). In 1899 werden hij en enkele andere werknemers van de Maatschappij Suriname benoemd tot buitengewoon agent voor de landstreek te n zuiden van Paramaribo tussen de Suriname- en Marowijnerivieren.  Kort na 1900 was hij opzichter bij het in 1899 opgerichte Nederlandse goudmijnbedrijf Granplacer.

Goudmolen bestemd voor Granplacer
Deze maatschappij ging in 1903 failliet.

Eigen baas

In  september 1908 kregen Resida en zijn partner H.R. Dankerlui een placer van 1000 ha. in  concessie aan de westoever van de Lawarivier, in 1909 nog eens 300 ha. en in 1912 375 ha. De Lawa in het district Marowijne is een grensrivier tussen Suriname en Frans Guyana. De concessie van het placer Resida lag in voormalig concessiegebied van de “Compagnie des Mines d’Or de la Guyane Hollandaise” (opgericht 1896)

Placer van de Cie des Mines d’Or aan de Lawa in 1904
Burenruzie

Tussen 1908-1912 raakte Resida in conflict met deze machtige Franse onderneming. De Cie. had oorspronkelijk een concessie van 70.000 ha tussen de Drietabbetjekreek en de Lawa, echter rond 1900 was dit geslonken tot 10.000. Braakliggende concessies die een aantal jaren niet waren gebruikt vervielen volgens de Goudverordening weer aan Domeinen die ze dan weer opnieuw uitgaf aan andere concessionarissen zoals Resida en Dankerlui. De Cie. vroeg toen snel weer concessies in haar voormalige concessiegebieden en beschuldigde Resida ervan op haar terrein te werken. Resida reisde meerdere keren van zijn placer naar de stad om bij de authoriteiten bewijsstukken op te vragen, waaronder een concessiekaart. Nametingen verricht door een landmeter stelden Resida in het gelijk. Gewapend met de bewijsstukken probeerde Resida in maart 1909 directeur Despeaux  tevergeefs te overtuigen dat hij in zijn recht stond. Integendeel  een reeks intimidaties en doodsdreigementen volgde.  Door de intimidatie van de zijde van de Cie namen veel arbeiders en opzichters van Resida de benen.
De Cie stroopte illegaal in de kreken gelegen in de concessie van Resida, en gaf omgekeerd Resida cs de schuld van stroperij op haar terrein. In 1911 echter werd door een landmeter die door de Cie was ingehuurd vastgesteld dat Resida echt binnen de grenzen van zijn concessie werkte. Het districtsbestuur weigerde in te gaan op klachten van Resida, die uiteindelijk besloot een rechtszaak te beginnen tegen de Cie.

Wildwest aan de Lawa

De zaak escaleerde in het voorjaar 1912 na een schietincident op de rivier waarbij de voorwerker van Resida genaamd Bakboord omkwam. Er zijn twee lijkschouwingen verricht, die tot een verschillende conclusie leidden.
Werknemers van Resida eisten genoegdoening want ze geloofden dat de directeur van het placer Pinpin en zijn werknemer Westerman Bakboord hadden doodgeschoten. Er volgde een schermutseling tussen arbeiders van Resida en politie aanwezig op het placer van de Cie. Een agent raakte gewond en 4 werknemers van Resida werden gevangen, maar later door collega’s bevrijd. Deze bevrijdingsactie werd door de Cie naar de buitenwereld voorgespiegeld als een aanval op hun placer door 100 maradeurs onder leiding van Resida. Op deze wijze hoopte de Cie zo definitief af te rekenen met deze koppige blakkaman.
Op 26 maart 1912 stuurde de gouverneur van Suriname een telegram naar Nederland over de ernstige situatie op het placer van de Cie.

Een militaire expedite van 40 soldaten onder leiding van luitenants Nagtegaal en Van Hengel (tevens districtscommissaris van Marowijne) vertrok op 27 maart uit Paramaribo naar het Lawagebied.  Op 11 april werden Resida en zijn arbeider Crediet gearresteerd en geboeid naar het placer van de Cie overgebracht  en daar in de kromboeien gesloten. Op het placer van de Cie werd die avond uitbundig gefeest.
Resida zat op bevel van de districtcommissaris (Van Hengel) dagenlang in de kromboeien gesloten.
Bij het kromboeien worden de gebonden handen bevestigd aan de geboeide voeten, zodat de geboeide in een gekromde houding zit. Een andere variant is de polsen achter de knieën ketenen.

In de kromboeien

De wrede behandeling waaraan Resida was onderworpen werd als volgt beschreven:
"Toen werden zijn beiden polsen en zijn beiden armen boven den elleboog samengebonden en het touw met een knoop op den rug bevestigd en vervolgens met een eind aan den gordel van een soldaat vastgemaakt.[…..]. Na een langen tocht, waarbij tweemaal halt gemaakt werd, bereikte men Contesté. Hier werden bij de touwboeien Resida nog ijzeren boeien aangelegd. Zijn linkerhand werd met zijn rechterbeen geboeid, zoodanig dat hij niet rechtop kon staan. Een kamp met een houten brits werd hem aangewezen. Den volgenden dag kwam een vrouw verzoeken of hem schoone kleeren en wat beddegoed mocht gebracht worden, hetgeen toegestaan werd. Credit bracht toen later die zaken en deze werd gevangen genomen.... wegens de grap of, als men het anders wil, het gezegde bij de deur toen het procesverbaal werd opgemaakt. — Twaalf dagen heeft Resida, kreunende van pijn, in de kromboeien doorgebracht, Toen kon hij niet meer. Hij verzocht om er van bevrijd te worden. Dit werd voor den dag toegestaan, maar van 7 uur 's avonds tot 6 uur 's morgens werd hij er weer in gelegd, nog 8 dagen lang, tot op het uur van vertrek naar beneden; toen werd hij van alle boeien ontdaan, hoewel hij onder scherpe bewaking bleef in de boot. Geen oogenblik heeft de man eraan gedacht zich te verzetten"  (nogal logisch: zijn bewakers hadden met scherp geladen
Mausergeweren).

De andere arrestant Crediet werd op vergelijkbare wrede manier geboeid naar Paramaribo vervoerd.
Placer van de Cie des Mines d'Or aan de Lawa
Luitenant van Hengel reisde met zijn gevangenen en zes soldaten over de rivier naar Albina, onderweg sloeg de boot op een rots stuk, waarbij iedereen te water raakte. Allen  werden gered. .
Op 16 mei kwam men aan in Paramaribo. De gevangenen werden naar de gevangenis (Fort Zeelandia) gebracht, maar  Resida werd echter heel snel na verhoor voorlopig vrijgelaten in afwachting van een gerechtelijke vervolging. Men kwam er ook snel achter dat hij niets te maken had met maraudeurs en dat alle beschuldigingen tegen hem geen stand hielden.
De vernederende mishandeling van Resida door de overheidsdienaren zorgde voor grote opwinding in Paramaribo.
Resida, die bekend stond als een beschaafde, bedaagde zachtaardige man werd gesteund door de publieke opinie en men hield inzamelingsacties zodat hij zijn proceskosten kon betalen, want Resida en en zijn partner Dankerlui hadden zware financiële schade geleden.
Resida diende aanklachten in tegen Van Hengel en Nagtegaal, evenals tegen Pinpin cs maar die werden door de PG  afgedaan met de woorden dat er zijn inziens geen aanleiding bestond tot vervolging. De eiser richtte zich vervolgens tot het Hof van Justitie met verzoek om over te gaan tot vervolging. Het Hof verklaarde zich onbevoegd met betrekking tot de legerofficieren Van Hengel en Nagteaal en verwees naar de militaire rechter.
De arbeider Crediet werd wel veroordeeld wegens belediging en bedreiging van een overheidsdienaar. Omgekeerd werden Resida en Dankerlui wel gedagvaard, omdat zij de gecontracteerde arbeiders op hun onderneming niet meer konden betalen. De rechter in deze zaak was notabene de huisadvocaat van de Cie. Resida en Dankerlui kregen uitstel van betaling. Van de rechtzaken werd uitvoerig verslag gedaan in de Surinaamse kranten.
De gemoederen liepen hoog op en gouverneur Van Asbeck ontving Resida in audientië en beloofde hem een financiële tegemoetkoming. Resida kreeg een schadevergoeding van 700 gulden, en Dankerlui-Resida kregen samen ook nog eens 1600 gulden schadevergoeding.
De  oude werkgever Granplacer wilde Resida graag weer in dienst wilde nemen.
Uiteindelijk blijkt in 1913 dat Resida/Dankerlui hun concessie hebben opgegeven, die werd weer vrijgegeven voor een nieuwe aanvraag.
De koloniale ambtenaren (Ringeling, Van Hengel en Nagtegaal) die zich hadden misdragen werden niet vervolgd, maar verloren wel hun positie (eervol ontslag, pensioen e.d).
Uit de kranten artikelen blijkt verder  dat de koloniale overheid  en de grote Cie des Mines d’Or dikke maatjes waren.
De kwestie komt ook terug in de handelingen van de Tweede Kamer in Nederland in de behandeling van de begroting van Suriname voor 1913.
De zaak Resida werd in 1916 in een Surinaamse krant in een evaluatie nog eens aangehaald samen met andere kwesties als voorbeelden van de straffeloos gebleven ambtelijke willekeur tijdens de bestuursperiode van de gouverneur Van Asbeck, en  jaren later ook nog eens na diens overlijden in 1935.

Strooptochten gaan door

In november 1914 hadden de placers in het Lawagebied weer zwaar te lijden van een bende van 500 stropers, die het vooral op het goud van de Cie hadden voorzien. Een in het voorjaar van 1915 naar het placer van de Cie uitgezonden militaire expeditie doodde 13 mauradeurs en nam er 5 gevangen.

Slotakte

James Resida heeft tot aan zijn dood in augustus 1923 nog goud gedolven.

Bron: KB Historische Kranten










De Cie staakte wegens teruglopende opbrengsten haar werkzaamheden in Suriname in 1928.

Deze hele geschiedenis kan men uitgebreid volgen in Surinaamse en Nederlandse kranten uit 1912, 1915, 1916, 1923, 1935 namelijk NRC ; Suriname: koloniaal Nieuws- en advertentieblad ; Nieuwsblad van het Noorden; Het Nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië ; De Tijd : godsdienstig staatkundig dagblad ; Algemeen Handelsblad : Het Nieuws van den dag: kleine Courant. De Nederlandse kranten haalden hun informatie in hoofdzaak weer uit Surinaamse kranten. De artikelen uit Surinaamse kranten over de Lawa-kwestie van 1912 zijn nu ook te lezen op de historische krantenpagina van de KB  en geven nog meer details.