Posts tonen met het label Lingam. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Lingam. Alle posts tonen

woensdag 16 juli 2025

Foutje

Kennelijk was een grote zetduivel bezig geweest in La Galerie Agréable du Monde, in 1728 uitgegeven door Pieter van der Aa (Pierre van der Aa), want in de hier getoonde illustratie staat als bijschrift:

Pagode ou Temple de l'Idole de Wistnou, réprésenté sous la Figure d'un Pilier.

In het Nederlands vertaald staat er: Pagode of tempel van het Beeld van Wistnou (Vishnu), verbeeld in de gedaante van een kolom.

Oeps. Dat is een flinke fout. Gezien de vele duivelse figuren in deze prent, is in de drukkerij een heel legioen zetduivels bezig geweest. Niet heer Vishnu, maar heer Shiva werd en wordt in de gedaante van een kolom, de Lingam vereerd.

Overigens heeft deze kolom meer weg van een grote vlam, dan de eigenlijke lingam

P, van der Aa, werkzaam in Leiden  had dit feit kunnen nalezen in alle veel gelezen oudere drukwerken over India, die ongetwijfeld aanwezig waren in de bibliotheek van de Leidse Universiteit 

Pagode ou Temple de l'Idole de Wistnou, réprésenté sous la Figure d'un Pilier
La Galerie Agréable du Monde, 1728
Bron: www.delpher.nl

dinsdag 6 mei 2025

Niet zo maar een steen

 Lingam, getekend door Pierre Sonnerat, uitgave 1782
Bron: www.delpher.nl

Drie eeuwen geleden stond in de Perzische stad Kombru (Gamru, Gamron) , het huidige Bandar Abbas  een tempel gewijd aan de Indische god Mahadeu. De Italiaanse reiziger Pietro Della Valle die rond 1617-1621 op zijn reis in die stad was, bezocht deze tempel en gaf een beschrijving van de gedaante waarin Mahadeu werd aanbeden, blz 12-15.



Bron: www.delpher.nl

 “....Ter rechte zijde van deze kleine afgoden stond een ander, die niet de gedaante van een mensch had, maar  een witte en ronde steen was, gelijk een cylinder of ronde pijler, beneden een weinig breder, dan boven, en die ront toeliep. Ik vraagde aan deze Sami wat deze steen bediedde, en kreeg tot antwoort dat hij Sri Mahadeu was, een zeer vermaart afgod onder d’Indianen, van de welk de tempel van Kombru, die aan hem gewijd was, de naam voert ; daar hij (om te tonen, gelijk ik acht, dat 'er enige overeenkoming tusschen zijn en onzes geloof, en dat van de Mahometanen was, die daar in gelijk wij spreken) bijvoegde dat hun Mahadeu de zelfde is als onze vader Adam, den welk d’Indianen grote eerbiedigheit toedragen, en van de welk zij geloven dat hij in’t eilant Ceilan heeft gewoont; daar af hun boeken veel vertellingen verhalen, die geheel anders zijn, dan onze historien meebrengen, zo in ’t geen dat de tijt van zijn geboorte en leven aangaat, als ten opzicht van de d’andere omstandigheden die klarelijk aan ons tonen dat dit twee verscheide menschen zijn, en dat zo men Mahadeu voor Adam wil doen deurgaan, dit niet anders is dan een gezochte schijn om met ons gelijk te zijn, en een onkunde van onze verborgentheden. Ik vraagde ook aan hem waarom zij hun Mahadeu op zulk een vreemde wijze en gestalte vertoonden ; daar op hij mij geen andere antwoort gaf, dan dat het een oude gewoonte was, die zij altijt gevolgt hadden....” 


Bron: www.delpher.nl

Della Valle vergelijkt de afbeelding met de spitse en vierkante obelisken van Egypte, “met de welken de cylinders, of ronde pijlers van onze Indianen gelijk waren, daar in geen ander onderscheit was, dan zij ront zijn en aan de gront een weinig breder, dan aan de voet en dat hun uitterste einde eer ront, dan puntig is [….] Dit zijn d'eerste beelden der afgoden, die ik in mijn leven opentlijk als godheden heb zien aanbidden; en ik had groot medelijden met d’onkunde en blintheit deze elendige menschen, de welken deze eer aan hen bewijzen...”

Opvallend is dat de swamy (sami in de beschrijving) toen hij werd gevraagd door Della Valle naar het hoe en waarom van de vormgeving van Mahadeu, zich er van afmaakte met een vaag antwoord, dat het een oude gewoonte was, die ze altijd hadden gevolgd.

Natuurlijk wist de swamy beter, maar deze Shivatempel stond in een Islamitisch land en hij waakte ervoor om met deze verering van de Lingam, een woord dat ik bij Della Valle niet ben tegengekomen, de toorn van de moslims over zijn tempel af te roepen. De Indiërs hadden genoeg ervaring met orthodoxe islamitische heersers die hun tempels en Lingams in Hindoestan hadden verwoest. Verder hadden de de Indiërs ook vaker te maken met de nodige afwijzende oordelen van de Europese christenen over  hun religie in het algemeen en de verering van de lingam in het bijzonder.

 Della Valle beschreef in zijn reisverslag bij diverse gelegenheden het beeld waaronder Mahadeva of Mahadeu werd aanbeden, namelijk als een gladde ovale steen, een cylinder, pijler of paalsteen. Het woord Lingam gebruikte hij nergens.

Della Valle was in 1623-1624 in India.

Blz.82-83 Onderweg van Suratte (Gujarat) naar Ahmedabad, vlak na vertrek uit Kambye (Khambat)  bezocht Della Valle een Shivatempel.


Bron: www.delpher.nl

“…en een weinig voortgetrokken bezagen daar een tempel van Mahadeu, die daar zeer vermaart was. Het gebou daar af was klein, en van weinig aanzien; en men zag daar in geen ander afgod, dan die van Mahadeu, die niets anders is, dan een kleine pijler van steen, gelijk ik van Kombru in Persien schrijvende, daar ik dezelfde d’eerste maal zag, de zelfde vertoont zich beneden dikker dan boven en altijt enger opgaande, en die altijt in ’t ront eindigt. Doch het zij dat het zij ’t welk zij met deze pijler willen vertonen, ’t is zeker dat de naam van Mahadeu eigentlijk in hun taal Grote God betekent. Maar zekere lantslieden, die wij dicht daar bij vonden, ontstaken groot vermaak in ons door hun verhaal van deuchden van deze afgod, die zij wonderlijk geloofden te zijn. Zij vertelden van hem, dat hij onder zijn andere wonderdaden dagelijks nog groter wierd; en verzekerden ons dat dit beelt over veel jaren niet hoger dan een span was, en toen twee of misschien drie spannen hoogte had, en dat het dus dagelijks toenam; zeker, een ongerijmtheit, die men niet geloven kan, 't en waar men zo zot was, als zij.”

De spottende reactie van Della Valle en zijn gezelschap op het verhaal van de groeiende lingam zal de Indiërs zeker niet zijn ontgaan. Della Valle als goed Rooms-Katholiek, toch bekend met de beelden- en reliekenverering en de nodige wonderen die in zijn geloof aan sommige beelden en relieken werden toegeschreven,  kon zich daarentegen niet vinden in vergelijkbare verering en wonderen in een andere religie.

 Beschrijving van yogi’s in en bij een Shivatempel in Ahmedabad


Bron: www.delpher.nl

“....Men zag dan veel van deze Gioghi in de tempel bij d’afgoden, bij dewelken, of te minsten bij degenen die in de holligheden des tempels geplaatst waren, men veel waskaerssen, en een grote menigte van lampen onsteeken had. Deze afgoden waren niets anders, dan twee stenen van middelmatige hoogte, gelijk twee paalsteenen, met hun gewone verwen geschildert. Ter rechte zijn van deze afgoden was een steen, op de welk men een beeltenis uitgesneen had, en aan hun slinke zijde een andere steen, van de gewone gestalte eens pijlers, daar zij, gelijk ik meermaals gezegt heb, gewent zijn Mahadeu te vertonen. Maar voor alle deze gestalten stond een ander gedaante van Mahadeu van kristal* gemaakt, aan welks voet zij hun offeringen doen, die nergens anders in bestaan, als in melk, olie, rijs en in andere diergelijke dingen. De Gioghi die voor een week in de tempel waren, deden aan de genen, die ‘er inquamen geschenken van deze bloemen, dewelken rondom deze afgoden verspreid lagen; daar af zij veel gelts kregen, ’t welk de genen, die daar uit godvruchtigheit quamen, aan hen schonken”

*Een kristallen lingam 

 Ook een andere schrijver Jean Baptiste Tavernier, beschreef de Lingam als een ovaalsteen. Tavernier reisde tussen 1638-1668 meerdere keren naar India

Beschrijving door Tavernier
Bron : www.delpher.nl

Vijfde Hooftdeel : Van ’t geloof der afgodendienaars zo veel de Godheit aangaat

“Hoewel d’ afgodendienaars in d’Indien de zelfde eerbewijzingen, die men aan de ware Godheit alleen schuldig is, aan ’t schepsel bewijzen, gelijk aan de koe, aan d’aap, en aan verscheide gedrochten, zo is het echter zeker dat zij een enig oneindig almachtig en alwijs Schepper van hemel, en van  aarde, en die door zijn tegenwoordigheit alles vervult, erkennen. Zij noemen hem in enige plaatsen Permesser* in anderen Paermaël*, gelijk omtrent de kust der Malabaren, en Wistnou in de taal der Braminen, die de kust van Koromandel bewonen. Dewijl zij misschien hebben horen zeggen dat de kringsche gestalte de volmaaktste van alle gestalten is, zo hebben, zo hebben zij getracht dit te verbeteren, met te zeggen dat God van een ovaalsche gestalte is; en om deze reden hebben zij gemenelijk in hun Pagoden een ovaalsteem, die zij van de Ganges meebrengen, en die zij als God aanbidden. Zij zijn zo vast aan deze dwaze inbeelding, dat de wijsten zelven onder de Braminen van geen redenering daar tegen willen horen. Men moet zich dan niet verwonderen van dat een volk, ’t welk zo quade leidlieden heeft, tot zulke grote en gedrochtelijke afgodendienst vervalt. Daar is een Kaste of Stam zo waangelovig in dit stuk, dat de genen, die van dit volk zijn, van deze ovaalsteentjes aan de hals hebben hangen, en daar mede tegen hun borst slaan, terwijl ze hun gebed doen”.

*De naam Permesser is Parameshwara in dit geval gebruikt voor Vishnu. Paermaël is Vishnu Parumal

Zowel Della Valle als Tavernier schreven geen woord over de oorsprong en betekenis van de “Ovaalsteen”.

zondag 2 maart 2025

Het is niet om te lachen

Abraham Rogerius dominee in de VOC vestiging in Pulicat in India, tussen 1630-1641 had gedurende deze 10 jaar veel contact met een brahmaanse priester Padmanaba.  Deze priester heeft Rogerius veel verteld over zijn religie en gebruiken en cultuur. 

Een vraag van Rogerius wilde hij echter niet beantwoorden, hoe vaak de dominee hem er ook naar vroeg. Na een verblijf van bijna 10 jaar in India, vlak voordat Rogerius naar Batavia zou afreizen, wilde de brahmaan hem eindelijk antwoorden.

De vraag van Rogerius ging dus om dit beeld van Eswara (Shiva).

Afbeelding van een Lingam, 1782 in een Franse reisbeschrijving
Bron: www.delpher.nl

De vraag van Rogerius betrof het hoe en waarom van de afbeelding van Eswara in de tempel van zijn woonplaats. Hij had de brahmaan vertelt wat hij had gezien, en dat hij het vreemd vond de godheid Eswara in zodanige wijze verbeeld in de tempel stond en waarom het op die manier was gemaakt. Maar hij had van Padmanaba nooit de reden kunnen vernemen waarom het betreffende beeld in die gedaante was gemaakt, zoal hij het hem had verteld. Maar eindelijk toen hij op het punt van vertrek naar Batavia stond, na een verblijf van bijna 10 jaar in Pulicat heeft de Brahmaan uit eigener beweging, hetzelve geopenbaard : “Doch hij besprack eer, hy mij de reden van dien seyde, dat ick niet en soude lachen : “’t welck ick hem toeseyde.” De priester schaamde zich kennelijk, ondanks het feit dat hij vele geheimen van zijn geloof aan de dominee had onthuld, om de reden van de wonderbaarlijke beeltenis te geven, waarschijnlijk was het pijnlijk dat er in hun religie zodanige zaken gevonden worden, die “de Godtheyt soo qualijck pasten”

Het verhaal dat Padmanaba hem vertelde luidde als volgt: Op de plaats waar Eswara niet in zijn geestelijke vorm, maar in Kailas, welke een hemel is hoger dan de hemel Vaikunth genaamd, al waar Eswara in lichamelijke gedaante verkeert met zijn vrouw Parvat, en waar hij ook veel dienaren heeft, en waar ook degenen die hem dienen tot hem zullen komen. Het zou daar gebeurd zijn dat op een zeker ogenblik ene moniswera (dat zijn heel grote heiligen, volgens Rogerius) daar was aangekomen om Eswara te bezoeken, Doch op dat moment “soude Eswara, met zijn Vrouw Parvati, in groote vreughde sijn geweest, soo dat den Moniswera gantsch ontijdig quam”, maar hij wilde toch naar binnen, maar kreeg geen toestemming van de portier, die hem liet weten dat het geen geschikt moment was, “overmits dat Eswara, met Parvati, in vreughde was”. Zodat de moniswera lange tijd tegen zijn zin moest wachten. Het verveelde hem eindelijk zo erg, dat dat hij het woedend eruit gooide, dat Eswara gelijk aan het werk waarmee hij bezig was, Eswara hoorde dit en vroeg waarom hij zo sprak, De moniswera biddende, antwoorde dat hij de opmerking uit boosheid had gemaakt en vroeg om vergeving; maar wilde  ook dat de God hem toestond dat de figuur van de Lingam  dien (“’twelck is het mebrum virile in muliebri membro”), dat hij [Eswara] daar meer baat van zou hebben dan van een beeld met handen en voeten, dat moest hij verordonneren. Dit stond Eswara hem toe, en daarom wordt Eswara in het hele land in deze vorm in zijn tempel gediend. Maar als de afgod Eswara door de steden word gedragen, wat op zekere tijden gebeurt, dan wordt hij niet in de gedaante van de Lingam, maar in een menselijke gedaante rond gedragen, Volgens de brahmaan was dat omdat de mensen meer plezier en vreugde scheppen in het zien van een menselijke gestalte,  dan in gedaante van de Lingam, zoals hij in de tempel staat.

Het verhaal over de oorsprong van de Lingam, door Padmanaba
verteld aan Rogerius
Bron : www.delpher.nl
Het verhaal over de oorsprong van de Lingam, door Padmanaba
verteld aan Rogerius
Bron : www.delpher.nl
Het verhaal over de oorsprong van de Lingam, door Padmanaba
verteld aan Rogerius
Bron : www.delpher.nl

Het is niet duidelijk welke tempel door Rogerius is bezocht. Misschien heeft hij alle Shiva tempels in Pulicat wel gezien. 

Een latere uitgave van het boek van Abraham Rogerius is ook te lezen op archive.org De bewerkers van die uitgave vermoeden dat met de moniswera de heilige Bhrigu zou worden bedoeld.

Zelf denk ik dat Padmanaba Rogerius om een heel andere reden, dan Rogerius opvoerde, had verzocht om niet de lachen. Westerse reizigers meestal hadden geen kennis van de religie en cultuur in India en geen flauw benul van de symboliek en betekenis van hetgeen ze in de tempels waarnamen. Er zal best wel smalend , afkeurend en schamper zijn  gereageerd door deze of gene, en ook al konden de priesters misschien de woorden niet verstaan, lichaamstaal, gelaatsuitdrukkingen en intonatie van commentaar zal ze wel duidelijk zijn geweest. De tijd dat Rogerius in India verbleef,  was ook de eeuw van godsdienstoorlogen in Europa. Pamfletten en schotschriften gericht tegen religieuze vijanden, toch ook mede christenen waren vaak grof en weinig subtiel. Laatst staan dat er met discretie of terughoudendheid werd gereageerd  op beelden en gebruiken van niet-christelijke religies.

De gebruikte term moniswera doet denken aan muniswera of muneeswera, de naam van een godheid in Tamil Nadu, die gerelateerd zou zijn aan Shiva.

In de omgeving van Pulicat is een tempel gewijd aan Muneeswarar namelijk de Kottai Veeran Muneeswarar temple. 

Waarschijnlijk heeft Rogerius een aantal begrippen door elkaar gehaald. Er is een god Muneeswera. 

Het woord muni betekent heilige en iswara of eswara is een benaming van Shiva. Muni eswara zou dus betekenen: een heilige van Shiva.