dinsdag 24 maart 2015

Familiegeschiedenis : verre slachtoffers van oorlog en geweld

Hoewel mijn naaste familie van Surinaamse en Nederlandse zijde de Tweede Wereldoorlog zonder verlies is doorgekomen, blijken er toch slachtoffers in Nederland en Nederlands-Indië te zijn gevallen onder wat verder verwijderde verwanten aan de kant van de familie Simons
 
In 1938 overleed Maria Dientje Polak-Simons, weduwe van Joseph Polak
Uit haar overlijdensadvertentie kunnen de familierelaties met Simons worden herleid, en daarmee de relatie met mijn grootmoeder Reine Adele Simons.


Overlijden Maria Dientje Polak-Simons
M.D. Polak-Simons was Maria Dientje Simons (1848-1938) gehuwd met Joseph Polak (afkomstig uit Barbados).
Dr. J. Polak is haar zoon John Polak. Zie hieronder.
Mevr. B.Flu-Polak, was een dochter van Maria Dientje Polak-Simons en gehuwd met P.C. Flu, medicus en professor aan de Leidse universiteit.
H. Heandley was een schoonzoon van M.D. Polak-Simons. Hij was weduwnaar.
Dr. Chr. Simons, de jongste broer van mijn grootmoeder Reine Adele Simons (1898-1985) werkte als psychiater in Apeldoorn. Hij was onder andere verbonden aan de inrichting "Het Apeldoornsche Bosch"
E. Simons was waarschijnlijk de tante van mijn grootmoeder. Een zuster van mijn grootmoeder heette overigens ook Elize Simons. Ch. Simons was zeer waarschijnlijk Charlotte Beatrix, een zuster van mijn grootmoeder. Zij woonde bij haar tante Elize (Elisabeth) Simons aan de Heerenstraat 19 (tegenwoordig Lim-a-postraat) in Paramaribo.


Overlijden Maria Dientje Polak-Simons
Overlijden Maria Dientje Polak-Simons
In het najaar van 1945 kreeg de familie in Suriname droevig nieuws uit de Oost.

Overlijden van John Polak, zoon van Maria Dientje Polak-Simons

Waren vader en zoon Polak slachtoffers van de Japanse bezetting of van de Bersiap?

Ook de familie Flu-Polak in Leiden betreurde een oorlogsslachtoffer. Hun zoon Hans, arts aan de Lammeschansweg in Leiden werd in 1944 door een Duitse SD-er vermoord. Zijn vader die in de oorlogsjaren zelf tot tweemaal door de bezetter was gegijzeld stierf nog in 1945 als een gebroken man.
De moordenaar van Hans moest zich verantwoorden voor zijn misdaden.
Johannes Wilhelm Hoffmann werd in eerste instantie 1950 ter dood veroordeeld voor het mishandelen en vermoorden van meerdere Nederlanders. Deze straf werd omgezet in levenslang en in 1959 omgezet naar een straf van 23 jaar en vier maanden.


Proces tegen de moordenaar van Hans Flu

Proces tegen de moordenaar van Hans Flu


 

dinsdag 3 maart 2015

Hoera, we kunnen weer verder

Lang gewacht maar dan nu heugelijk nieuws. Een miljoen scans van Surinaamse archieven zijn online te zien op de website van het Nationaal Archief in Den Haag.
We kunnen weer verder met zoeken vanuit de luie stoel.
Ben je op zoek naar specifieke gegevens zoals namen van voorouders dan wordt het wel stug ploeteren door notulen en registers in de meeste van deze archieven.

Enkele alfabetische naamlijsten zijn te vinden in:

1.05.10.01 Gouvernementssecretarie, 1722-1828
1.05.10.09 Diverse administraties, 1780-1828
1.05.11.04 Rechtbank van Kleine Zaken en Commissie tot de Kleine Zaken, 1828-1832, 1833-1863
1.05.11.09 Gemeentebestuur, 1828-1832

Ook interessant:
1.05.10.10 Stukken gedeponeerd bij of overgebracht met de bestuursarchieven van Suriname, 1775-1825 bevat onder andere:
Opgaven van ingezamelde producten op verschillende plantages in Suriname gedurende het jaar 1827.1828 juni - juli

vrijdag 20 februari 2015

Van het Staatstoezicht ontheven, 1863-1873


1863 1-juli: Vrijheid

Tsja, je was geen slaaf meer:
Je werd niet gebrandmerkt, je was geen eigendom van een ander, je was een rechtspersoon, kon contracten sluiten, notariële verbintenissen aangaan, trouwen, ouders hadden nu het gezag en ouderschap over hun kinderen, familieleden konden niet meer door verkoop worden gescheiden, je was de baas over je eigen bescheiden inkomen, je was ingezetene van de kolonie en werd ingeschreven in de Burgerlijke Stand, en mocht geschoeid over straat gaan. Zomaar wat rechten van vrije mensen die daarvoor aan slaven werden onthouden.
 
32.911 Surinaamse slaven kwamen vrij in 1863, maar veel reden tot juichen hadden de meesten niet, want in Suriname werden de ex-slaven in de leeftijd tussen 15-60 jaar verplicht om in de eerste tien jaar na de afschaffing van de slavernij op plantages tegen een laag loon blijven werken. Ze moesten daarvoor een contract sluiten.Kinderen tussen 12-15 jaar en 60++ die wilden werken kregen ook een livret. Kinderen tussen 12-15 jaar en 60plusser konden als ze dat wilden, werken naar hun fysieke vermogen. De vrijgemaakten stonden in die periode onder bijzonder toezicht van de staat: het Staatstoezicht. Alleen mensen die een ambacht uitoefenen, zoals timmerman of wasvrouw vielen niet onder het toezicht.

1863 begin juli-september : van slavernij naar loonslavernij
De vrijverklaarden waren begin juli vrij om naar andere plantages te reizen. Velen gaven de voorkeur aan plantages dichter bij de stad of een plek waar ze meer konden verdienen. Verhuizen gaf een gevoel van vrijheid
Op 6 juli moest iedere vrijgemaakte verplicht weer aan het werk. Vanaf 1 september was er een identificatieplicht via een livret waarop hun werkgever stond vermeld.

September 1863-juli 1873 : onder het Staatstoezicht
De Emancipatiewet bepaalde dat vrijgemaakten met toestemming van de gouverneur al eerder uit het Staatstoezicht konden geraken door goed en arbeidzaam gedrag. Dit lukte maar weinigen.
 
Ontslagen van het Staatstoezicht door goed gedrag
In de districten vielen de vrijgemaakten onder het gezag van de districtscommissarissen. Deze functie werd daartoe speciaal in 1863 ingesteld.
Vooral jongeren trokken in Suriname van de ene naar de andere plantage. Veel vrijgemaakten, maar vooral vrouwen, wilden in de stad werken.
De gouverneur en de districtscommissarissen wezen bijna alle aanvragen van vrijgemaakten zonder vakbekwaamheid om naar de stad te gaan af.
Alleen met een stedelijke arbeidsplek, een familielid dat borg wilde staan, of een medische verklaring van arbeidsongeschiktheid voor het veldwerk mocht men naar de stad.
Vrijgemaakten die een vak uitoefenden en daarom niet verplicht waren tot een contract verhuisden naar de stad. Als winkelier, huisbediende of marktvrouw hadden ze in Paramaribo een beter bestaan en konden zich opwerken uit de ergste armoede.

Ter gelegenheid van de verjaardag van de koning werd jaarlijks een klein aantal gelukkigen door de gouverneur van het staatstoezicht ontheven. Hun namen werden in de krant vermeld

Ontheven van het Staatstoezicht op de verjaardag van de koning

Sommigen probeerden onder het staatstoezicht uit te komen door een huwelijk aan te gaan met een vrije partner. Maar dat lukte ook maar zelden.

Ontheven van het Staatstoezicht door huwelijk met een vrije

Door deze beperkende maatregelen steeg het aantal wetsovertredingen in de periode van het Staatstoezicht enorm. Werkloosheid, zwerven, meedoen aan ‘heidense’ rituelen (winti) werden gecriminaliseerd. Voortdurend werden er in de Surinaamse kranten starfmaatregelen afkondigd tegen zwerven, lediggang, landloperij en bedelarij. Duizenden werden veroordeeld voor onwil om te werken.
Het sociaal-economisch bestaan van de vrijgemaakten op de plantages was na 1863 vaak nog zwaarder dan in de tijd van de slavernij. Men draaide lange arbeidsdagen tegen een laag loon. Er was nauwelijks nog tijd om voedsel te verbouwen op de kostgrond, als men die al niet was kwijtgeraakt door naar een andere plantage te verhuizen. Dure levensmiddelen konden in een winkel op de plantage worden gekocht. Vrouwen kwamen moeilijker aan werk en verdienden een kwart minder. Hoe het met de kinderarbeid was gesteld laat zich raden. Bejaarden en zieken zaten vaak zonder inkomen.

1863-1873: Loonslavernij - overgangsperiode naar immigratie van contractarbeiders

Door de verplichting voor de ex-slaven om tien jaar onder het staatstoezicht betaald werk te verrichten op een plantage naar keuze, kregen de plantagehouders genoeg tijd om naar nieuwe werkkrachten te zoeken die het slavenwerk konden overnemen.

Al voor de afschaffing van de slavernij werden contractarbeiders op de plantages aangenomen. Tussen 1863-1873 ging dit gewoon door.
Deze contractarbeiders werden buiten Suriname geworven. In 1853 werken er reeds Chinese contractarbeiders in Suriname. Hun aantal was in 1873 opgelopen tot 785. Na afloop van hun contract vestigden ze zich vaak als winkeliers in Paramaribo. In 1869, nog tijdens de periode van het Staatstoezicht, kwamen 46 Hindoestanen uit Brits-Guyana op Surinaamse plantages werken.
Plannen om grootschalig contractarbeiders in te voeren waren omstreden.
Tegenstanders vreesden door massale immigratie een nog verdere verslechtering van de toch al zwakke maatschappelijke positie van de vrijgemaakte negers.
Voorstanders vreesden een ineenstorting van de Surinaamse landbouw na 1873. Sommigen pleitten zelfs voor verlenging van het Staatstoezicht.
De voorstanders van immigratie wisten hun gelijk te halen

1873 Eindelijk vrij, maar met lege handen
Na het einde van het Staatstoezicht in 1873 verkozen de meeste vrijgemaakten de stad boven de plantages. De opengevallen arbeidsplaatsen op de plantages werden ingevuld met immigranten eerst uit India en later uit Java. Deze immigranten werkten onder dezelfde zware omstandigheden als de slaven voor 1863 en de loonslaven na 1863. Na afloop van hun contract konden ze kiezen: vrije terugreis naar land van herkomst of zich vestigen in Suriname. In het laatste geval kregen ze een stuk landbouwgrond in eigendom. De slaven die in 1863 vrije mensen werden en nog 10 jaar verplicht loonslaaf waren hebben nooit grond gekregen. Ze stonden met lege handen.

1863-1873 Ontheven van het Staatstoezicht : enkele gelukkigen

De achternaam Elster werd in 1863 gegeven op de plantage Concordia,
Deze plantage was eigendom van mijn voorouders


Ontheven van het Staatstoezicht door de Gouverneur
Ontheven van het Staatstoezicht op de verjaardag van de koning


 

Ontheven van het Staatstoezicht op de verjaardag van de koning

Een bijzonder geval was Willem Zandpoort die in october 1866 drenkelingen het leven had gered.
Zijn heldendaad haalde zelfs de kranten in Nederland en de Oost.
Willem Zandpoort

Willem Zandpoort

Willem Zandpoort

Willem Zandpoort

Willem Zandpoort

 

Willem Zandpoort trouwde eind 1872 met Theresia Holijsloot. Hij stierf 32 jaar oud op 16 november 1873.
Willem Zandpoort staat in de emancipatiedatabase van 1863 ingeschreven als Zandfoort.

Voornaam Willem
Achternaam Zandfoort
Slavennaam Willem
Geslacht man
Leeftijd 18
Beroep Timmerman
Godsdienst EBG
Plaats plantage Vossenburg
Verblijfplaats Vossenburg
Provincie plantage Commetewane
Borderelnummer PL214
Opmerkingen Zoon van Flora Zandfoort; geboortejaar 1845. Blijkens borderel slavennaam Wellington; blijkens borderel leeftijd 21 jaar. Blijkens proces-verbaal maart 1863 en blijkens verklaring W. van Tholl, gezagvoerder plantage Vossenburg, verblijvend te Paramaribo bij timmerman W. Vlijtman; [Zandvoort manumissienaam uit 1834, 1838 en 1851]


Bronnen:

www.gahetna.nl  
 

vrijdag 30 januari 2015

Van slaaf tot elite

In de Burgerlijke Stand van het Gelders Archief  vindt men enkele overlijdensakten van Afrikanen, overleden respectievelijk in Harderwijk en Arnhem

Louis Carré
Ko Bus
Nn Valentijn


Bron Gelders Archief
In de 19e eeuw (1831-1872) ronselde de Nederlandse overheid buitenlandse soldaten voor het KNIL, waaronder ook Afrikanen. Door demografische oorzaken (oa het verlies van België) kon men het leger niet op peil houden met Nederlanders. Verder wilde vanwege twijfel aan hun loyaliteit men niet teveel Indische inlanders in het leger. Afrikanen werden geacht de tropische omstandigheden beter te verdragen dan Europeanen. De Nederlanders kochten Afrikaanse slaven vrij en verscheepten ze van Ghana naar Nederlands Indië. In totaal ging het om zo'n 3000 mannen.

De reis naar en van Nederlands-Indië ging via het Koloniaal Werfdepot in Harderwijk



Bron www.delpher.nl


In de kranten van de 19e eeuw is de nodige informatie te vinden over de Afrikanen in Nederlands-Indië. Diverse Zwarte Hollanders hebben zich in hun krijgsdienst onderscheiden door hun plichtsbetrachting en moed.

Bron www.delpher.nl



 
Bron www.delpher.nl


Deze Afrikanen hadden dezelfde arbeidsvoorwaarden en status als Europese (lees blanke) soldaten en stonden in de hiërarchie boven de inlanders. Ze werden de Orang Blanda Itam genoemd, de Zwarte Hollanders. Na afloop van de diensttijd konden deze Afrikanen op kosten van de Nederlandse staat terugkeren. Maar er bleven ook verschillende Afrikanen in Indië. Hun nakomelingen die zich deels vermengden met inlanders hadden een hoge sociale status. De mannelijke nakomelingen dienden ook in het Nederlandsch-Indische Leger.
Wat een tegenstelling met de West-Indische koloniën waar de regel gold: hoe donkerder de huid, hoe lager de sociale status.

dinsdag 6 januari 2015

Familiegeschiedenis : weer een klein stapje verder

Onlangs kreeg ik via familie de (mondelinge) informatie toegespeeld, dat mijn overgrootmoeder Frederika Marengo (ovl. 1 maart 1933) een dochter was van Alphonse Marengo.
In de database "Suriname en Nederlandse Antillen: Vrijverklaarde slaven (Emancipatie in West-Indië 1863) www.gahetna.nl staan de volgende gegevens. 

Voornaam Alphonse
Achternaam Marengo
Slavennaam Johannes
Geslacht man
Leeftijd 9
Beroep In het woonhuis
Godsdienst RC
Plaats plantage De Vier Kinderen
Verblijfplaats De Vier Kinderen
Provincie plantage Boven Para
Borderelnummer PL114
Opmerkingen Zoon van Amarantha Marengo; geboortejaar 1854. Blijkens borderel geboortejaar 1851; blijkens borderel slavennaam Johannis

Zijn moeder was Amarantha, geboren in 1818.

Voornaam Amarantha
Achternaam Marengo
Slavennaam Amarantha
Geslacht vrouw
Leeftijd 45
Beroep Draagster
Godsdienst Oningevuld
Plaats plantage De Vier Kinderen
Verblijfplaats De Vier Kinderen
Provincie plantage Boven Para
Borderelnummer PL114
Opmerkingen Zuster van Philip Marengo, Julius Marengo en Johanna Marengo; geboortejaar 1818

Volgens de volkstelling van 1921 zou Frederika in 1877 zijn geboren.
Frederika stierf op 1 maart 1933, 61 jaar oud. Volgens deze bron zou zij in 1872 zijn geboren. Haar vader zou dan 18 jaar oud zijn geweest.
In de Surinaamse volkstelling van 1921 wordt Alphonse Marengo niet genoemd, dus was hij voor 1921 overleden.
Er is nog nader onderzoek nodig in de Burgelijke Stand van Suriname om de relatie tussen Frederika en Alphonse te verifiëren

Overlijden van Frederika Marengo op 1 maart 1933
Bron: www.delpher.nl

vrijdag 12 december 2014

Saigo Takamori : de laatste samurai

Op het eiland Sakurajima zag ik dit beeldje staan, ter nagedachtenis van ????.

Helaas lees ik geen Japans, dus is het mij niet duidelijk wie hier wordt herdacht.

De afbeelding echter doet mij denken aan Saigo Takamori .

Saigo Takamori op Sakurajima

Saigo Takamori was een beroemde en legendarische samurai. De populaire politicus was afkomstig uit Satsuma, en speelde als leider van de Meiji revolutie tegen de Tokugawa shogun een grote rol in het herstel van het keizerlijk gezag.
Na zijn pensionering in 1873 keerde hij terug naar zijn geboortestreek stichtte daar een privé militair opleidingsinstituut voor jonge samurai.
Ontevreden met de regering leidde hij de Satsuma opstand in 1877.  Het privéleger van Saigo werd echter verslagen en hij pleegde rituele sepukku. In 1891 werd Saigo door de keizer in ere hersteld. In de omgeving van Kagoshima in het zuiden van Kyushu is Saigo een held, de enige echte laatste samurai.

maandag 1 december 2014

Mwene Mutapa

Op middeleeuwse kaarten werd het noorden van Afrika regelmatig afgebeeld. Tropisch Afrika beneden de Sahara en verder zuidwaarts kwam echter pas in het Europese vizier tijdens de Portugese ontdekkingsreizen. De Europese kaartmakers waren er snel bij om deze nieuwe kennis binnen Europa te verspreiden.
 
Op deze oude kaarten van Afrika waren de binnenlanden gevuld met topografisch-geografische details, terwijl op 19e eeuwse kaarten dezelfde streken blanco waren weergegeven. Wisten de 16e eeuwse kartografen iets, wat hun latere collega's waren vergeten?
De Portugezen verkenden voornamelijk de kusten, met name in het westen. Ze kwamen niet of nauwelijks in het achtergelegen land.  In het oosten van Afrika verwierven ze meer kennis van de landinwaarts gelegen streken. Je zou kunnen voorstellen dat de Portugezen ook beschikten over informatie verstrekt door Arabische en Indiase kooplieden, Arabische slavenhandelaars (de slavenhandel uit Oost-Afrika op Arabië en India was 1000 jaar ouder dan de westelijke slavenhandel) en lokale Afrikanen, aangevuld met onuitputtelijke fantasie die de rest van de diepe binnenlanden van het continent invulde. Binnenlanden die na 1800  tot ver in de 19e eeuw door Europeanen als witte vlekken op de kaart werden beschouwd.
 

Kaart van Afrika uit 1596, Collectie van Rhemen, Gelders Archief

Het zou voor deze eenvoudige blogpost teveel werk vergen om alle geografische namen op hun historische juistheid en ligging na te pluizen, (zo is Koninkrijk Damute : Ethiopië verkeerd geplaatst op deze kaart) maar toch springen er een aantal interessante zaken uit.

Linksboven op deze kaart uit 1596 staat het rijk: Manicongo

Manikongo of MweneKongo was de titel van de koningen van Congo. Hun rijk bestond van de 14e tot in de 19e eeuw en bestreek gebieden in het huidige Angola en de Democratische Republiek Congo.

Iets verder zuidwaarts zien de naam Zaïre. In de 20e eeuw doopte de dictator Mobutu Congo om in Zaïre.
In het zuid-oosten in het tegenwoordige Zuid-Afrika staat Mahambana. Volgens een 18e eeuwse publicatie (te vinden op Googlebooks) was Mahambana  een koning van Monomotapae.

De titel van de hier afgebeelde kaart is Regnum Monomotapae.

Mwene Mutapa, was de titel van de opvolgende lijn van Afrikaanse koningen, die tussen de 1300-1700 over het gebied tussen de Zambezi en Limpoporivieren heersten, het tegenwoordige Zimbabwe en Mozambique. Hun rijk werd het rijk van de Mwene Matapa, of gewoon Matapa (Mutapa) genoemd, door de Portugezen verhaspeld tot Monomotapa.

De bekendste stad in dit rijk is de ruinestad "Great Zimbabwe", het grootste oudste stenen bouwwerk ten zuiden van de Sahara, gelegen in het zuidoosten van de moderne staat Zimbabwe. Zimbabwe was gebouwd door een ouder volk, ver voor het rijk van de Mwene Mutapa. Portugese reizigers die deze ruïnes in de vroeg 16e eeuw bezochten dachten dat ze de hoofdstad van de Koningin van Sheba hadden gevonden.  Geruchten over rijke goudmijnen lokten al vanaf de vroege 16e eeuw Portugezen dieper het Afrikaanse achterland in. In de loop van de eeuwen versterkten de Portugezen moeizaam hun greep op het gebied (Zo werden ze in 1693 het land weer uit gegooid)
Wordt met Zimbaas de rivier de Zambezi of de ruïnestad Zimbabwe bedoeld?
Verder zien we meer naar het noorden aan de oostkust de naam Mozambique.
Zophal was de belangrijke havenstad Sofala.
Dieper in de binnenlanden ligt het koninkrijk Butua.

Een overzicht van de historische ontwikkeling van Afrikaanse koninkrijken is op deze interactieve tijdlijn te zien.

Diverse van deze rijken hebben indrukwekkende archeologische sporen nagelaten. En dan hebben we het nu eens een keer niet over Egypte.