donderdag 29 maart 2018

Familiegeschiedenis : beide kanten van de zweep

Jenny van Elder was een van mijn voorouders die in haar leven persoonlijk beide kanten van de zweep leerde kennen, eerst als slavin en in de latere jaren van haar leven als slavenhoudster
In 1810 werd zij met haar 3 kinderen, waaronder mijn directe voorouder William jr. vrijgelaten door haar eigenaar en toekomstige echtgenoot William Elder. De kinderen die zij na 1810 kreeg werden in vrijheid geboren.

In 1837 trouwde Jenny van Elder en William Elder, en op 18 januari 1837 maakten ze voor de notaris in Paramaribo hun akte van huwelijksvoorwaarden en testament op (Bron Nationaal Archief toegang 1.05.11.15 Notarieel Archief, 1828-1845, invnr. 38, scans 113-115)

Jenny bracht in haar huwelijk diverse goederen met een waarde van 6000 gulden mee, waaronder de volgende mensen Henrij, Daphne, Swankie, Betty, Goodluck, Susannah, Coba, Eduard, Dido, Marij Nanette.

NL-HaNA_1.05.11.15_38_112

Een aantal van deze slaven was ik al eerder tegengekomen in het onderzoek naar de familie Elder.

In 1835 verzocht William Elder toestemming van het gouvernement om Swankie, Goodluck, Betty en Marij over te schrijven van de plantage Concordia naar zijn privéhuishouden.
Henrij, Daphne, Swankie, Betty, Goodluck, Susannah en Marij werden door Jenny in 1831 en 1835 eerdere testamenten en legaten genoemd.
In het testament bepaalden William en Jenny dat Nanette na hun overlijden de vrijheid zou krijgen.

Toen Jenny van Elder in 1846 overleed was ze eigenares van een plantage met bijna 100 slaven en slavinnen.
Nanette werd in 1845 gemanumitteerd en kreeg de naam Nanette Andel. Ze stierf in februari 1859, geschatte leeftijd 80 jaar.
Betty kreeg de vrijheid in 1861 en kreeg als naam Joahnna Betty Redle, ze was in 1819 geboren.

NB. de uitdrukking "Beide kanten van de zweep" hoorde ik voor het eerst van Jörgen Raymann.

zondag 25 februari 2018

Eet je bord eens leeg

Al jarenlang erger ik mij aan tafelscènes in met name Amerikaanse films en tv series. Nooit eten ze daar hun bord leeg. Er wordt een beetje in het bord geprikt en geroerd, soms neemt men een of twee happen, maar vaker staan de personages op en lopen weg hun volgeladen borden achterlatend.
Hebben ze nooit geleerd dat pas van tafel mogen als hun bord leeg is?

donderdag 1 februari 2018

De wrede mevrouw Coetzee

In de rubriek Dagboek in de Volkskrant staat vandaag een fragment uit Reize naar Surinamen, geschreven door Johan Gabriel Stedman, waarin de wrede straf die een slavin kreeg omdat ze haar targets niet had gehaald staat beschreven.
De militair Stedman die was ingehuurd om de opstandige weggelopen Marrons te bestrijden, was niet direct een tegenstander van de slavernij, maar uitte in dit fragment wel zijn verontwaardiging over "de onmenselijkheid waarmee de kolonisten de schepsels behandelen die aan hun macht zijn onderworpen."
In zijn reisverslag verhaalde hij regelmatig over de wreedheid waarmee de slaven in Suriname werden behandeld.
Zo ook in deel III, hoofdstuk XXVII, blz. 304-306 (uitg.Amsterdam, 1800, facs. 1974, S.Emmering, Amsterdam) de gebeurtenissen op de plantage Katwijk, eigendom van het echtpaar Coetzee. Stedman verbleef enige tijd als gast op deze plantage.
Met name mevrouw Coetzee werd neergezet als een uiterst onmenselijk wezen. Een jonge slaaf Jacky, die de glazen naar de mening van zijn meesteres niet goed genoeg had gewassen en gegeseld zou worden ontsnapte aan zijn straf door zich dood te schieten, liggend in het bed van zijn meester. Een slavin Yvette werd zwaar gekastijd vanwege een bepaalde opmerking over mevrouw Coetzee, en later nog een keer omdat ze een andere "mevrouw" onbeschoft zou hebben aangekeken.
Deze wreedheden vonden plaats in begin 1773.
Mevrouw Coetzee was niemand minder dan Alida Wossink, die in 1772 mijn voormoeder Prinses van Van Meel de vrijheid schonk en haar ook na haar vrijlating in haar huishouden in dienst hield.

woensdag 20 december 2017

Carolina van Prinses van Van Meel

In diverse posts heb ik geschreven over mijn verre voorouder Prinses van Van Meel (overleden in 1792) en haar kinderen en kleinkinderen.

Onlangs vond ik het overlijden van een van haar kleindochters Carolina, ook bekend als Clarijntje.
Ze was naar gissing 80 jaar oud toen ze in september 1843 stierf, dus zou ze kort na 1760 geboren zijn. Carolina verkreeg haar vrijheid uit slavernij in de periode 1798-1799

Overlijden van Carolina van Van Meel in 1843
Bron: www.delpher.nl

Dracula : 120 jaar later

In 1897 publiceerde Bram Stoker zijn griezelroman Dracula. Hij kon nauwelijks voorzien dat 120 jaar later een bibliotheek zou worden kunnen gevuld met boeken en studies gewijd aan de hoofdpersoon van zijn roman.
In de roman geeft Stoker enkele summiere verwijzingen naar de achtergrond van de vampiergraaf. Deze verwijzingen hebben een aantal onderzoekers op het spoor gezet van een zekere prins Vlad, die in de 15e eeuw heerste over het vorstendom Wallachije, het gebied tussen Karpaten en Donau in het zuiden van Roemenië. Deze Vlad werd bij leven en welzijn Dracula genoemd door vriend en vijand. De connectie wordt betwist door serieuze historici, maar helaas voor hen zijn de romanfiguur en de historische persoon innig met elkaar verstrengeld in het publieke bewustzijn. Zonder de populaire griezelgraaf zou Vlad Dracula een vergeten bestaan hebben geleid op de boekenplanken van de geschiedkundigen, en zonder de wrede en charismatische prins was graaf Dracula een romanvampier als alle andere, achteraan in het rijtje van Lord Ruthven, Camilla en Varney the Vampire. Toch?

Vlad Tepes ook bekend als Vlad Dracula,
ca. 1430-1477

donderdag 14 december 2017

Familiegeschiedenis: foute spelling

Het is mij tijdens het onderzoek naar mijn voordouders vaker opvallen dat namen wel eens verkeerd gespeld worden.
Onlangs vond ik daar weer een treffend voorbeeld van. William Elder werd in 1821 geschreven als William Elden.

Bron: www.gahetna.nl NL-HaNA_1.05.10.07_337_0014



Bron www.gahetna.nl NL-HaNA_1.05.10.07_337_0013
 

dinsdag 26 september 2017

Familiegeschiedenis : de Herengracht in Amsterdam

Een aantal blogpostst geleden schreef ik over het leven van mijn betovergrootvader Ferdinand Frederikus Diergaarde (1835-1921). Hij overleed in een bejaardenhuis aan de Herengracht in Amsterdam. Dit bejaardenhuis was ooit gesticht door de koopman en filantroop Josephus Augustinus Brentano, die zijn rijkdom had vergaard met onder andere handel op de koloniën in Oost en West.

Brentano had in 1789 een ander pand aan de Herengracht gekocht, namelijk nr, 544, waarin hij zijn kunstcollectie onderbracht.

Herengracht 544 was ooit vanaf 1740 het eigendom van Joan Hubert van Meel, slavenhandelaar en secretaris van de Sociëteit van Suriname. Deze Van Meel was een oom van Joan Willem van Meel, raad fiscaal in Suriname Joan Willem was de echtgenoot van Alida Wossink. Joan en Alida waren de eigenaren van een van mijn voorouders namelijk Prinses, die na haar manumissie de achternaam "van Van Meel" aannam en haar achternaam doorgaf aan haar kinderen.