maandag 8 mei 2017

Familiegeschiedenis : de manumissie van Prinses van Van Meel


Princes (ook wel geschreven als Prinses) was het eigendom van het echtpaar Van Meel-Wossink

In 1771 stierf Jan van Meel en in 1772 gaf zijn weduwe Alida Wossink aan Princes de vrijheid.

"Uit hoofde van de getrouwe diensten door eene haerer slavinnen genaamd Prinses aan haar een geruime tijd beweesen, wel geneegem was… om haar uit de staat der slavernij te ontheffen"…. Prinses "is in staat zich zelve te alimenteren door een dagelijkse broodwinning"… als ze vrijdom heeft verkregen "sy gebenificieerd sal worden met een erff en daar op synde gebouwen gelegen buiten Paramaribo"
Bron NL-HaNA_1.05.10.02 Raad van Politie in Suriname invnr. 408 scans 0237-0248


www.gahetna.nl NL-HaNA_1.05.10.02_408_0239


www.gahetna.nl NL-HaNA_1.05.10.02_408_0240

Over de herkomst van Prinses heb ik helaas niet veel kunnen achterhalen.
In een Inventaris van de plantage Katwijk 1759 (zie verderop) staan in de lijst van slaven de volgende namen die voor dit onderzoek interessant kunnen zijn.
Mannen:
Quassie (kuiper, 525 gldn),
Codjo (snijder en voetebooy, 500 gldn)
Wijven:
Prinses (wasvrouw en kokkin, 750 gldn),
Coba (breister, 490 gldn)
Kettie met de krabbejas (350 gldn) (zie ook 1782 vrijdom Kettie door Prinses)
Jongens :
Quassie (300 gldn),
Laky (150 gldn)
Meisjes :
een kleine Coba, (stopster, 280 gldn
Bron: NL-HaNA_1.05.11.14 Notarissen in Suriname tot 1828 invnr. 692 scans 0861, 0869-0874
 De namen Prinses, Quassie, Codjo,Coba en Lacky zijn hier van belang. De kinderen van Prinses dragen deze namen. Ook de naam Kettie is interessant want in 1782 gaf Prinses een door haar gekochte slavin Kettie de vrijheid.
 
De Plantage Katwijk ter grootte van  500 akkers werd door gouverneur Mauricius in 1746 uitgegeven aan de - toen dertienjarige - Alida Maria Wossink (1733-1785) uit Paramaribo, dochter van Andries Wossink (?-1746) en Maria Anna Lemmers (1705-1789). In 1748 trouwde Alida met Christiaan de Nijs Door zijn huwelijk werd hij mede-eigenaar van de plantage, die ongetwijfeld door hem is ontgonnen en als koffieplantage is aangelegd.

In 1759 werd van de plantage een inventaris opgesteld. Katwijk was toen al een grote koffieplantage met 159 slaven, en een getaxeerde waarde van HFL. 150.660,-. de Raad-Fiscaal Jan Willem van Meel (1741-1771), die Katwijk in 1770 met 200 akkers achterland vergrootte was de 2e echtgenoot van Alida Wossink. Het derde huwelijk van Alida Wossink was met Everhardus Jacobus Coetzee (1743-1785)


Als vrije vrouw noemde Prinses zich de vrije Prinses van Van Meel, ook wel de vrije Prinses van Coetzee.
Princes bleef echter in dienst van de weduwe Van Meel. Ze had 4 kinderen die bij de wed. Van Meel nog in de staat van slavernij verkeerden: Quassie, Codjo, Lackey en Coba. Ze slaagde erin om in ieder geval drie van haar kinderen vrij te krijgen: Codjo (1785), Lackey (1786) en Coba (1791)
Het woonhuis van de weduwe Van Meel-Wossink, waar Prinses van Meel en haar kinderen en kleinkinderen als slaven woonden en werkten bestaat nog en heeft als huisnummer Plein 002 en is bekend als het Duplessis huis.
  

woensdag 3 mei 2017

Familiegeschiedenis : Stamreeks Prinses van Van Meel tot Reine Adèle Simons


Stamreeks Prinses van Van Meel

Onze afstamming
Prinses van Van Meel (*? - +1792)
Zoons en dochter 
zoons : Codjo/Joseph (* - +1803) Lackey (* - +1798) Quassie (* - + voor 1794)
 
                                                                                       dochter
                                                                          Coba? (* - +1821)
 
Kleindochter
Gratia (*1768 - +1828)
 
Dochter
Jansje (* - +18??)
 
Dochter 
Elisabeth van Bruijning (1808-1867) -
 
Dochter
Jacoba Charlotte Prudence Elder (1836-1898)
 
Dochter
Wilhelmina Henriette Veronica Nielo (* 1865-1927)
 
Dochter
Reine Adele Simons (1898-1985)
(Mijn grootmoeder)
 
 
Andere kleinkinderen en achterkleinkinderen en hun nazaten zijn hier buiten beschouwen gelaten.
Wordt vervolgd!

dinsdag 4 april 2017

Familiegeschiedenis : de nazaten van de vrije Prinses van Van Meel

Enkele blogposts geleden besteedde ik aandacht aan Elisabeth van Bruijning (geboren 1808), ook bekend als Elisabeth Veronica de Haas en haar adoptie door Christoffel de Haas.  Daar vroeg ik mij af wanneer ze werd gemanimutteerd  (haar moeder Jansje was slavin) en wie haar vrijlater was.
Een weekeind intensief speuren in de scans op www.gahetna.nl leverde antwoord op deze vragen.

De brief van vrijdom ten behoeve van Elisabeth werd begin 1810 aangevraagd door Jacob Bruijning (ook wel geschreven als Bruyningh, Bruijningh, Bruining, Bruyning)

Uit deze aanvraag bleek het volgende. Op 14 februari 1798 werd Bruijning door het Hof van Justitie te Paramaribo benoemd tot straatvoogd over de kleinkinderen en achterkleinkinderen van wijlen de vrije negerin prinses van Van Meel (ook wel gespeld als Princes, Princesse, Prinsesse), en behorende tot de boedel van "Prinses van Van Meel"

Deze kleinkinderen en achterkleinkinderen waren
- de negerin Prinses, en haar kinderen de mulatten Driesje - Carolina en hun kinderen de mulatten Frederik en Christopher (Cristoffel), zijnde haar dochter Mietje overleden
- Galathea en haar kinderen Jacobus - Apollo
- en de negerin Gratia (moeder van Jansje en Antje, en latere grootmoeder van Elisabeth)
Voor de meesten werden de vrijdomsbrieven in 1798-1799 aangevraagd en ook verkregen.

Op 7 maart 1798 werd de aanvraag voor vrijbrieven voor Gratia en enkele van haar verwanten geregistreerd.

NL-HaNA_1.05.10.04_1370_0044
Op 31 maart 1798 werden de aangevraagde manumissies geadverteerd.


NL-HaNA_1.05.10.04_1370_0078

Een kleine maand later op 26 april 1798 werd de vrijbrief voor Gratia geregistreerd, samen met de publieke bekendmakingen van haar manumissie.


NL-HaNA_1.05.10.04_1370_0089

Antje en de carboegerin Jansje, kinderen van de vrije Gratia verkeerden in 1810 echter nog in de staat van slavernij.
In zijn aanvraag in 1810 stelde Bruijning dat hij nog niet alle familieleden, waaronder Jansje vrij had gekregen omdat het tarief (de boete) op de vrijdom imiddels was verhoogd. Jansje zelf had op een of andere manier het geldbedrag nodig voor de manumissie van haar dochter,  bij elkaar gekregen en dat aan de straatvoogd overhandigd.
Voor de aangevraagde vrijlating van Elisabeth werd op 22 februari 1810 een bedrag van 99,10 gulden betaald.


NL-HaNA_1.05.10.04_1378_0049


Tegen de voorgenomen manumissie van Elisabeth werden geen bezwaren ingediend


NL-HaNA_1.05.10.02_512_0057
Op 11 mei 1810 besluit het Hof dat Elisabeth haar brief van vrijdom krijgt


NL-HaNA_1.05.10-02-512-0055
We weten nu wanneer Elisabeth vrijkwam en hoe ze aan haar achternaam "Van Bruijning" kwam.

Maar nu zijn er de volgende vragen:
Wie was Prinses van Van Meel?
Wanneer is zij gestorven?
Wanneer werd zij een vrije vrouw?
Waarom was Prinses vrij, maar verkeerden haar nakomelingen in de slavenstand?

De naam "van Van Meel" wijst in de richting van  Gerard Willem  (ook wel Willem Gerard) van Meel, die van 1732 tot 1737 Raad Fiscaal in Suriname was. Hij overleed in 1742, of zijn zoon Joan Willem Gerard (ook wel Joan Gerard Willem) van Meel (1741-1771).
Er is nog veel wroetwerk te verrichten in de archieven.

Geraadpleegde bronnen:
www.gahetna.nl
1.05.10.02 Raad van Politie invnrs. 512 scan 55-57
1.05.10.04 Raad van Justitie, inv.nr. 1370 scans 44, 78, 89 en 1378 scan 49

woensdag 29 maart 2017

Familiegeschiedenis : manumissie van Jeany van Elder en haar drie kinderen

William Elder verzocht in het voorjaar van 1811 bij het Hof van Politie en Justitie in Suriname brieven van vrijdom voor de negerin Jeany, haar drie kinderen : Charles, John en William, "voor de aan hem bewesene getrouwe dienste en goede oppassing te schenken den dierbare schat van vrijdom"



bron www.gahetna.nl NL-HaNA_1.05.10.02_517_0127

William Elder betaalde voor de aangevraagde vrijlating van Jeanij en de kinderen een fors bedrag aan leges 381,10 guldens.

Bron www.gahetna.nl NL-HaNA_1.05.10.04_1379_0136

Aan een manumissie waren voorwaarden verbonden: iemand moest zich borg stellen zodat de voormalige slaven niet wegens armoede ten laste zullen komen van de overheid.


bron www.gahetna.nl NL-HaNA_1.05.10.02_517_0128

Verder werd de aanvraag voor vrijdom algemeen bekendgemaakt opdat eventuele andere belanghebbenden bezwaar konden maken.

Er werden tegen het verzoek van William Elder geen bezwaren ingediend en zo konden volgens het besluit van 23 augustus 1811 de brieven van vrijdom voor Jeanij en haar drie kinderen worden afgegeven.

bron www.gahetna.nl NL-HaNA_1.05.10.02_517_0129


William en Jeanij zouden samen nog 5 kinderen krijgen en later kregen alle kinderen, ook de drie zoons die in 1811 werden vrijgelaten de achternaam Elder.
In 1837 traden William en Jeanij in het huwelijk.
Het slavenkind Willam genoemd in dit request van 1811 was de vader van mijn betovergrootmoeder Jacoba Charlotte Prudence Elder.


vrijdag 24 maart 2017

Familiegeschiedenis : Een verjaardag eindigt in tranen

Op 15 januari 1936 vierde mijn overgrootvader Steffen Bijl zijn verjaardag. Hij woonde met zijn echtgenote Theresia Wilhelmina Josephina Diergaarde in Bussum aan de Huizerweg 208.


Huizerweg 208 te Bussum. Bron : Google Streetview
Zijn zwager Johannes Casparus Diergaarde de broer van mijn overgrootmoeder was op verjaarsvisite, maar overleed plotseling tijdens de gezellige bijeenkomst op 69 jarige leeftijd.

overlijdensakte van Johannes Gasparus Diergaarde op 15 januari 1936
Bron www.wiewaswie.nl



donderdag 23 maart 2017

Familiegeschiedenis : Ferdinand Frederikus Diergaarde (1835-1921)

In het bevolkingsregister van het Stadsarchief van Amsterdam heb ik het nodige kunnen vinden over mijn betovergrootvader Ferdinand Frederikus Diergaarde (1835-1921) zijn ouders en zijn gezin
Hij was de vader van mijn overgrootmoeder Theresia Wihelmina Josephina Diergaarde die in 1903 trouwde met Steffen Bijl.

Ferdinand Frederikus Diergaarde woonde volgens het bevolkingsregister in 1852/1853  met zijn moeder de weduwe Cornelia Horen (Hörin)(winkelierster) in de Hazenstraat. Zijn ouders waren in 1830 getrouwd. Zijn vader Ferdinand Fredericus Diergaarde was inmiddels overleden.


Bron Stadsarchief Amsterdam, bevolkingsregister
 
Het gezin van Ferdinand Frederikus Diergaarde, gehuwd met Theresia Wilhelmina Leenhoff aan de Rozengracht 180. Mijn overgrootmoeder was de jongste in een gezin van 8 kinderen.



Bron Stadsarchief Amsterdam, bevolkingsregister
Bron Stadsarchief Amsterdam, bevolkingsregister

Een tijd woonde de familie ook In Nieuwer-Amstel (1881-1896).
Ferdinand Frederikus Diergaarde en zijn gezin woonden achtereenvolgens op de volgende adressen:
Rozengracht 180
Da Costastraat 55-IIhoog
Da Costastraat 155-IIhoog
Lijnbaansgracht-Ihoog
 
Bron Stadsarchief Amsterdam, bevolkingsregister
Mijn overgrootmoederTheresia Wilhelmina Josephina werkte als dienstbode en trouwde (zeer tegen de zin van haar vader) in december 1903 met de timmerman Steffen Bijl.



Bron Stadsarchief Amsterdam, bevolkingsregister
Ferdinand Frederikus Diergaarde woonde ook een aantal jaren (1908-1910) in het RK Lindenhofje aan de Lindengracht in de Jordaan


Bron Stadsarchief Amsterdam, bevolkingsregister, detail
Bron Stadsarchief Amsterdam, bevolkingsregister, detail
 Het Lindenhofje aan de Lindengracht
Bron Stadsarchief Amsterdam, beeldbank
Ferdinand Frederikus Diergaarde verhuisde in 1913 uit Nijmegen  naar  Het R.K. Gesticht Brentano's steun des Ouderdom aan de Herengracht 595.
 
Bron Stadsarchief Amsterdam, bevolkingsregister, detail
Bron Stadsarchief Amsterdam, bevolkingsregister, detail

 Het R.K. Gesticht Brentano's steun des Ouderdom aan de Herengracht 595.
Hier bracht Ferdinand Frederikus Diergaarde zijn laatste levensjaren door

Bron Stadsarchief Amsterdam, beeldbank

dinsdag 14 maart 2017

Familiegeschiedenis :Jansje van 't Velde, 1800-1850

Jansje, (ook gespeld als Jansie) van 't Velde, moeder van mijn betovergrootmoeder Caro van 't Velde en grootmoeder van mijnovergrootvader de landmeter Hendrik Marius Simons overleed  op 16 september 1850.
Jansje was 50 jaar oud.
De laatste 14 jaar van haar leven had ze als een vrije vrouw geleefd, nadat ze in  1836 was gemanumitteerd.

Bron: www.gahetna.nl NL-HaNA_1.05.11.13_296_0203

Jansje werd begraven voor rekening van haar dochters Floortje en Caro op het Nieuwe Kerkhof.
De kosten van haar begrafenis bedroegen 25 gulden.

Enkele jaren eerder in 1846 had Jansje haar dochter Sanna begraven op het Savanne Kerkhof. Sanna was 14 jaar oud geworden.
Bron www.gahetna.nl NL-HaNA_1.05.11.13_296_0037