Archieven betreffende de voormalige Nederlandse koloniën Demerara, Essequibo en Berbice die in Guyana berusten zijn gedigitaliseerd en online bij het Nationaal Archief te raadplegen.
Dit is zeker ook interessant voor onderzoekers die zich bezig houden met de geschiedenis van Suriname
http://www.gahetna.nl/actueel/nieuws/2018/dutch-series-guyana
dinsdag 23 oktober 2018
maandag 8 oktober 2018
Corpus Draculianum 2018
Onlangs is in de reeks bronnenpublicaties : Corpus Draculianum Briefe und Urkunden, Teilband 1,2: Die Überlieferung aus Ungarn, Mitteleuropa und dem Mittelmeerraum uitgebracht. Dit is een vervolg op het in 2017 uitgegevenTeilband 1,1 met documenten uit de Walachijse kanselarijen met betrekking tot Vlad Tepes, ook bekend als Vlad Dracula.
In dit deel zijn 122 brieven, verslagen, oorkonden opgenomen die zijn gevonden in de archieven in Hongarije, Italië, Turkije, Polen, Duitsland, Oostenrijk en Roemenië.
De documenten gaan voor het grootste deel over de handel en wandel van Vlad in 1461-1462 (strijd tegen de Turken) en 1475-1476 (zijn terugkeer als bestrijder van de Turken).
Zie ook mijn eerdere post over de reeds verschenen delen.
Het laatst deel in de reeks : deel 2 wordt in 2020 verwacht
In dit deel zijn 122 brieven, verslagen, oorkonden opgenomen die zijn gevonden in de archieven in Hongarije, Italië, Turkije, Polen, Duitsland, Oostenrijk en Roemenië.
De documenten gaan voor het grootste deel over de handel en wandel van Vlad in 1461-1462 (strijd tegen de Turken) en 1475-1476 (zijn terugkeer als bestrijder van de Turken).
Zie ook mijn eerdere post over de reeds verschenen delen.
Het laatst deel in de reeks : deel 2 wordt in 2020 verwacht
| Corpus Draculianum |
| Corpus Draculianum |
| Corpus Draculianum |
vrijdag 5 oktober 2018
Wat is een mens waard?
In Suriname vóór 1863 was er een groep mensen van grote waarde : de onvrije slavenbevolking.
De waarde van de slaven werd bepaald door hun arbeidsvermogen.
Van belang voor dit arbeidsvermogen waren : geslacht, leeftijd, vakbekwaamheid, vaardigheden en gezondheid.
Al deze factoren droegen bij aan de hoogte van de (verkoop)waarde van de onvrije mensen.
Ponto bij de chirurgijn met een gonorhea. Waarde 1000,- gulden (
Plantage Saxen, 22 september 1801)
Diverse vrouwen waren Zwanger Aan het Fort om te kraamen (Plantage Frederikslust, 18, 19 en 21 december 1801)
SOA's bij jonge jongens en meisjes
De waarde van de slaven werd bepaald door hun arbeidsvermogen.
Van belang voor dit arbeidsvermogen waren : geslacht, leeftijd, vakbekwaamheid, vaardigheden en gezondheid.
Al deze factoren droegen bij aan de hoogte van de (verkoop)waarde van de onvrije mensen.
In de slavenlijsten te vinden in boedelinventarissen van
particulieren en plantages kan men gegevens vinden over kwalen, ziekten, aandoeningen,
verwondingen, gebreken en ouderdom, zwangerschappen enz. van individuele slaven en slavinnen.
Veel voorkomende aandoeningen waren: boasie (lepra, melaatsheid), jas of jaas (framboesia), en zweren. Waarschijnlijk zijn veel van de genoemde “zweren” ook veroorzaakt door Leishmania, en alle mogelijke bacteriën en schimmels. Afbeeldingen op internet van tropische huidaandoeningen geven een idee van het lijden van door deze ziekten getroffen mensen.
Veel zweren en ontstekingen zaten op benen en voeten. Omdat slaven geen schoeisel mochten dragen en ook op de plantage grotendeels met een bloot lichaam moesten werken, liepen ze extra risico op verwondingen. Aantasting van het immuunsysteem door eenzijdige voeding en werk gerelateerde stress verhoogden de gevoeligheid voor infecties.
Het Koloniaal Bestuur probeerde vergeefs verspreiding van besmettelijke ziekten tegen te gaan
Zo is er het Plakkaat van 1761 om verspreiding van besmettelijke ziekten tegen te
gaan. Dit plakkaat werd nogmaals uitgevaardigd in 1778. Let op: de bezorgdheid van de koloniale bestuurders gold de
alleen voor de gezondheid van de Blanken. Veel voorkomende aandoeningen waren: boasie (lepra, melaatsheid), jas of jaas (framboesia), en zweren. Waarschijnlijk zijn veel van de genoemde “zweren” ook veroorzaakt door Leishmania, en alle mogelijke bacteriën en schimmels. Afbeeldingen op internet van tropische huidaandoeningen geven een idee van het lijden van door deze ziekten getroffen mensen.
Veel zweren en ontstekingen zaten op benen en voeten. Omdat slaven geen schoeisel mochten dragen en ook op de plantage grotendeels met een bloot lichaam moesten werken, liepen ze extra risico op verwondingen. Aantasting van het immuunsysteem door eenzijdige voeding en werk gerelateerde stress verhoogden de gevoeligheid voor infecties.
Het Koloniaal Bestuur probeerde vergeefs verspreiding van besmettelijke ziekten tegen te gaan
In 1780 volgde een verbod op het verkopen van slaven met boasie en krankzinnigheid.
![]() |
| bron : https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.10.02_223_0039 |
In 1780 volgde een verbod op het verkopen van slaven met boasie en krankzinnigheid.
Hier volgen enkele voorbeelden van aandoeningen (periode 1780-1807) te vinden In het archief 1.05.11.14 Notarissen in Suriname tot 1828 in de serie Inventarisaties en prisaties (schattingen) van boedels. Het betreft meestal boedels en nalatenschappen bij overlijden![]() |
| bron : https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.10.02_224_0289 |
Cicero eet grond. Waarde 50,-(Boedel van A. van
Groeneveld, 24 april 1800)
![]() |
| bron : https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_293_0344 |
Winst en Pransa leden aan de Pokken. Beide waren 500,- waard (Boedel
van de Vrije Dido van Moortel 26-1-1800)
![]() |
| bron : https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_293_0423 |
Hena (Abena?) Ontwrichte heupen (
Plantage Gelderland, 21 juli 1801)
Catto : een vloeing in de baarmoeder. Waarde 300,- gulden (Plantage Stolkert, 18 september 1801)
![]() |
| bron : https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_294_0075 |
Catto : een vloeing in de baarmoeder. Waarde 300,- gulden (Plantage Stolkert, 18 september 1801)
![]() |
| bron : https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_294_0382 |
Het meisje Iris : doodgaande met loopende seeren. Waarde 000. Iris was hoogstens 12 jaar oud.
(Plantage Hecht en Sterk, 19 september 1801)
![]() |
| bron : https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_294_0430 |
![]() |
| bron : https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_294_0463 |
Zwangere slavinnen werden soms naar Fort Zeelandia gestuurd om daar te bevallen.
![]() |
| bron : https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_294_0887 |
Truij Aan het Fort om te kraamen. Waarde 800,- gulden (de
Grond Combé, Plantage Maretraite 28 februari 1802)
![]() |
| bron : https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_297_0161 |
De jongen Jacob: in de kuur met venerique seeren. Jacob was hoogstens 12 jaar oud. (Plantage Carelsburg, 25 en 26 december
1801)
![]() |
| bron : https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_294_0931 |
4 meisjes met venerische ziekten. Deze meisjes waren hoogstens 12 jaar oud (Plantage Perou, 23-24 mei 1802)
![]() |
| bron : https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_295_0476 |
Het meisje Eva : met venerische ziekten. Eva was hoogstens 12 jaar oud. (Plantage Boxel 26-28 januari 1793)
![]() |
| bron : https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_709_0120 |
Het meisje Charlotte met de venusziekte. Waarde 200,- gulden. Charlotte was hoogstens 12 jaar oud.
(Plantage Naaldwijk, 23 maart 1787
![]() |
| bron : https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_707_0224 |
Risico. Ter genezing bij Francina
van Doesburg. (Boedel Sophia Johanna Lemmers, 28 april 1807)
![]() |
| bron : https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_297_0629 |
Maria met
bonkziekten was 250,- gulden waard. (Plantage Naaldwijk, 23 maart 1787.)
![]() |
| bron : https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_707_0224 |
Catharina met boasie (Plantage
Croewassibo, 27-28 april 1793)
![]() |
| bron : https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_708_0223 |
Orestes manqueerd een toon aan een voet (
Plantage Munnikendam, 24 november 1788)
![]() |
| bron : https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_707_0322 |
Maandag met een
houte voet (Plantage Munnikendam, 24 november 1788)
![]() |
| bron : https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_707_0322 |
Sommige plantages beschikten over een ziekenhuis en of medisch personeel zoals een arts (dressiman) of vroedvrouw. Ook in Paramaribo troffen sommige eigenaren voorzieningen voor hun zieke slaven
Gemakhuis voor zieke slaven (Boedel J.G. Neitsch 11 november 1793)
![]() |
| bron : https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_708_0269 |
April met venerische zweeren (Plantage Boxel 26-28 januari 1793)
![]() |
| bron : https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_709_0118 |
Kaatje met opgestopte stonden (Plantage
Boxel 26-28 januari 1793)
![]() |
| bron : https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_709_0119 |
Philida zonder handen (Plantage Boxel 26-28 januari 1793)
![]() |
| bron : https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_709_0119 |
Lijsje oud en blind (Plantage
Boxel 26-28 januari 1793
![]() |
|
bron : https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_709_0119
|
Natuurlijk kwam een groot aantal kwalen en aandoeningen ook
voor onder de vrije bevolking in Suriname, zowel kleurlingen en blanken. Maar vrije
mensen hadden geen waarde.
Bronnen:
https://www.nationaalarchief.nl/ het archief 1.05.11.14 Notarissen in Suriname tot1828, inventarisnummers
293-295, 297,707-709
zaterdag 8 september 2018
Creolen en zoutwaternegers
In Koloniaal Suriname werd in de slavenbevolking van onderscheid gemaakt tussen mensen van Afrikaanse herkomst, maar geboren in de kolonie en de nieuw aangevoerde Afrikanen.De eerste groep werd aangeduid met de term creool of criool. De tweede met de term zoutwaterneger of zoutwaterslaaf, soms ook als nieuwe neger.
In sommige slavenlijsten worden de genoemde mannen, vrouwen en kinderen met de aanduiding (al dan niet afgekort) creool en zoutwaterneger (zw. of zw.r) geduid.
In sommige slavenlijsten worden de genoemde mannen, vrouwen en kinderen met de aanduiding (al dan niet afgekort) creool en zoutwaterneger (zw. of zw.r) geduid.
juni 1783 Schip Het Vaderland Getrouw arriveert uit Afrika met ca. 200 mensen
N ieuwe jongens Willem en Jek,
nieuw meisjes Nellie en Fanny, boedel inventaris A. Blom en J.E.E. Griethuijsen, 8
februari 1800
![]() |
| Bron https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.10.01_124_0135 |
![]() |
| Bron https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_293_0143 |
Plantage Lustwijk 3 september
1807
Nieuwe slaven
aangekocht 21 december ll
![]() |
| Bron https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_298_0286 |
Nieuwe slaven aangekocht in de maand augustus
![]() |
| Bron https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_298_0288 |
Plantage Munnikendam, 24
november 1788
Creolen en z.w.
![]() |
| Bron https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_707_0321 |
Plantage Croewasibo 27-28 april
1793
Aangekochte zoutwater slaaven
![]() |
| Bron https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_708_0222 |
Plantage Den Briel 29 juni 1794
Zoutwater
![]() |
| Bron https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_709_0203 |
Plantage Mondesir
17-18 december 1799
Lijst met creolen en zoutwaterslaven
![]() |
| Bron https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_709_0361 |
![]() |
| Bron https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_709_0361 |
![]() |
| Bron https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_709_0361 |
![]() |
| Bron https://www.nationaalarchief.nl/ NL-HaNA_1.05.11.14_709_0361 |
Of alle “zoutwaternegers” ook uit Afrika kwamen is niet
helemaal duidelijk want er werden soms ook slaven ingevoerd uit het Caraïbisch
gebied, die kwamen eigenlijk ook over zee.
1.05.11.14 Notarissen in Suriname tot 1828,
inventarisnummers 293, 298, 707-709
1.05.10.01 Gouvernementssecretarie invnr. 124
vrijdag 7 september 2018
Een familie van slaven
Mijn voormoeder Prinses van Van Meel (1714-1792) was
samen met haar kinderen (3 zoons en 1 dochter), kleinkinderen en achterkleinkinderen
eigendom van Alida Wossink en haar 3 achtereenvolgende echtgenoten. Toen
Prinses in 1772 de vrijheid kreeg bleven haar nazaten in bezit van Wossink In
1785 kreeg Prinses haar oudste zoon Cojo vrij. Wossink en haar laatste
echtgenoot Coetzee overleden kort na elkaar in het najaar van 1785. Prinses had
het geluk dat haar hele familie bij elkaar was gebleven bij hun eigenares Ook
daarna bleven ze bij elkaar. De meeste afstammelingen van Prinses konden in de
jaren na 1792, 1798-1799 gezamenlijk hun vrijheid verwerven.
De vaders waren waarschijnlijk bij deze slavenfamilies bekend en mogelijk soms ook bij de eigenaren, maar werden niet geregistreerd. Het vaderschap speelde voor de slaveneigenaar geen enkele rol.
Bron :
In het archief 1.05.11.14 Notarissen in Suriname tot 1828 zitten series Inventarisaties en prisaties (schattingen) van boedels. Het betreft meestal boedels en nalatenschappen bij overlijden.
Ik heb een aantal jaren tussen 1780-1810 nagekeken op informatie over de mensen die als slaven tot deze boedels behoorden. Er is veel informatie te vinden over de slavenbevolking zowel op plantages als in het huishouden van particulieren.
Niet alle slavenfamilies hadden dit geluk. In veel
slavenlijsten van de plantages worden de slaven opgesomd in de volgorde:
mannen, vrouwen, jongens en meisjes, zonder onderlinge verwantschap.
Toch zijn er ook lijsten waarin wel de verwantschap
tussen moeders en kinderen wordt vermeld. Soms werden een aantal slaven echt
aangeduid als een familie. Dit is echter alleen maar de relatie
moeder-kind-kleinkind. Bij deze wijze van vermelden zijn ook broers-zusters te
herkennen.De vaders waren waarschijnlijk bij deze slavenfamilies bekend en mogelijk soms ook bij de eigenaren, maar werden niet geregistreerd. Het vaderschap speelde voor de slaveneigenaar geen enkele rol.
Boedelinventaris Sara Robles de Medina, 16 oktober 1802
Dulcina, mulattin met haar seeven kinderen ......
Betje met haar twee kinderen.......
![]() |
| Bron: www.nationaalarchief.nl NL-HaNA_1.05.11.14_295_0820 |
Menja met haar kind Willem
![]() |
| Bron: www.nationaalarchief.nl NL-HaNA_1.05.11.14_295_0821 |
Clara met haar kind Truij, Betanje met haar dochter Jeanne
![]() |
| Bron: www.nationaalarchief.nl NL-HaNA_1.05.11.14_295_0821 |
Boedelinventaris de Vrije
Daphina van Rocheteau, 10 februari 1810
Een familie slaaven bestaande in ........
![]() |
| Bron: www.nationaalarchief.nl NL-HaNA_1.05.11.14_300_0182 |
Een familie slaaven bestaande in......
![]() |
| Bron: www.nationaalarchief.nl NL-HaNA_1.05.11.14_300_0183 |
Boedelinventaris J.G. Reitsch, 11
november 1793
Pieter, alias Hendrik, mulat zoon van Kaatje......
![]() |
| Bron: www.nationaalarchief.nl NL-HaNA_1.05.11.14_708_0273 |
Boedelinventaris Simon Abraham de Vries, maart 1794
Een neegerin genaam Affie met haar dochter Abena
![]() |
| Bron: www.nationaalarchief.nl NL-HaNA_1.05.11.14_708_0292 |
de huijsmeid (Abena) met 't mulattemeisje Kettje & zoon Cojo, Winkeljonge & Champagne....
![]() |
| Bron: www.nationaalarchief.nl NL-HaNA_1.05.11.14_708_0293 |
De Grond Nieuw Weerga 29 juli
1804
......
Delia, criolin, dogter van de neegerin Carolina
.........
![]() |
| Bron: www.nationaalarchief.nl NL-HaNA_1.05.11.14_708_0530 |
Philip, criool voetebooy, Bras idem, beide kinderen van de negerin Carolina
![]() |
| Bron: www.nationaalarchief.nl NL-HaNA_1.05.11.14_708_0530 |
Bron :
In het archief 1.05.11.14 Notarissen in Suriname tot 1828 zitten series Inventarisaties en prisaties (schattingen) van boedels. Het betreft meestal boedels en nalatenschappen bij overlijden.
Ik heb een aantal jaren tussen 1780-1810 nagekeken op informatie over de mensen die als slaven tot deze boedels behoorden. Er is veel informatie te vinden over de slavenbevolking zowel op plantages als in het huishouden van particulieren.
Bron https://www.nationaalarchief.nl/ het archief 1.05.11.14 Notarissen in Suriname tot 1828,
inventarisnummers 293-301, 706-709
Familiegeschiedenis : Een huwelijk op joodse wijze
In 1787 trouwden Ezechiël Simons en Marianna Jacob Goedman,
beiden van de Hoogduitse Joodse Natie
Het huwelijkscontract dat zij voor de religieuze
huwelijkssluiting opmaakten is bewaard gebleven.
Simons bracht al zijn goederen in het huwelijk.
Interessanter is wat Marianna, begeleid door haar vader Jacob Goedman inbracht
namelijk: 600 gulden uit de boedel van Gerrit Jacobs, tot de assistentie van
haar huwelijk volgens de teneur van zijn testament, en verder haar toekomende
legaat uit de plantage Nieuw Meerzorg. 200 gulden van dit bedrag ging naar
vader die daarvan een ledikant-bed met toebehoren moest laten maken. Verder nog alle andere goederen die zij bezit, hetwelk
alles in een te maken ketoeba zal worden gespecificeerd.
Er werd niet in gemeenschap van goederen gehuwd. De echtelieden konden niet aansprakelijk worden gesteld voor elkaars schulden.
De bruidegom zal de waarde van het gene dat door zijn bruid is ingebracht met 50% vermeerderen, volgens Joodse wetten gebruikelijk, en bij de ontvangst van dat bedrag zal daar meteen een Neger (slaaf) van gekocht worden voor dienst in de huishouding.
[ …………]
Bruid en bruidegom bezaten elk minder dan 5000 gulden
Getuigen: Samuel Fernandes en Aron Joseph Polak
![]() |
| bron www.gahetna.nl |
![]() |
| Bron: www.nationaalarchief.nl NL-HaNA_1.05.11.14_134_0083a |
Er werd niet in gemeenschap van goederen gehuwd. De echtelieden konden niet aansprakelijk worden gesteld voor elkaars schulden.
De bruidegom zal de waarde van het gene dat door zijn bruid is ingebracht met 50% vermeerderen, volgens Joodse wetten gebruikelijk, en bij de ontvangst van dat bedrag zal daar meteen een Neger (slaaf) van gekocht worden voor dienst in de huishouding.
[ …………]
Bruid en bruidegom bezaten elk minder dan 5000 gulden
Getuigen: Samuel Fernandes en Aron Joseph Polak
![]() |
| Bron: www.nationaalarchief.nl NL-HaNA_1.05.11.14_134_0087 |
1.05.11.14 Notarissen in Suriname tot 1828, inventarisnummer
134 scans 0083-87
Abonneren op:
Posts (Atom)















































